Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Tibetaanse kalender

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Tibetaanse kalender (Tibetaans: བོད་ཀྱི་ལོ་ཐོ; Wylie: bod kyi lo tho, ook: le'u-tho) is een lunisolaire kalender, een kalendersysteem waarin men rekening houdt met de lengte van de maanmaanden zowel als met het zonnejaar. Deze kalender is in Tibet in gebruik sinds het jaar 1027. De feestdagen van het Tibetaans boeddhisme worden vastgesteld aan de hand van deze kalender.

Geschiedenis

De Tibetaanse kalender is gebaseerd op de Sri Kālacakra Tamaandntra (Wiel der Tijd Tantra), een boeddhistisch geschrift dat in 1027 n. Chr. werd vertaald van het Sanskriet naar het Tibetaans.[1] Het eerste deel van dit werk gaat uitgebreid in op de kosmologie, de bewegingen van hemellichamen, en de chronologie.[1]

Aangezien het geschrift tenminste gedeeltelijk open stond voor verschillende interpretaties, gaf het aanleiding tot verschillende versies van de Tibetaanse kalender.[2] Hierin zijn er twee hoofdsystemen.

De tsurluk-kalender (tshur lugs)[3] werd ontworpen door de derde karmapa Rangjung Dorje (1284–1339). Hij schreef een „Beknopte handleiding voor de astrologie” (rtsis kun bsdus pa).[4] De zetel van de gyalwang karmapa-lijn bevindt zich te Tsurphu in Tibet.[4] Deze versie van de Tibetaanse kalender wordt nog gebruikt door de karma kagyü, één van de vier hoofdrichtingen in het Tibetaans boeddhisme.

De phukluk-kalendar (phug lugs) is met afstand de meest gebruikte versie van de Tibetaanse kalender.[3] Deze versie is gebaseerd op het systeem van Phukpa Lhündrup Gyatso, een groot astroloog, die in 1447 n. Chr. een verhandeling schreef over „De mondelinge leer van Pundarika” (pad dkar zhal lung).[4] Hij beschreef hierin het zogenaamde phuk-systeem. Deze astrologische traditie kreeg bijgevolg de naam phukluk. De phukluk-kalender wordt door een meerderheid van de Tibetanen gevolgd en is bijgevolg de standaardversie van de Tibetaanse kalender en officiële kalender van Tibet.[2]

Opbouw

Het jaar van de Tibetaanse kalender bestaat uit 12 of 13 maanmaanden (tshes-tib), die, grof genomen, steeds beginnen met de eerste dag na de astronomische nieuwe maan.

Omrekenen

Hoewel een Tibetaans jaartal uit het verleden gewoonlijk kan worden omgerekend naar de in het westen gebruikelijke jaartelling, is het niet steeds mogelijk de exacte dag en maand om te zetten naar de gregoriaanse kalender, omdat soms dagen uit de nummering van de dagen van de maand worden weggelaten of verdubbeld, en omdat vroeger door de officiële astroloog werd bepaald wanneer in het jaar de schrikkelmaand werd ingevoegd.[5]

Jaren (lo)

Jaarbegin

Het jaar van de huidige Tibetaanse kalender begint met de eerste dag van de eerste maand Hor (Mongoolse maand). De nieuwjaarsdag, Lo-gsar (Losar), valt meestal in februari, en soms in maart.

Voor het berekenen van iemands leeftijd ging men uit van een jaarwisseling op de eerste dag van de elfde maand (de tijger-maand), ongeveer de periode van de winterzonnewende. Vanaf de geboorte werd iemand gerekend als één jaar oud. Elk jaar op de eerste dag van de elfde maand, kwam er een jaar bij.[6]

Voor astrologische doeleinden wordt ook bijgehouden wanneer het nieuwe jaar volgens de Kālacakra-kalender begon. Dit vindt volgens de gregoriaanse kalender plaats op 12 april.[7]

Jaartelling

De Tibetaanse jaren krijgen over het algemeen een naam, die een combinatie is van een dier uit de Oost-Aziatische dierenriem en de naam van een van de vijf elementen, naargelang de plaats die dit jaar inneemt in een cyclus van twaalf of van zestig jaar. Een naam voor een jaar luidt bijvoorbeeld hout-muis (shing byi).

Hoewel de dieren werden overgenomen uit China, is de Tibetaanse kalender niet gewoon een versie van de Chinese kalender: het jaar begint in een andere maand; vaak beginnen de Chinese en Tibetaanse maand niet gelijktijdig.

