Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Muziekonderwijs: verschil tussen versies

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
 
Regel 73: Regel 73:


[[Categorie:Muziekonderwijs| ]]
[[Categorie:Muziekonderwijs| ]]
[[Categorie:Deeltijds kunstonderwijs]]

Huidige versie van 27 jun 2018 om 17:07

Dit artikel valt onder beheer van Dorp:Luisterrijk.

Tegenwoordig behoort muziekonderwijs in vrijwel elke cultuur tot algemene ontwikkeling. Het ontstaan van het huidige muziekonderwijssysteem is echter een proces geweest dat al ruim 300 jaar loopt, en nog steeds niet volwaardig is.

Ontwikkeling van muziekonderwijssystemen

Geschiedenis

Muziekonderwijs is ongeveer zo oud als de muziek zelf. Bij vele primitieve volkeren is nog steeds sprake van mondeling, schriftelijk of imitatorisch (voordoen-nadoen) doorgeven van muzikale theoretische en praktische kennis, instrumentenbouw en bijbehorende uitvoeringspraktijken.

Het muziekonderwijs was tot de late middeleeuwen nagenoeg uitsluitend het domein van kerken en kloosters. Muziekonderwijs stond gelijk met opleiding in een kerkkoor. Sedert de renaissance kwam ook de wereldse muziek meer tot ontwikkeling, zodat kerkelijke kapelmeesters wat konden bijverdienen aan het hof van edelen en prinsen. Dit systeem breidde zich verder uit: rijke ouders betaalden beroepsmuzikanten om hun kinderen de basis van de muziek aan te leren. Muziekonderwijs was ook nauw verweven met onderwijs in andere wetenschappen, zoals retorica, wiskunde en talen.

Vivaldi bijvoorbeeld gaf les in een meisjesweeshuis in Venetië, het Pio Ospedale della Pietà, waar de meisjes vioolles kregen. Dit resulteerde overigens ook in vele nieuwe werken van de hand van deze componist.

Koningen en andere edelen kregen soms ook op latere leeftijd nog les. Zo is bekend dat onder anderen Wolfgang Amadeus Mozart en Antonio Salieri les hebben gegeven aan de Oostenrijkse koning.

Lange tijd bleef muziekles iets dat alleen rijke mensen zich konden veroorloven. Deze muzieklessen waren privélessen: scholen besteedden überhaupt geen aandacht aan muziek. Vanaf de 19e eeuw werden muzieklessen echter toegankelijker voor mensen uit alle standen. Deze lessen waren nog altijd privélessen, maar veel goedkoper.

Van veel uitvoerende musici en componisten is bekend dat ze privé-onderwijs gaven, om aan neveninkomsten te komen. Zo had Chopin aardig wat (vermogende) leerlingen voor wie hij ook stukken schreef, die dan wel weer zo moeilijk waren dat ze wel genoodzaakt waren lessen bij hem te volgen om ze te kunnen spelen.

Pas bij de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog kwamen muzieklessen op school goed op gang, destijds nog als ’muziekuurtje’ voor de kleuterklassen. Ook werden toen vele aparte gesubsidieerde muziekscholen opgericht, waar kinderen les konden krijgen en naar draagkracht betaald kon worden. De reden voor meer accent op muziekonderwijs in de naoorlogse periode lag ook in de filosofie dat kunst de massa kon verheffen, en in het feit dat vele politici de kunst wilden nivelleren, zodat het voor brede lagen van de bevolking beschikbaar en toegankelijk werd. Vanaf midden jaren 1980 werden echter veel scholen geprivatiseerd of samengevoegd met andere culturele onderwijsvormen, omdat de kosten voor de scholen te hoog werden. Daarnaast was er hierdoor een grote groei van private scholen en muziekpraktijken.

Het ontstaan van de huidige vorm van muziekonderwijs, vooral in landen met een protestantse traditie, is deels ook toe te schrijven aan de 17e-eeuwse ontwikkelingen in Noord-Amerika. Puriteinen drukten er het Bay Psalm Book, dat informatie verstrekte over solfège. Noordelijke kolonisten in Amerika leerden zichzelf op deze manier de basis van de muziek.

Tegelijkertijd werd de muzikaliteit van de meest zuidelijke Noord-Amerikanen ontwikkeld met het zogenaamde ’rote learning’-systeem; een systeem dat uitging van het ’leren-door-repeteren’-principe.

