Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Belgische Werkliedenpartij

Uit Wikisage
Versie door IPA (overleg | bijdragen) op 25 mrt 2018 om 19:42 (https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Belgische_Werkliedenpartij&oldid=50473805)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

De Belgische Werkliedenpartij (BWP) (Frans: Parti Ouvrier Belge (POB)), opgericht in 1885, was de eerste socialistische partij van België.

Geschiedenis

Voorgeschiedenis

De Vlaamse Socialistische Arbeiderspartij (VSAP) werd gesticht op 20-21 mei 1877 als eerste socialistische partij in België. De Gentse voorman Edmond Van Beveren, geïnspireerd door het "programma van Gotha" stelde het programma van de partij op. Op het stichtingscongres in Mechelen hadden zestien Vlaamse afdelingen afgevaardigden gestuurd, met als voornaamste aanwezige de Gentse coöperatieve Vooruit. Merkwaardig genoeg konden de toen bestaande socialistische groeperingen uit Wallonië geen bindende ideologie creëren, ingegeven door proudhonistische invloeden.

In 1880 fuseerde de partij met Brusselse socialistische groepen gegroepeerd als de Parti Socialiste Brabançon (opgericht in 1878) en nam een nieuwe naam aan: Belgische Socialistische Arbeiderspartij (BSAP), onder leiding van onder meer Edward Anseele.

In april 1885 vond een vergadering van 112 arbeiders plaats in een lokaal van café De Zwaan op de Grote Markt te Brussel (waar ook de Belgische afdeling van de Eerste Internationale bijeenkwam en waar Karl Marx destijds het Communistische Manifest had geschreven) en werd de Belgische Werkliedenpartij opgericht. De stichters van de partij waren Gabriel Brodkom, Romain Van Loo, Joseph Maheu, Antoine Delporte, Joseph Milot en Alphonse Wormhout. Andere namen van het eerste uur waren die van medeoprichters Théophile De Geyter, Cesar De Paepe, Edward Anseele, Théodore Bekaert, Gustave Defnet, Charles Paelman, Evariste Pierron en J Geesbergen.[2]

In augustus daaropvolgend vond in Antwerpen het eerste BWP-congres plaats om een eisenbundel op te stellen, de belangrijkste eisen waren 'algemeen stemrecht', 'verplicht en gratis neutraal onderwijs', 'afschaffing van kinderarbeid onder de 12 jaar', een 'stelsel van sociale zekerheid' en de nationalisering van bedrijven. Hoewel het programma een reeks democratische en radicale eisen bundelde was het niet uitdrukkelijk socialistisch. Zo werd er geen socialistisch alternatief voor het kapitalisme voorgesteld. Dit werd mede ingegeven door de vrees dat een te radicaal programma de arbeiders zou afschrikken, een reden die ook werd aangehaald om de term socialisme niet in de partijnaam op te nemen.[3]

Een verenigde socialistische partij

Een van de voornaamste strijdpunten van de BWP was het algemeen enkelvoudig stemrecht, een standpunt dat hen erg populair maakte onder het gewone volk. In 1893 werd een eerste stap in deze richting verwezenlijkt met de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht voor mannen. De basisbeginselen van de partij werden vastgelegd in het Charter van Quaregnon, dat in 1894 werd opgesteld. Op 11 april 1898 werd in de schoot van de BWP de Syndikale Kommissie opgericht, als antwoord op de wet van 31 maart 1898 die de beroepsverenigingen legaal maakte. De hoofdtaak van deze organisatie was de eenheid van de verschillende beroepsfederaties en afzonderlijke vakbonden te bewerkstelligen en het coördineren van de vakbondsactiviteiten binnen de socialistische zuil. Wie lid werd van de vakbond werd automatisch lid van de partij en vice versa.

De partij verkreeg hierdoor electoraal succes in Brussel en Wallonië. De eerste verkozenen waren Désiré Maroille, de gebroeders Defuisseaux, Alphonse Brenez, Arthur Bastien en Henri Roger. In Vlaanderen was dat in eerste instantie enkel in Gent het geval. Edward Anseele was de eerste Vlaamse BWP-volksvertegenwoordiger in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Hij werd verkozen in Luik. In 1900 werd de evenredige vertegenwoordiging bij verkiezingen ingevoerd, en meteen konden ook de eerste rechtstreeks verkozen Vlaamse socialistische volksvertegenwoordigers hun intrede doen in de Kamer: 2 in Gent-Eeklo, 1 in Antwerpen en 1 in Leuven.

Rond 1900 verschenen de socialistische bladen Vooruit en Volksgazet voor het eerst waarmee een groter publiek bereikt kon worden. In 1909 bereikte de BWP in Gent een mijlpaal toen hun eerste schepenen benoemd werden.

Eerste Wereldoorlog en Interbellum

Tijdens de bezetting gedurende de Eerste Wereldoorlog slaagde de BWP er ondergronds in een duurzame samenwerking aan te gaan met andere sociale organisaties. Ondertussen werd de katholieke regering de Broqueville, die in Le Havre zetelde, omgevormd tot een regering van nationale eenheid, door toevoeging van de socialist Emile Vandervelde en de liberaal Paul Hymans. In de naoorlogse regering Delacroix die op 21 november 1918 werd gevormd, traden drie socialisten toe: Emile Vandervelde (Justitie), Edward Anseele (Openbare Werken en Wederopbouw) en Joseph Wauters (Nijverheid, Arbeid en Ravitaillering).

Anseele realiseerde zaken als de invoering van de achturige werkdag, de oprichting van het Nationaal Krisisfonds voor werklozen en de afschaffing van de beperkingen op het stakingsrecht. Daardoor sloeg de partij ook aan in Vlaanderen waar een kwart van het electoraat BWP ging stemmen.