Twaalfjarige cyclus

In een cyclus van twaalf jaar (lo-'khor bcu-gnyis) werden de jaren aangeduid met de Oost-Aziatische namen van de tekens van de dierenriem. Voor zover aantoonbaar is, is dit in Tibet het oudste jaartellingssysteem.

De dieren van de Oost-Aziatische dierenriem hebben deze volgorde:

haas
ཡོས་
yos
draak
འབྲུག
'brug
slang
སྦྲུལ།
sbrul
paard
རྟ།
rta
schaap
ལུག
lug
aap
སྤྲེལ།
spre'u
vogel
བྱ།
bya
hond
ཁྱི།
khyi
varken
ཕག
phag
rat
བྱི།
byi
rund
གླང་།
glang
tijger
སྟག
stag

Zestigjarige drug-cu-skor-cyclus

De „zestigjarige cyclus” werd drug-cu-skor genoemd.

De dierennamen van de Oost-Aziatische dierenriemcyclus, die de basis vormen voor de twaalfjarige cyclus, worden gecombineerd met de namen van de vijf elementen. Dit resulteert in een cyclus van (5 × 12 = ) 60 jaar.

De elementen staan in deze volgorde:

vuur
མེ།
me
aarde

sa
ijzer
ལྕགས།
lcags
water
ཆུ།
chu
hout
ཤིང་།
shing

Elk element staat in verband met twee opeenvolgende jaren, het eerste jaar wordt gezien als mannelijk (pho); het volgende jaar vrouwelijk (mo). De aanduiding of een jaar mannelijk of vrouwelijk is, wordt vaak weglaten omdat dit kan worden afgeleid van de diernamen.

Dit resulteert in de volgende zestig combinaties:

De namen van de jaren in de drug-cu-skor-cyclus
nr. naam
1 shing pho byi
2 shing mo glang
3 me pho stag
4 me mo yos
5 sa pho 'brug
6 sa mo sbrul
7 lcags pho rta
8 lcags mo lug
9 chu pho spre'u
10 chu mo bya
11 shing pho khyi
12 shing mo phag
nr. naam
13 me pho byi
14 me mo glang
15 sa pho stag
16 sa mo yos
17 lcags pho 'brug
18 lcags mo sbrul
19 chu pho rta
20 chu mo lug
21 shing pho spre'u
22 shing mo bya
23 me pho khyi
24 me mo phag
nr. naam
25 sa pho byi
26 sa mo glang
27 lcags pho stag
28 lcags mo yos
29 chu pho 'brug
30 chu mo sbrul
31 shing pho rta
32 shing mo lug
33 me pho spre'u
34 me mo bya
35 sa pho khyi
36 sa mo phag
nr. naam
37 lcags pho byi
38 lcags mo glang
39 chu pho stag
40 chu mo yos
41 shing pho 'brug
42 shing mo sbrul
43 me pho rta
44 me mo lug
45 sa pho spre'u
46 sa mo bya
47 lcags pho khyi
48 lcags mo phag
nr. naam
49 chu pho byi
50 chu mo glang
51 shing pho stag
52 shing mo yos
53 me pho 'brug
54 me mo sbrul
55 sa pho rta
56 sa mo lug
57 lcags pho spre'u
58 lcags mo bya
59 chu pho khyi
60 chu mo phag

Zestigjarige rab-byung-cyclus

Een andere cyclus van zestig jaar is de rab-byung-cyclus. Deze is van Indische oorsprong en heet in het Sanskriet Brhaspaticakra. De cycli zelf worden geteld (eerste rab-byung, tweede rab-byung, enz.), maar de jaren in een cyclus hebben elk een naam.

Deze cyclus kwam in Tibet in voege toen men de Indische Telinga-jaartelling overnam en jaar 1 van de 70e Telinga-cyclus (1027 n.Chr.) in Tibet begon te tellen als jaar 1 van de eerste cyclus.

