Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Gaston Delbeke

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gaston Delbeke (Gent, 25 februari 191329 mei 1948) was een collaborateur tijdens de Tweede Wereldoorlog.[1][2]

Levensloop

Delbeke groeide op in Gent waar hij met zijn moeder woonde na de scheiding van zijn ouders. Hij ging tot zijn 15e naar de lagere school en volgde nadien twee jaar avondles aan het Provinciaal Handels- en Taalinstituutin Gent waar hij Frans, Engels en Duits studeerde.

Hij runde voor de oorlog een winkel met ’koloniale waren’.

Tijdens de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werd Delbeke gemobiliseerd en hij nam deel aan de Achttiendaagse Veldtocht. Door de oorlog viel zijn verkoop in de winkel stil.

In tegenstelling tot de meeste andere collaborateurs was er voor de oorlog geen sprake van dat Delbeke extremistisch was of lid was van extremistische bewegingen. Toch werd hij in september 1940 chauffeur bij de Sipo SD. Delbeke was hier een erg atypische Belgische werknemer bij de SIPO/SD aangezien de andere Belgische personeelsleden voornamelijk ideologisch gemotiveerd waren, terwijl historici vermoedden dat Delbeke enkel om het geld voor de Duitsers werkte.

Toen generaal Alexander von Falkenhausen opdracht gaf het loon te verlagen van 2300 naar 1500 frank, kreeg Delbeke van zijn chef Ahlers de raad om een examen af te leggen als tolk. Hoewel hij faalde werd hij dankzij Ahlers eind 1942 toch aangenomen als tolk.

Hij werd in april 1944 overgeplaatst naar de Geheime Feldpolizei waar hij een van de beruchtste ondervragers werd.

Na de oorlog werd Delbeke aangeklaagd en verklaarde hij het volgende: Ik moest dan ook de gevangenen van het bureel der S.D. naar de gevangenis overbrengen en omgekeerd en wanneer er razzia’s uitgevoerd werden door de Duitsers, moest ik hen ook vervoeren. Het is ook gebeurd dat ik als tolk moest optreden, wanneer er geen eigenlijke tolk [andere Vlaamse tolk] (S.D.) aanwezig was, ter gelegenheid van een huiszoeking of een aanhouding. In die omstandigheden moest de autovoerder ter plaatse meegaan om desnoods de sterke hand te verlenen. Als autovoerder ben ik nooit verbonden geweest aan een of andere Duitse beambte […].

Delbeke en 22 andere beklaagden van de Gentse SIPO werden na de oorlog aangeklaagd. Delbeke en 15 anderen verschenen op 16 december 1946 voor de krijgsraad, drie anderen waren opgesloten in Nederland en nog eens 5 anderen waren op de vlucht en spoorloos. Op 18 december verschenen verschillende getuigen die verklaringen aflegden over de misdaden van Delbeke, waaronder volksvertegenwoordiger Achille Heyndrickx die in 1943 werd gearresteerd. Verschillende getuigen, zowel mannen als vrouwen, verklaarden door Delbeke te zijn mishandeld. Volgens Hector Bruyneel ging Delbeke zo hard tekeer dat hij beide benen van Marcel Lagache brak. Delbeke zou ook betrokken zijn geweest bij de arrestatie van verschillende mannen die in de gevangenis van Wolfenbüttel werden onthoofd.

Delbeke ontkende de meeste beschuldigingen en verklaarde bij andere dat hij enkel bevelen opvolgde. Op 9 januari werden Delbeke en zeven andere beklaagden tot de doodstraf veroordeeld. In beroep werd zijn straf bevestigd op 17 mei 1947. Ook zijn genadeverzoek werd op 19 december 1947 afgewezen.

Op 29 mei 1948 werden Delbeke en 7 andere collaborateurs gefusilleerd. Delbeke en enkele anderen dienen nog een genadeschot te krijgen. Bij Delbeke werd dit genadeschot gegeven door een legerofficier de door toedoen van Delbeke was gedeporteerd tijdens de oorlog.[3][4]

Delbeke werd eerst begraven in het familiegraf op de Westerbegraafplaats maar later ontgraven en herbegraven op een onbekende plek. Op zijn doodsprentje stond een fragment uit het gedicht O liefste Jesu zoet van Guido Gezelle.

Post Mortem

In 2019 bracht zijn kleinzoon en historicus Francis Weyns het boek De schaduwjaren uit over zijn grootvader Gaston Delbeke, en zijn andere (stief)grootvader Jan Van Ceulebroeck die eveneens collaboreerde met de Duitsers.[5][6]

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties