Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Christiaan Glasz: verschil tussen versies

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
(https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Christiaan_Glasz&oldid=57699646 -1- 84.82.93.80 7 dec 2020)
(Versie 320642 van O (overleg) ongedaan gemaakt)
Label: Ongedaan maken
 
Regel 1: Regel 1:
CHRISTIAAN GLASZ (29 maart 1904 – 23 maart 1996).  
[[Bestand:Prof. Ch. Glasz, 1957.jpg|thumb|Glasz (1957)]]
'''Christiaan Glasz''' ([[Alkmaar]], [[29 maart]] [[1904]]<ref>{{Citeer web|url=https://hoogleraren.leidenuniv.nl/id/907|titel=Leidse hoogleraren - Glasz, Christiaan|bezochtdatum=2020-12-22|auteur=|achternaam=|voornaam=|datum=|werk=|uitgever=[[Universiteit Leiden]]|taal=}}</ref> [[Aerdenhout]], [[23 maart]] [[1996]]) was een Nederlands hoogleraar en rector van de [[Nederlandse Economische Hogeschool]].  


Zoon van Pieter Jacob Glasz (Doopsgezind predikant) en Johanna Hermina Knapper. Echtgenote: Sjoukje de Jong.  
== Opleiding en loopbaan ==
Glasz legde in 1937 het doctoraal examen af aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, later herdoopt tot Nederlandsche Economische Hoogeschool (N.E.H.), die weer later deel ging uitmaken van de [[Erasmus Universiteit Rotterdam]].  


Glasz legde in 1937 het doctoraal examen af aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam. (Later herdoopt tot Nederlandsche Economische Hoogeschool (N.E.H.), die weer later deel ging uitmaken van de Erasmus Universiteit Rotterdam.)
Hij werd in 1938 adviseur van de Hollandsche Sociëteit van Levensverzekeringen<ref>Biografische gegevens in: Tien jaar economisch leven in Nederland, 1955, p.332 en in: Agon Bibliotheek, Opstellen over openbare financiën 2, 1966, p.11.</ref> en in 1945 gewoon hoogleraar in het Geld-, crediet- en bankwezen aan de N.E.H. als opvolger van [[Piet Lieftinck]] die tot minister van Financiën was benoemd. Glasz had trouwens enige tijd in zijn staf twee toekomstige ministers van Financiën, [[Johan Witteveen]] en [[Jelle Zijlstra]].


Hij werd in 1938 adviseur van de Hollandsche Sociëteit van Levensverzekeringen en in 1945 gewoon hoogleraar in het Geld-, crediet- en bankwezen aan de N.E.H. als opvolger van Prof. dr. P. Lieftinck die tot minister van financiën was benoemd. (Glasz had trouwens enige tijd in zijn staf twee toekomstige ministers van financiën, H. J. Witteveen en J. Zijlstra.)
In 1967 beëindigde hij zijn werk aan de N.E.H.; hij was inmiddels benoemd tot gewoon hoogleraar in de Leer van de openbare financiën aan de [[Rijksuniversiteit Leiden]]. In 1974 ging hij daar met emeritaat.


In 1967 beëindigde hij zijn werk aan de N.E.H.; hij was inmiddels benoemd tot gewoon hoogleraar in de Leer van de openbare financiën aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 1974 ging hij daar met emeritaat.
Zijn belangstelling ging in het bijzonder uit naar de omvang en samenstelling der nationale besparingen en naar het geleidelijk verdwijnen van het ''rentier aspect of capitalism'' (Keynes), de omstandigheid dat de besparingen van de particuliere belegger, die in de 19e eeuw het voornaamste aanbod vormden op de kapitaalmarkt, na de Tweede Wereldoorlog aan relatieve betekenis inboetten ten gunste van de besparingen van ondernemingen, institutionele beleggers en de overheid.


''God geve ons het vermogen en de wilskracht onze oogen te gebruiken om te zien.'' Aldus besloot Glasz zijn intreerede in Rotterdam. De uitspraak duidt erop dat hij eerder de verschijnselen wenste te kennen dan de meningen over die verschijnselen. Hij placht uit te gaan van op deugdelijkheid onderzochte cijfers, die hem vaak aanleiding gaven om gangbare opvattingen of algemeen aanvaarde theorieën te nuanceren of geheel te herzien.  
Glasz was rector magnificus van de N.E.H. in de jaren 1949/50 en 1957/58 en daarnaast van 1948 tot 1963 een van de directeuren van het [[Nederlands Economisch Instituut]]. Hij was commissaris bij enkele financiële instellingen en van 1958 tot 1972 koninklijk commissaris bij De Nederlandsche Bank en voorzitter van de Bankraad.


Zijn belangstelling beperkte zich niet tot monetaire en bancaire onderwerpen maar ging uit naar de gehele financiële sector. Hij had speciaal aandacht voor de omvang en samenstelling der nationale besparingen en voor het geleidelijk verdwijnen van het ''rentier aspect of capitalism'' (Keynes), de omstandigheid dat de besparingen van de particuliere belegger, die in de 19e eeuw het voornaamste aanbod vormden op de kapitaalmarkt, na de Tweede Wereldoorlog aan relatieve betekenis inboetten ten gunste van de besparingen van ondernemingen, institutionele beleggers en de overheid.
Onder Glasz' promovendi bevonden zich twee toekomstige hoogleraren, [[Folkert de Roos]] (Vrije Universiteit Amsterdam) en [[Hans Bosman]] (Tilburg) en een toekomstige bestuursvoorzitter van de [[Algemene Bank Nederland]], [[André Batenburg]].


