Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Rozen

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Rozen zijn bloeiende planten die tot het geslacht Rosa behoren. Er komen ongeveer 300 soorten in het wild voor. Daarnaast bestaan er vele veredelde vormen (cultivars). De vrucht van de roos heet rozenbottel.

Geschiedenis

Rozen worden al sinds duizenden jaren geteeld om hun schoonheid, en in de oudheid gebeurde dat in China en Afrika, door de Grieken, Romeinen en Egyptenaren. Rozen werden gebruikt voor rituelen en er werden tempels en paleizen mee versierd. Voor de vroege Christenen symboliseerde de roos de vijf wonden van Christus. Later werd de roos het symbool van het bloed der martelaren en werd zij een attribuut van Maria, de moeder van Jezus.

In de Nederlanden is het kweken van rozen gedocumenteerd vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw. Over export van rozen naar Engeland bestaat geschreven materiaal; volgens een Frans reisverslag werden ze geteeld in de formele tuinen van de paleizen die in de zeventiende eeuw door de Oranjes werden gebouwd, zoals paleis Honselaarsdijk.

De editie uit 1608 van het bekende Cruydtboek van Rembert Dodoens maakt melding van tien verschillende soorten rozen, vijf tamme en vijf wilde. De kruidkundigen Matthias de l'Obel en Carolus Clusius voegden aan deze lijst nog tientallen andere toe. Achttiende-eeuwse catalogi van Nederlandse rozenkwekers laten onafzienbare lijsten van varianten zien. Een catalogus van de Franse kweker Narcisse Desportes uit 1829 bevat maar liefst 2562 verschillende soorten rozen.

Joséphine de Beauharnais, de echtgenote van Napoleon Bonaparte richtte bij haar huis Malmaison een rozentuin in waarin alle destijds bekende rozen stonden. Tijdens de 18e en de 19e eeuw ontstonden er naar aanleiding van dit voorbeeld vele rosaria (enkelvoud rosarium). Deze pronktuinen stonden vol met allerlei rozensoorten. Als gevolg van de hoge kosten voor het onderhoud is er na de jaren 30 langzaam een einde gekomen aan deze collecties.

Vroeger werden uitsluitend wilde rozensoorten gekweekt, met name Rosa gallica, die van nature zeer variabel van verschijning is. Hier kwam omstreeks 1800 verandering in met de invoering van de Rosa chinensis, die een langere bloeitijd had dan de tot dan toe bekende soorten. Er werden nieuwe variëteiten gekweekt die deze gunstige eigenschap overnamen en zo ontstonden de eerste hybriden.

Aan het eind van de 19e eeuw waren er vele variëteiten ontstaan van gevuldbloemige rozen, theehybriden en andere soorten. Ook ontstonden er treurrozen, rozen op een stam, klimrozen, dwergrozen en bodembedekkende varianten. Tegenwoordig zijn er zo veel verschillende genetische variëteiten gekweekt, dat het steeds moeilijker wordt de planten te groeperen. Er is zo veel gekruist dat de groepen door allerlei overgangen nauw met elkaar zijn verbonden.

Leefomgeving

Wilde rozensoorten groeiden van nature uitsluitend op het noordelijk halfrond, voornamelijk in gematigde streken. Door deze oorspronkelijke rozen te veredelen zijn vele nieuwe varianten ontstaan die ook in warme gebieden goed kunnen gedijen. Tegenwoordig komen rozen over de gehele wereld voor.

Wilde rozensoorten groeien op ruig terrein en zijn goed bestand tegen barre weersomstandigheden. Deze sterke, taaie planten zijn daardoor populaire planten voor in (wilde) tuinen, windsingels en parken. Ook in Nederland komen diverse rozensoorten in het wild voor. Van deze wilde soorten zijn de hondsroos (Rosa canina) en duinroos (Rosa pimpinellifolia) de bekendste.

Eigenschappen

Het blad van de roos bestaat uit een aantal kleinere blaadjes, die samen als een veer aan een centrale stengel zijn bevestigd. Op de takken en stengels zitten stekels (geen doornen). De bloemen groeien vaak in groepen of trossen of zijn soms alleenstaand. De bloemen bevatten veel meeldraden.

De rozenbottel is een vlezige vrucht die afhankelijk van de variëteit oranje, purper, rood of zwart van kleur kan zijn. De vorm varieert van rond, langwerpig tot flesvormig. Binnen in de bottel zitten diverse geelwitte, harde zaden.

Kweek

Rozen zijn over het algemeen niet zeer moeilijk te verzorgen. Belangrijk is dat het planten in het voor- of najaar gebeurt, tussen november en maart, maar niet tijdens vorst. De grond waarop rozen staan dient goed doorlatend te zijn om te voorkomen dat de planten in te veel water komen te staan. Met name in de winter leidt dit tot ongewenste resultaten.

Andere vereisten zijn een zeer lichte plek (7 uur zonlicht per dag) en genoeg beschutting tegen de wind. Meestal zijn wilde rozen iets minder veeleisend dan hun gecultiveerde tegenhangers. Een vruchtbare grond werkt positief, zo mogelijk lichte kleigrond. Rozen zijn erg gevoelig voor droge grond. Daarom moet er tijdens perioden van droogte water gegeven worden.

