Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Paul-Emile Janson

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Paul-Emile Janson (Brussel, 30 mei 1872 - concentratiekamp Buchenwald, 3 maart 1944) was de Belgische eerste minister van november 1937 tot mei 1938.

Levensloop

Paul-Emile Janson behoorde tot een politieke familie. Hij was de zoon van de progressieve liberaal Paul Janson, de broer van Marie Janson, de eerste vrouwelijke senator, en de oom van Paul-Henri Spaak, die meermaals premier en minister van Buitenlandse Zaken was.

Hij promoveerde tot doctor in de rechten en werd beroepshalve advocaat. In 1921 werd hij eredoctor aan de Universiteit van Rijsel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij een van de leidende figuren van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit.

Van 1914 tot 1935 zetelde hij voor de Liberale Partij in de Kamer van volksvertegenwoordigers. Daarna zetelde hij van 1935 tot 1936 als gecoöpteerd senator in de Senaat. Als liberaal voerde hij een onafhankelijke koers, die door zijn partij niet gewaardeerd werd. Vooral zijn houding inzake de schoolkwestie en de Vlaamse kwestie werd hem door Franstalige liberalen kwalijk genomen. Door enkele toegevingen aan de Vlamingen te doen, meende Janson de Belgische eenheid te kunnen versterken.[1]

Hij doorliep een aanzienlijke loopbaan als lid van de Belgische regering. In februari tot september 1920 was hij minister van Landsverdediging, waarbij een militair akkoord met Frankrijk ondertekende. Daarna was hij van november 1927 tot juni 1931 en van oktober 1932 tot november 1934 minister van Justitie. In deze functie kantte hij zich in 1928 tegen volledige amnestie voor activisten en legde hij in maart 1930 in de Kamer het wetsontwerp neer voor de regeling van het taalgebruik in gerechtszaken. Van november 1937 tot mei 1938 leidde hij als eerste minister een regering van liberalen, katholieken en socialisten. Tijdens zijn premierschap werden twee cultuurraden en de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België opgericht. Ook beloofde hij een taalwet voor het leger, die pas onder zijn opvolger en neef Paul-Henri Spaak goedgekeurd werd. Na zijn premierschap was hij van januari tot februari 1939 minister van Buitenlandse Zaken, van april tot september 1939 en van januari tot augustus 1940 minister van Justitie en van september 1939 tot januari 1940 minister Zonder Portefeuille. In 1931 werd hij benoemd tot minister van Staat.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog trok hij met de regering naar Zuid-Frankrijk. Hij weigerde echter verder mee te vluchten naar Londen en bleef met zeven andere ministers achter op het vasteland. Alle acht boden op 28 augustus 1940 hun ontslag aan bij eerste minister Pierlot. Ze werden door de regering als definitief ontslagen beschouwd, ondanks hun latere pogingen om opnieuw in de regering te worden opgenomen.

In 1943 werd Zuid-Frankrijk (de zogenaamde 'zone libre') door de Duitsers bezet en werd Janson in Nice gearresteerd. Hij werd gedeporteerd naar het concentratiekamp van Buchenwald, waar hij op 3 maart 1944 overleed.

Publicaties

  • La Belgique hollandaise, Brussel, Larcier, 1905
  • Succession de S.M. Léopold II. Plaidoirie pour S.A.R. Madame la Princesse Louise de Belgique, Brussel, Lamberty, 1911.
  • Lophem. Une conférence de M. Paul-Emile Janson sur les évènements politiques de novembre 1918, 1926
  • (samen met Eugène SOUDAN,) Code du travail. Mis à jour et annoté, Brussel, Larcier, 1924.

Literatuur

  • Albert DEVÈZE, Paul-Emile Janson, in: Le Flambeau, 1935.
  • H. GOFFINET, Paul-Emile Janson, in: Revue Générale de Belgique, 1946.
  • Charles D'YDEWALLE, Silhouettes politiques: Paul-Emile Janson, in: Revue Générale, LXII, 1929.
  • N. N., Personnalités et personnages: Paul-Emile Janson, in : Revue Générale, LXIX, 1936.
  • R. DEVULDERE, Biografisch repertorium der Belgische parlementairen, senatoren en volksvertegenwoordigers 1830 tot 1.08.1965, Gent, R.U.G., licentiaatsverhandeling (onuitgegeven), 1965.
  • Paul VAN MOLLE, Het Belgisch parlement, 1894-1972, Antwerpen, 1972
  • Jean STENGERS, Paul-Emile Janson, in : Académie Royale de Belgique, Bulletin de la Commission des Lettres et des Sciences Morales et Politiques, 5e série, LIX, 1973-1976.
  • W. PARISEL, Histoire de La Loge "Les Vrais amis de l'Union et du Progrès Réunis" 1892-1980, Brussel, 1980.
  • Pierre HENRI, Grands avocats de Belgique, Brussel, Ed. J.M. Collet, 1984.
  • G. LEFEBVRE, Biographies Tournaisiennes 1836-1986, Tournai, 1990.
  • Jan VELAERS & Herman VAN GOETHEM, Leopold III. De Koning, het Land, de Oorlog, Tielt, 1994
  • Bernard VAN CAUSENBROECK, Paul-Emile Janson, in: Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt-Utrecht, Lannoo, 1998.
  • Pierre STEPHANY, Portraits de grandes familles, Brussel, Editions Racine, 2004.

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
Voorganger:
Paul van Zeeland
Belgische premier
Regering-Janson (1937-1938)
Opvolger:
Paul-Henri Spaak
Voorganger:
Fulgence Masson
Minister van Landsverdediging
1920
Opvolger:
Albert Devèze
Voorganger:
Paul Hymans
Minister van Justitie
1927-1931
Opvolger:
Fernand Cocq
Voorganger:
Fernand Cocq
Minister van Justitie
1932-1934
Opvolger:
François Bovesse
Voorganger:
Paul-Henri Spaak
Minister van Buitenlandse Zaken
1939
Opvolger:
Eugène Soudan
Voorganger:
Eugène Soudan
Minister van Justitie
1939
Opvolger:
Eugène Soudan
Voorganger:
Eugène Soudan
Minister van Justitie
1940
Opvolger:
Albert de Vleeschauwer