De namen van de jaren in de rab-byung-cyclus
nr. naam
1 rab-byung
2 rnam-byung
3 dkar-po
4 rab-myos
5 skyes-bdag
6 anggira
7 dpal-gdong
8 dngos-po
9 na-tshod ldan
10 'dzin-byed
nr. naam
11 dbang-phyug
12 'bru mang-po
13 myos-ldan
14 rnam-gnon
15 khyu-mchog
16 sna-tshogs
17 nyi-ma
18 nyi sgrol-byed
19 sa-skyong
20 mi-zad
nr. naam
21 thams-cad ´dul
22 kun-'dzin
23 'gal-ba
24 rnam-'gyur
25 bong-bu
26 dga'-ba
27 rnam-rgyal
28 rgyal-ba
29 myos-byed
30 gdong-ngan
nr. naam
31 gser-'phyang
32 rnam-'phyang
33 sgyur-byed
34 kun-ldan
35 ´phar-ba
36 dge-byed
37 mdzes-byed
38 khro-mo
39 sna-tshogs dbyig
40 zil-gnon
nr. naam
41 spre'u
42 phur-bu
43 zhi-ba
44 thun-mong
45 'gal-byed
46 yongs-'dzin
47 bag-med
48 kun-dga'
49 srin-bu
50 me
nr. naam
51 dmar-ser can
52 dus kyi pho-nya
53 don-grub
54 drag-po
55 blo-ngan
56 rnga-chen
57 khrag-skyug
58 mig-dmar
59 khro-bo
60 zad-pa

Cyclus van 252 jaar

In Tibetaanse literatuur is ook sprake van een cyclus van 252 jaar. [8] Deze wordt niet vaak gebruikt.[9]

Genummerde jaren

Sinds het begin van de twintigste eeuw kwam het in gebruik om de jaren ook met een rangtelwoord in een doorlopende jaartelling te nummeren.

  • Een eerste systeem werd ingevoerd nadat de 13e dalai lama in 1912 terugkwam uit ballingschap in India en de onafhankelijkheid van Tibet uitriep. Het eerste Tibetaanse bankbiljet was gedateerd in „het jaar 1658 sinds het begin van de Tibetaanse monarchie”, en ging dus uit van het jaar 254/255 n. Chr. als beginjaar. Men ging er toen van uit dat dit het geboortejaar was van koning Thothori Nyantsen (Rylie: tho ris gnyan btsan).
  • In een tweede systeem, dat pas in de tweede helft van de twintigste eeuw werd gebruikt, gaat men eveneens uit van het begin van de Tibetaanse monarchie, maar stelt dat deze begon in het jaar 127 v. Chr., het jaar waarvan men aanneemt dat koning Nyakhri Tsenpo (gnya khri btsan po) in Tibet aankwam. Deze jaartelling wordt aangeduid als Bot Gyalo. d.w.z. „Tibetaanse koninklijke jaren”; (uitspraak ook: Bö Gyello), (Wylie: bod rgyal lo).
  • Op Tibetaanse kalenders en munten vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw vindt men tenslotte de rab lo-jaartelling, waarin de jaren worden doorgeteld sinds de ingebruikname van de zestigjarige rab-byung-cyclus in het jaar 1027.
gregoriaans/westers rgyal lo
beginjaar 127 v. Chr.

beginjaar 255 n. Chr.
rab lo
beginjaar 1027 n. Chr.
Vanaf ca. februari/maart 2018 2145 1764 992
Vanaf ca. februari/maart 2019 2146 1765 993
Vanaf ca. februari/maart 2020 2147 1766 994
Vanaf ca. februari/maart 2021 2148 1767 995
Vanaf ca. februari/maart 2022 2149 1768 996
Vanaf ca. februari/maart 2023 2150 1769 997

Maanden (zla)

Maanmaand

Een maanmaand of lunaire maand (tshes zla) is de periode vanaf het moment van de astronomische nieuwe maan tot de volgende astronomische nieuwe maan. Dit komt overeen met de synodische maand in de astronomische terminologie.

Kalendermaand

Een maand (zla ba) zoals die in de Tibetaanse kalender wordt gebruikt, is gebaseerd op de periode tussen twee nieuwe manen (synodische maand (tshes), maar dient om praktische redenen enkel uit volledige dagen te bestaan. Deze maand bestaat in werkelijkheid uit 29 of 30 dagen, maar door een systeem om dagen te verdubbelen of weg te laten, valt de laatste dag van de maand steeds op dag nummer 30. (Zie De dagen van de maand.) De in de Tibetaanse kalender gebruikte maand begint op het moment dat de eerste natuurlijke dag begint waarop de eerste lunaire dag eindigt. (Zie natuurlijke dag.)

Zonnemaand

Een zonnemaand (khyim zla) wordt gedefinieerd als de tijd die de middelbare zon erover zou doen om een teken van de zodiak (30°) te doorlopen. Dit komt ongeveer overeen met 1/12 van een zonnejaar, hoewel de lengte van een werkelijke zonnemaand varieert. Deze maanden zijn van belang om vast te stellen wanneer een schrikkelmaand wordt ingevoegd.

Maandnamen

Gewoonlijk worden de maanden genummerd, maar er werden verschillende naamsystemen gebruikt, die alle tot in de moderne tijd voorkomen.

