Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Oorzakelijkheid

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Oorzakelijkheid, causaliteit of de wet van oorzaak en gevolg verwijst naar de veronderstelling of theorie dat een gebeurtenis plaatsvindt als gevolg van een andere gebeurtenis die daaraan voorafging: een oorzaak gaat vooraf aan een gevolg. Men spreekt in dergelijke gevallen van een causaal verband tussen deze gebeurtenissen.

Filosofische betekenis

Over de aard van causaal verband zijn de meningen verdeeld. Sommige filosofen menen dat het slechts een product is van ons verstand of zelfs onze verbeeldingskracht, anderen menen dat causale verbanden wel degelijk realiteiten zijn.

Aristoteles onderscheidde vier vormen van causaliteit:[1]

  • de materiële oorzaak (waar is het van gemaakt);
  • de vormelijke oorzaak (hoe is het gebouwd);
  • de bewegende oorzaak (wat maakte het mogelijk);
  • de finale oorzaak (waar is het voor bedoeld).

Rationalistische filosofen zoals Descartes zagen causaliteit in de logische relatie tussen premissen en conclusies.

Hume als empirist veronderstelde dat wij slechts op het idee komen van een causaal verband daar het ene verschijnsel altijd gevolgd pleegt te worden door het ander. Twee verschijnselen worden in onze gedachten geassocieerd; als we het ene zien verwachten wij het andere. Met dit associatieverband verklaarde Hume ons gevoel van noodzakelijkheid dat voor ons met causaliteit verbonden is. In werkelijkheid, zo stelt Hume, is causaliteit niets anders dan constante opeenvolging.

Religieuze betekenis

Oorzakelijkheid neemt een belangrijke plaats in in het boeddhisme. Boeddha gebruikte oorzakelijkheid om de werkelijkheid te begrijpen. Hij ging niet uit van een schepper, maar van de oorzakelijkheid van hetgeen zich in het hier en nu manifesteert.

Een belangrijke boeddhistische lering waarin oorzakelijkheid centraal staat is de lering van het afhankelijk ontstaan. De lering van het afhankelijk ontstaan behandelt zowel het algemene principe van oorzakelijkheid, als een meer specifieke oorzakelijkheid gericht op het ontstaan van of de oorzaak van het lijden. Ook de lering van de Vier Nobele Waarheden beziet het lijden in termen van oorzaak en gevolg. In de lering van nu-causaliteit wordt het principe van oorzakelijkheid volstrekt in het hier en nu toegepast.

Wetenschappelijke betekenis

Bij het toetsen van een hypothetische verklaring is het belangrijk dat er daadwerkelijk een causaal verband denkbaar is tussen de vermeende oorzaak en het te verklaren gevolg, anders heeft de uitkomst van de toets geen betekenis.

Een bekend voorbeeld is het volgende. In de periode 1960-1980 nam het aantal geboorten in Duitsland af. In dezelfde periode nam ook het aantal ooievaars in Duitsland af. Een reden om de theorie te handhaven, dat kinderen door de ooievaar worden gebracht, is dit louter statistische verband echter niet.

Een betere hypothese zou zijn dat de pil in die periode geïntroduceerd werd, wat een betere anticonceptie mogelijk maakte. Er is tenslotte wel een causaal verband denkbaar tussen anticonceptie en geboorten.

Juridische betekenis

Oorzaak en gevolg zijn in het strafrecht verankerd in het leerstuk van de causaliteit. Deze volgt telkens uit de delictsomschrijving van de specifieke strafbaarstelling en werd in het verleden doorgaans door de rechter vastgesteld door gebruik te maken van bestaande (uit de filosofie afkomstige) theorieën.

Eén van die theorieën is de conditio sine qua non. Volgens deze theorie geldt als oorzaak elke voorwaarde die niet kan worden weggedacht zonder dat daardoor ook het gevolg wegvalt. Bijvoorbeeld: een automobilist rijdt roekeloos een kruising op, ramt een fietser en die overlijdt vervolgens. De vraag is dan of men het roekeloze rijden kan wegdenken zonder dat daarmee ook de dood van de fietser wegvalt.

Een andere causaliteitstheorie is de causa proxima theorie. Dan kijkt men naar de oorzaak die het dichtst bij het gevolg ligt. Deze theorie was een reactie op de conditio sine qua non-theorie, maar heeft in het strafrecht nooit veel invloed gehad. De theorie heeft in een paar arresten haar sporen achtergelaten, bijv. het Slagkwikpijpjes-arrest.

Dan is er nog de theorie van de redelijke voorzienbaarheid, ook wel de leer van de adequate veroorzaking of adequatieleer genoemd. Hier wordt onderscheid gemaakt tussen de subjectieve voorzienbaarheid (wat de verdachte wist ten tijde van het plegen van een delict) en de objectieve voorzienbaarheid (wat naar algemene ervaringsregels redelijkerwijze te voorzien was). Arresten waarin het criterium van de redelijke voorzienbaarheid gehanteerd wordt, zijn: Etalageruit-arrest, Oosthuizense spoorwegovergang, overval bejaarde man, Eierschedel-arrest.

Het thans heersende causaliteitscriterium is dat van de redelijke toerekening. De Strafkamer van de Hoge Raad paste dit criterium voor het eerst toe in de Letale Longembolie-zaak uit 1978. De redelijke toerekening is afkomstig uit het privaatrecht, waar het door de civiele kamer van de Hoge Raad in HR 20 maart 1970,NJ 1970, 521 geïntroduceerd werd. De redelijke toerekening verschilt van de bestaande causaliteitstheorieën doordat het steeds nadere invulling behoeft door 'redengevende feiten en omstandigheden'. Deze worden door de rechter ingevuld op basis van bijvoorbeeld het gedrag van de verdachte, de mate van schuld van de verdachte en de strekking van het delict. Daarnaast bieden de bestaande causaliteitstheorieën de rechter, in een meer algemene zin, steun om de redelijke toerekening mee in te kleuren.

Het voordeel van de redelijke toerekening is dat het ruimte geeft de causaliteit niet krampachtig onder één theorie te scharen. Hierin is ook de kritiek op de redelijke toerekening gelegen: het zou de rechter wellicht te veel ruimte kunnen bieden. Daarnaast is het een vaag criterium en wordt het ook wel eens een 'cirkelredenering' genoemd.

Enkele arresten waarin de redelijke toerekening toepassing vindt: aortaperforatie (medische fout staat een redelijke toerekening niet in de weg), letale longembolie (het optreden van een medische complicatie zoals longembolie staat redelijke toerekening niet in de weg), niet-behandelde longinfectie (besluit van het slachtoffer om longinfectie niet te laten behandelen, staat redelijke toerekening niet in de weg, omdat de situatie waarin het slachtoffer zich gedwongen zag deze beslissing te nemen aan de dader te wijten is).

Zie ook


Referenties