Rozen kunnen worden gezaaid, gestekt en geoculeerd. Het zijn geschikte snijbloemen die over de hele wereld erg populair zijn.

Stamrozen

Een populaire manier van opkweken is die waarbij men één stam zo recht mogelijk omhoog laat groeien, waar bovenaan de daadwerkelijke struik gesnoeid wordt, en uitloopt tot een bloeiende bol van takken. Deze bolvorm wordt zo gehouden door geregeld te snoeien (snoeitijden). Veelal wordt voor de onderstam (onderplant) een wildere soort gekozen, waarvan de bloei minder aantrekkelijk is, en voor de bovenplant (die geënt is op de onderplant) wordt uiteraard een mooie bloeier uitgekozen. Minder vaak is het geval dat de stamroos uit één soort bestaat, die tot een stamroos is gegroeid en gesnoeid, maar wat ook mogelijk is. Voor de kweek van stamrozen worden meestal geschikte rassen gebruikt, daar niet alle rozen er geschikt voor zijn.

Ziekten en beschadigingen

Rozen kunnen o.a. aangetast worden door aaltjes en de schimmels sterroetdauw (Diplocarpon rosae), echte meeldauw (Sphaerotheca pannosa var. pannosa) en valse meeldauw of zwart genoemd (Pseudoperonospora sparsa).

Toepassingen

Sommige rozen hebben een aangename geur, bijvoorbeeld Rosa gallica, Rosa alba, Rosa damascena en Rosa centifolia. Deze soorten worden gebruikt in de parfumindustrie.

Rosa gallica is daarnaast van belang voor de farmaceutische industrie. De bloemblaadjes leveren diverse stoffen die voor medicinale doeleinden van belang zijn.

Van de vrucht van de roos, de rozenbottel, worden rozenbotteljam en -siroop bereid (Roosvicee). De jam is rijk aan vitamine C. Voor de bereiding van rozenbotteljam worden vooral de vruchten van de hondsroos (Rosa canina) gebruikt.

Soorten

Met het verschijnen van de Standaardlijst van de Nederlandse flora 2003 zijn drie rozensoorten opgesplitst. Hierdoor is meer overeenstemming bereikt met de Flora Europaea en zijn dertien nieuwe soorten toegevoegd. De soorten zijn hieronder aangeduid met "afgesplitst van ... 2003".

Nederlandse soorten

Overige soorten

  • Rosa acicularis
  • Rosa blanda
  • Rosa carolina
  • Rosa cinnamomea
  • Rosa eglanteria
  • Rosa multiflora
  • Rosa nitida
  • Rosa palustris
  • Rosa setigera
  • Rosa virginiana
  • Rosa wichuriana

Enkele rassen

  • rood grootbloemig: Grand Prix, Tinto, Passion, Red Naomi, Bordeaux, Pole position, Red berlin, First red.
  • rood kleinbloemig: Pascha, Sascha, Red calypso, Red sher.
  • Wit grootbloemig: Akito, Purity, Boeing, Avalanche+, Bounty, Casablanca.
  • Wit kleinbloemig: Eskimo, White sher.
  • Geel: Tara, Ilios, sphinx, sphinx gold, jade, frisco, sunbeam.
  • rose: kiss, ballet, pinky sher, n-joy, gilmore girl.
  • rose grootbloemig: Aqua!, Bling Bling
  • oranje: Cirkus, kerio+, bibi, marie-claire.
  • bi-color(meerdere kleuren per bloem): duett, Irina Janna Black beauty, abrakadabra.

Symboliek van de kleur van de roos

  • rode roos - Ik hou van je, of verliefd op je. Liefde en respect.

In de knop, staat voor puur en liefdevol (soms geheim). In volle bloei, staat voor volwassen liefde. dieprode kleur roos, staat voor: ik wil je (verlangen) of (huwelijks)aanzoek.

  • witte roos - Heb vertrouwen in me.

De roos staat voor echte liefde en geestelijke puurheid en waardigheid ten aanzien van elkaar. Een half open roos, staan met mate voor afhankelijkheid of onderdanigheid.

  • witte en rode roos samen - Wens om altijd samen te zijn, vormen van een eenheid en verbondenheid hebben.
  • roze roos - mijn hart behoort aan jou of ik heb je heimelijk lief.

In volle bloei, staat het voor het geloven in elkaar. Donker roze roos, symboliseert dankbaarheid.

  • gele roos - Staat voor intieme vriendschap en verbondenheid.

Net geopende roos, staat voor de vraag of de ontvanger nog van je houdt. In volle bloei, staat voor jaloezie of verlangen iemand terug te krijgen.

  • blauwe roos - goddelijke liefde
  • Zwarte roos - Een zwarte roos symboliseert afscheid.

In de knop, staat dit voor een definitief afscheid. In volle bloei. zal het afscheid minder definitief zijn.

Bronnen

  • Kleis, Gerrit: Rozenteelt in Nederland, Hes & De Graaf Uitgevers, 2007
  • Wijlen, A. van: Grote Tuinplanten Encyclopedie, Zuid-Nederlandse Uitgeverij Aartselaar, 1980

Wikimedia Commons  Vrije mediabestanden over Rosa op Wikimedia Commons

1px.pngWikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Rosa op Wikimedia Commons.

Link