  • Naar maanhuis. Sinds de invoering van de Indische Kalacakrakalender in de tweede helft van de 11e eeuw werd een benaming van de maanden volgens maanhuis gebruikt; per maanhuis is grof genomen een volle maan.
mchu, dbo, nag, sa-ga, snron, chu-stod, gro-bzhin, khrums, tha-skar, smin-drug, mgo en rgyal.
  • Dieren. Vanaf de 12e eeuw worden de maanden worden genoemd naar dezelfde twaalf dieren zoals de jaren in de twaalfjarige cyclus. De eerste maand komt overeen met de draak.
1e maand
draak
འབྲུག
'brug
2e maand
slang
སྦྲུལ།
sbrul
3e maand
paard
རྟ།
rta
4e maand
schaap
ལུག
lug
5e maand
aap
སྤྲེལ།
spre'u
6e maand
vogel
བྱ།
bya
7e maand
hond
ཁྱི།
khyi
8e maand
varken
ཕག
phag
9e maand
rat
བྱི།
byi
10e maand
rund
གླང་།
glang
11e maand
tijger
སྟག
stag
12e maand
haas
ཡོས་
yos
  • Volgens de seizoenen. Gedurende de Tibetaanse Yarling-dynastie (7e tot 9e eeuw n.Chr.) kregen maanden een naam volgens de seizoenen. De vier seizoenen hadden elk drie maanden. Een maand heette dan de vroege, midden- of late maand van het seizoen.
Vroege lentemaand
(dpyid-zla ra-ba)
middenste lentemaand
(dpyid-zla 'bring-po)
late lentemaand
(dpyid-zla mtha'-chung)
Vroege zomermaand
(dbyar-zla-zla ra-ba)
middenste zomermaand
(dbyar-zla 'bring-po)
late zomermaand
(dbyar-zla mtha'-chung)
Vroege herfstmaand
(ston-zla ra-ba)
middenste herfstmaand
(ston-zla 'bring-po)
late herfstmaand
(ston-zla mtha'-chung)
Vroege wintermaand
(dgun-zla ra-ba)
middenste wintermaand
(dgun-zla 'bring-po)
late wintermaand
(dgun-zla mtha'-chung)
  • Volgens maandnummer. In de tweede helft van de 13e eeuw introduceerde koning Chos-rgyal 'Phags-pa het tellen van de maanden volgens rangnummer, de Hor-maand, d.w.z. Mongoolse maand.

 3e Hor-maand (hor-zla gsum-pa)
 4e Hor-maand (hor-zla bzhi-pa)
 5e Hor-maand (hor-zla lnga-pa)
 6e Hor-maand (hor-zla drug-pa)
 7e Hor-maand (hor-zla bdun-pa)
 8e Hor-maand (hor-zla brgyad-pa)

 9e Hor-maand (hor-zla dgu-pa)
10e Hor-maand (hor-zla bcu-pa)
11e Hor-maand (hor-zla bcu-gcig-pa)
12e Hor-maand (hor-zla bcu-gnyis-pa)
 1e Hor-maand (hor-zla dang-po)
 2e Hor-maand (hor-zla gnyis-pa)

Merk op dat de telling van deze maanden niet samenvalt met het traditionele begin van het Tibetaanse jaar. De Mongoolse maanden 1 en 2 behoren tot het volgende, resp. het vorige jaar.

Schrikkelmaandregeling

De Tibetaanse kalender is gebaseerd op de verhouding

67 maanmaanden = 65 zonnemaanden.

Dit wordt gezien als een exacte verhouding. Deze zienswijze maakt de Tibetaanse kalender uniek ten opzichte van andere kalenders, inclusief de Indische. In de Indische Kālacakra-kalender werd deze verhouding vermeld als een benadering, niet als een exact gegeven.

Omdat een periode van 65 maanden (khyim-zla) van het zonnejaar overeenkomt met 67 synodische of lunaire maanden (tshes zla), werd om de 32,5 maanden, een schrikkelmaand (zla-bshol) ingevoegd, zodat het gemiddelde jaar van de Tibetaanse kalender overeenkomt met het zonnejaar.

Welke maand tijdens het derde jaar (na ongeveer 32 of 33 maanden) werd ingevoegd als schrikkelmaand, werd beslist door de officiële astroloog.[10]

Dagen (zhag)

Natuurlijke dag

De dag begint bij de ochtendschemering. Een ’natuurlijke dag’ (nyin-zhag) betekent in Tibet de tijdspanne tussen twee opeenvolgende ochtendschemeringen.