Standaards

In de eeuwen na de eerste muzieklessen bepaalden de leraren zelf de standaards voor de muziek. De Amerikaanse organisatie MENC besloot in de 20e eeuw echter dat er een systeem met algemene standaards moest komen, en zo ontwikkelden zij de negen National Standards for Music Education, die in 1994 werden gepresenteerd en sindsdien over de hele wereld worden gebruikt. Deze standaards zijn:

Muziekonderwijs in Nederland

Het Nederlandse muziekonderwijs is sinds de Tweede Wereldoorlog erg uitgebreid en opgesplitst in tientallen verschillende onderdelen. Vanaf de basisschool worden de meeste Europese kinderen nog steeds, vaak door vakleerkrachten, al enigszins muzikaal gevormd, door middel van simpele kinderliedjes en dansjes. In Nederland maakt op het middelbare onderwijs het muziekonderwijs (verplicht) deel uit van de basisvorming. Het muziekonderwijs op scholen loopt echter terug. Sommige scholen compenseren dat door samenwerking met muziekscholen te zoeken. Daarnaast verschijnen er commerciële scholen zoals de Blazersklassen van Yamaha, die in samenwerking met reguliere scholen opereren.

De particuliere of gemeentelijke muziekscholen zijn ook een belangrijk onderdeel in het Nederlandse muziekonderwijs. Op deze scholen leren leerlingen gericht bepaalde muziekinstrumenten bespelen, of kunnen zij solfègelessen of zangles volgen. Deze muziekscholen zijn niet academisch gericht en worden vaak al vanaf jonge leeftijd bezocht. Algemene Muzikale Vorming is daarin dan ook belangrijk, bedoeld voor kinderen vanaf zes jaar. De particuliere muziekscholen hebben steeds meer kansen door de ontwikkelingen op het gebied van de gesubsidieerde muziekscholen; deze subsidies worden steeds vaker geschrapt of verminderd waardoor deze muziekscholen in de problemen komen.

De amateuristische koren en orkesten, die bijvoorbeeld door muziekscholen, kerken, scholen of andere instanties worden opgericht, zijn een essentieel onderdeel in de muzikale vorming, en bevredigen één van de standaards van de MENC: het samenspel.

Ook op academisch niveau zijn er verschillende (officiële) studies die met muziek te maken hebben. Het conservatorium is daarvan de bekendste. Veel conservatoria kwamen voort uit Muzieklycea. Een conservatorium is een hogere opleiding waar men zich kan opleiden tot musicus, componist, dirigent, acteur of danser. Het conservatorium is doorgaans opgesplitst in ’lichte muziek’ en ’klassieke muziek’ hoewel er vanaf eind jaren 1990 ook een trend is tot ’cross-over’-opleidingen, wereldmuziek, en popmuziek. Ook op universitair niveau is de studie muziekwetenschap, waar voornamelijk muziektheorie, -historie en -cultuur wordt aangeleerd.

Muziekonderwijs in Vlaanderen

Het muziekonderwijs kan privé zijn: van een beroemde musicus die tegen betaling masterclasses geeft, tot de gitaarwinkel die de klanten een introductiecursus in de prijs mee aanbiedt.

De Vlaamse overheid organiseert en subsidieert muziekonderwijs. Vlaanderen heeft een lange traditie van gemeentelijke muziekscholen en muziekacademies (zie o.m. Peter Benoit).

In elke grote gemeente bestaat een muziekafdeling van het deeltijds kunstonderwijs. Deze zijn de opvolger van de muziekscholen en muziekacademies en worden door het publiek ook nog steeds zo genoemd. Daar kunnen jongeren vanaf acht jaar en volwassenen mits een inschrijvingsbedrag een door de overheid gecontroleerd aanbod van individuele of groepscursussen volgen, zowel theoretisch als praktisch gericht.

Verder situeert het erkende muziekonderwijs zich op de volgende niveaus:

  • In het gewone kleuter- en lager onderwijs is muziek of "muzische vorming" een onderdeel van de leerstof.
  • Ook in de eerste graad van het secundair onderwijs in muzikale opvoeding een verplicht één-uursvak in het eerste leerjaar.
  • In het buitengewoon onderwijs is muziek geen verplicht vak, maar bijna alle BLO-scholen, en veel BuSO-scholen programmeren het vanwege de vormende tot therapeutische waarde ervan.
  • In de tweede en derde graad van het kunstsecundair onderwijs kan men een afdeling muziek volgen.
  • Aan een hogeschool bestaat de professionele vorming (master-niveau) tot musicus, componist, muziekpedagoog, zanger, ... aan een conservatorium.
  • Ook aan een hogeschool kan men een bachelor behalen om muziekleraar te worden. En uiteraard staat muziek ook als opleidingsonderdeel geprogrammeerd bij de bachelors ’kleuteronderwijs’ en ’lager onderwijs’, omdat zijzelf de muzikale vorming moeten doorgeven.
  • Aan de universiteit komt de muziek als studie-object in de opleiding master in de musicologie aan bod.

Zie ook

Weblinks