Zijn bestuurlijke vaardigheden waren bekend. Professor H. W. Lambers schreef eens over de regent Glasz: ''hij is in zeer moeilijke situaties ineens aanwezig en vormt zich een zorgvuldig oordeel, waaraan niet meer te tornen valt en dat in werkelijkheid wordt omgezet. Dit met een rimpelloze hoffelijkheid, die het staal, waarmee de besluitvorming is gewapend, een milde glans geeft.''
== Publicaties ==
Een selectie uit de publicaties van Glasz:
* Hypotheekbanken en woningmarkt in Nederland, 1935.
* Tien jaar ontwikkeling van de vermogensstructuur, 1955 (In: Tien jaar economisch leven in Nederland – Herstelbank 1945-1955).
* Nieuwe vermogensverhoudingen, 1957 (Rectorale rede Rotterdam).
* Groeizaam financieel beleid, 1966 (Intreerede Leiden).
* Geld en maatschappij – inleiding tot de financiële organisatie van de volkshuishouding, 1968 (Co-auteur dr. G. J. M. Vlak).


Onder Glasz' promovendi bevonden zich twee toekomstige hoogleraren, F. de Roos (Amsterdam VU) en H.W.J. Bosman (Tilburg) en een toekomstige bestuursvoorzitter van de Algemene Bank Nederland, A. Batenburg.
{{Appendix}}
 
{{authority control|TYPE=p|Wikidata=Q77083428 }}
Glasz was commissaris bij enkele financiële instellingen en was van 1958 tot 1972 Koninklijk Commissaris bij De Nederlandsche Bank.
{{DEFAULTSORT:Glasz, Christiaan}}
 
[[Categorie:Nederlands hoogleraar]]
Een selectie uit de publicaties van Prof. Ch. Glasz:
[[Categorie:Rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam]]
 
[[Categorie:Hoogleraar aan de Universiteit Leiden]]
Hypotheekbanken en woningmarkt in Nederland, 1935.
Tien jaar ontwikkeling van de vermogensstructuur, 1955 (In: Tien jaar economisch leven in Nederland – Herstelbank 1945-1955).
Nieuwe vermogensverhoudingen, 1957 (Rectorale rede Rotterdam).
Groeizaam financieel beleid, 1966 (Intreerede Leiden).
Geld en maatschappij – inleiding tot de financiële organisatie van de volkshuishouding, 1968 (Co-auteur dr. G. J. M. Vlak).

Huidige versie van 4 jan 2021 om 23:38

Bestand:Prof. Ch. Glasz, 1957.jpg
Glasz (1957)

Christiaan Glasz (Alkmaar, 29 maart 1904[1]Aerdenhout, 23 maart 1996) was een Nederlands hoogleraar en rector van de Nederlandse Economische Hogeschool.

Opleiding en loopbaan

Glasz legde in 1937 het doctoraal examen af aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, later herdoopt tot Nederlandsche Economische Hoogeschool (N.E.H.), die weer later deel ging uitmaken van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Hij werd in 1938 adviseur van de Hollandsche Sociëteit van Levensverzekeringen[2] en in 1945 gewoon hoogleraar in het Geld-, crediet- en bankwezen aan de N.E.H. als opvolger van Piet Lieftinck die tot minister van Financiën was benoemd. Glasz had trouwens enige tijd in zijn staf twee toekomstige ministers van Financiën, Johan Witteveen en Jelle Zijlstra.

In 1967 beëindigde hij zijn werk aan de N.E.H.; hij was inmiddels benoemd tot gewoon hoogleraar in de Leer van de openbare financiën aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 1974 ging hij daar met emeritaat.

Zijn belangstelling ging in het bijzonder uit naar de omvang en samenstelling der nationale besparingen en naar het geleidelijk verdwijnen van het rentier aspect of capitalism (Keynes), de omstandigheid dat de besparingen van de particuliere belegger, die in de 19e eeuw het voornaamste aanbod vormden op de kapitaalmarkt, na de Tweede Wereldoorlog aan relatieve betekenis inboetten ten gunste van de besparingen van ondernemingen, institutionele beleggers en de overheid.

Glasz was rector magnificus van de N.E.H. in de jaren 1949/50 en 1957/58 en daarnaast van 1948 tot 1963 een van de directeuren van het Nederlands Economisch Instituut. Hij was commissaris bij enkele financiële instellingen en van 1958 tot 1972 koninklijk commissaris bij De Nederlandsche Bank en voorzitter van de Bankraad.

Onder Glasz' promovendi bevonden zich twee toekomstige hoogleraren, Folkert de Roos (Vrije Universiteit Amsterdam) en Hans Bosman (Tilburg) en een toekomstige bestuursvoorzitter van de Algemene Bank Nederland, André Batenburg.

Publicaties

Een selectie uit de publicaties van Glasz:

  • Hypotheekbanken en woningmarkt in Nederland, 1935.
  • Tien jaar ontwikkeling van de vermogensstructuur, 1955 (In: Tien jaar economisch leven in Nederland – Herstelbank 1945-1955).
  • Nieuwe vermogensverhoudingen, 1957 (Rectorale rede Rotterdam).
  • Groeizaam financieel beleid, 1966 (Intreerede Leiden).
  • Geld en maatschappij – inleiding tot de financiële organisatie van de volkshuishouding, 1968 (Co-auteur dr. G. J. M. Vlak).

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
  1. º Leidse hoogleraren - Glasz, Christiaan. Universiteit Leiden Geraadpleegd op 2020-12-22
  2. º Biografische gegevens in: Tien jaar economisch leven in Nederland, 1955, p.332 en in: Agon Bibliotheek, Opstellen over openbare financiën 2, 1966, p.11.
rel=nofollow
rel=nofollow
rel=nofollow