In het Interbellum bleef de BWP een constante regeringspartij. In 1935 werd Hendrik De Man minister van Openbare Werken en Opslorping van Werkloosheid. Tijdens deze periode ontwikkelde hij de ideeën voor zijn Plan van de Arbeid waarin hij een strakke planeconomie met corporatistische trekken voor België trachtte uit te stippelen. In 1939 werd hij partijvoorzitter. Andere ministers tijdens deze periode waren Emile Vandervelde, Camille Huysmans, Jules Destrée, Alfred Laboulle, de broers Joseph en Arthur Wauters, Désiré Bouchery, Eugène Soudan, Joseph Merlot, Achille Delattre, August Balthazar en Paul-Henri Spaak.

Tweede Wereldoorlog

In juni 1940, ruim een maand na de inval van de Duitsers, ontbond Hendrik De Man de partij. Hij besloot, met enkele medestanders, mee te gaan werken aan De Nieuwe Orde die de bezetter in Europa zou doorvoeren en werd zodoende een collaborateur.

De rest van de partijtop werkte echter, voornamelijk in ballingschap, aan de heroprichting na de bevrijding. Reeds in 1944 kreeg een clandestiene Belgische Socialistische Partij (BSP) vorm; op het Congres van de Overwinning in Brussel, van 9 tot 11 juni 1945, werden de nieuwe partijstatuten definitief vastgelegd.

Structuur

Voorzitters

Tijdspanne Algemeen secretaris
1889 - 1890 Gustave Defnet
1891 - 1892 Louis Bertrand
1893 - 1898 Grégoire Serwy
1899 - 1902 August De Winne
1903 - 1910 Georges Maes
1911 - 1916 Laurent Vandersmissen
1914 - 1918 Guillaume Solau
1918 - 1934 Joseph Van Roosbroeck
1933 - 1940 Jean Delvigne
Augustinus De Block
Tijdspanne Voorzitter
1933 - 1938 Emile Vandervelde
1938 - 1940 Hendrik De Man
Tijdspanne Ondervoorzitter
1933 - 1938 Hendrik De Man
1939 - 1940 Achille Delattre

Partijorganisatie

Het hoogste gezagsorgaan van de partij was het jaarlijks congres alwaar de beslissingen werden genomen over de te volgen politieke lijnen. Tussentijds was het bestuur van de partij in handen van een 'Algemene Raad' die werd aangesteld door het congres aangevuld met vertegenwoordigers van de federaties (regionale afdelingen) en economische organisaties (vakbond, mutualiteit en coöperatieve). Het dagelijks beleid werd vormgegeven door het 'bureau van de Algemene Raad' die verkozen werd op het congres.

Een opvallendheid in de BWP-partijstructuur was de dubbele structurele opbouw met enerzijds de regionale federaties (per kiesarrondissement) en anderzijds de economische federaties. Het overgrote merendeel van de leden was via deze weg aangesloten bij de partij. De basis van de politieke partijwerking waren de lokale Werkersbonden, in sommige steden opgesplitst tot wijkclubs.[4]

Regeringsdeelnames

Regering Premier Partijen Van Tot
de Broqueville I Charles de Broqueville Katholieke Partij (sedert 1916 ook Liberalen en Socialisten) 18 juni 1911 1 juni 1918
Cooreman Gerhard Cooreman Katholieke Partij, Liberalen, Socialisten 1 juni 1918 21 nov. 1918
Delacroix I Léon Delacroix Katholieke Partij, Liberalen, Socialisten 21 nov. 1918 17 nov. 1919
Delacroix II Léon Delacroix Katholieke Partij, Liberalen, Socialisten 2 dec. 1919 3 nov. 1920
Carton de Wiart Henri Carton de Wiart Katholieke Partij, Liberalen, Socialisten 20 nov. 1920 20 nov. 1921
Poullet Prosper Poullet Katholieke Partij, Socialisten 17 juni 1925 8 mei 1926
Jaspar I Henri Jaspar Katholieke Partij, Liberalen, Socialisten 20 mei 1926 21 nov. 1927
Van Zeeland I Paul Van Zeeland Katholieke Partij, Liberalen, Socialisten 25 maart 1935 26 mei 1936
Van Zeeland II Paul Van Zeeland Katholieke Partij, Liberalen, Socialisten 13 juni 1936 25 okt. 1937
Janson Paul-Emile Janson Katholieke Blok, Liberalen, Socialisten 23 nov. 1937 13 mei 1938
Spaak I Paul-Henri Spaak Katholieke Blok, Liberalen, Socialisten 15 mei 1938 9 febr. 1939
Pierlot III Hubert Pierlot Katholieke Partij, Liberalen, Socialisten 3 sept. 1939 10 mei 1940
Pierlot in Londen Hubert Pierlot Katholieke Partij, Liberalen, Socialisten 1940 1944
Pierlot V Hubert Pierlot Katholieke Partij, Liberalen, Socialisten, Communisten 27 sept. 1944 12 dec. 1944
Pierlot VI Hubert Pierlot Katholieke Partij, Liberalen, Socialisten 12 dec. 1944 31 jan. 1945
  • Legende:   socialistische premiers 
De regeringsdeelnames na 1945 tot 1978, zie Regeringsdeelnames BSP
De regeringsdeelnames na 1978, zie Regeringsdeelnames SP en sp.a

Gewezen ministers

De ministers en staatssecretarissen van de BWP van haar ontstaan tot 1945 waren:

Bekende (ex-)leden

Voor een volledig overzicht van biografieën zie categorie BWP-politicus.

Externe link

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
rel=nofollow
rel=nofollow
rel=nofollow
rel=nofollow