Lunaire dag

De tijd die de maan nodig heeft voor een elongatie van 12 graden heet een ’lunaire dag’ (tshes-zhag). De lente van een lunaire dag schommelt sterk wegens de zogenaamde anomalie in de beweging van de maan rond de aarde en van de aarde rond de zon. In een synodische maand heeft de maan een elongatie van 360 graden.

Zodiakale dag

Een dertigste deel van een zonnemaand (khyim-zla) is een khyim-zhag. Men zou dit zodiakale dag (zodiakdag, dierenriemdag) kunnen noemen. Dit begrip is niet bekend in de gebruikelijke wetenschappelijke terminologie.

De dagen van de maand

De nummering van de dagen van de maand is ingewikkeld. Om het theoretische Tibetaanse jaar van 360 dagen in overeenstemming te brengen met de werkelijke lengte van twaalf maanmaanden (een ’maanjaar’ van ca. 354 dagen), wordt soms, anders dan in de Chinese kalender, een extra dag toegevoegd (tsi lhag-pa). Dat houdt in, dat de „zoveelste” dag van de maand twee keer na elkaar voorkomt: bijvoorbeeld, na woensdag de tiende dag van de maand kan nog eens donderdag de „tiende” dag van de maand volgen. Anderzijds wordt regelmatig een dag van de maand weggelaten (tsi chad-pa), omdat dit als een ongunstige dag wordt beschouwd. Door dit weglaten en verdubbelen van dagen, valt de volle maan steeds op de dag met nummer 15 en de laatste dag van de maand op dag 30, ook al heeft de maand in totaal eigenlijk slechts 29 dagen. Soms wordt in een maand zowel een dag toegevoegd als weggelaten.

De regels en redenen waarop men zich baseert om een dag als gunstig te beschouwen om deze te verdubbelen, of weg te laten omdat deze ongunstig lijkt, zijn veelvuldig. Een officiële astroloog bereidde de kalender voor het volgende jaar voor en besliste welke ongunstige dagen men het beste kon weglaten en welke gunstige dagen men kon toevoegen.[10]

Een aantal van de criteria om dagen weg te laten of te verdubbelen hangen af van de jaarcyclus en het element van de dag.[11]

Dagen van de week
  • Zondag en dinsdag hebben het element vuur en worden in verband gebracht met boosheid
  • Maandag en woensdag: element water. Maandag is de beste dag; woensdag wordt beoordeeld als een goede dag om iets te krijgen maar een slechte dag om te geven.
  • Donderdag: lucht; een van de gunstigste dagen.
  • Vrijdag en zaterdag staan in verband met aarde. Zaterdag is zoals woensdag.
Dagen van de maand
  • De 1e dag vindt men ongunstig om een project of reis te beginnen.
  • De 2e dag is slecht om te reizen.
  • De 4e dag is ongunstig voor ziekten en ongevallen; zo ook de 14e en de 24e.

Wanneer een speciale dag op een verdubbelde dag valt, wordt hij gewoonlijk gevierd op de tweede dag, maar kan ook gevierd worden op de eerste dag, wanneer dit beter uitkomt. Een gedenk- of feestdag die op een weggelaten dag valt, wordt gevierd op de voorafgaande dag.

De dagen van de week

Weken bestaan uit zeven dagen. De namen van de weekdagen (gza') zijn gebaseerd op de hemellichamen.

Dag Tibetaans Wylie Uitspraak Hemellichaam
zondag གཟའ་ཉི་མ་ gza' nyi ma Sa nyima Zon
maandag གཟའ་ཟླ་བ་ gza' zla ba Sa dawa Maan
dinsdag གཟའ་མིག་དབར་ gza' mig dmar Sa migmar Mars
woensdag གཟའ་ལྷག་པ་ gza' lhak pa Sa lhakpa Mercurius
donderdag གཟའ་ཕུར་པུ་ gza' phur bu Sa phurbu Jupiter
vrijdag གཟའ་པ་སངས་ gza' pa sangs Sa pasang Venus
zaterdag གཟའ་སྤེན་པ་ gza' spen pa Sa pemba Saturnus

De weekcyclus van zeven dagen blijft gewoon in dezelfde volgorde doorlopen: dagen van de week worden niet weggelaten of verdubbeld, of verspringen niet bij een maand- of jaarbegin.

De namen Nyima, „Zon”, Dawa, „Maan”, Lhakpa, „Mercurius” en Pasang, „Venus” worden vaak gegeven aan kinderen die respectievelijk op een zondag, maandag, woensdag of vrijdag geboren werden.

Bronnen en weblinks

Verwijzingen