Op 1 augustus 2018 vierde Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, haar 10-jarig jubileum!

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Stream of consciousness

Uit Wikisage
Ga naar: navigatie, zoeken

Stream of consciousness (Engels voor 'stroom van bewustzijn') is een verhaaltechniek die toegepast wordt bij fictie met de bedoeling een veelvoud aan indrukken weer te geven die zich aan het bewustzijn van een individu spontaan opdringen. De term werd in een niet-literaire context geïntroduceerd door de Amerikaanse psycholoog William James in The Principles of Psychology (1890) .

Ontwikkeling

William James beschreef als psycholoog de continue stroom van gedachten van een persoon, reflecties die voortvloeien uit observaties: onze geest springt zonder duidelijke logica voortdurend van de ene gedachte op de andere. Het was echter May Sinclair die als eerste criticus de term gebruikte om een literaire techniek te beschrijven, met name in in haar bespreking van het werk van Dorothy Richardson uit 1918.

De stream of consciousness-roman maakt gebruik van de techniek van de monologue intérieur. Vroege voorbeelden vinden we in het het 18e-eeuwse werk Tristram Shandy van Laurence Sterne. Aan het einde van de 19e eeuw werd het veelvuldig en voor het eerst als bewust procedé toegepast door Knut Hamsun. In de 20e eeuw werd het toegepast door diverse, met name Engelstalige, schrijvers, onder anderen door Dorothy Richardson, Virginia Woolf en James Joyce. Deze laatste auteur schreef met Ulysses (1922) het beroemdste voorbeeld van schrijven met stream of consciousness. In het boek volgt hij de innerlijke toestand van de hoofdpersonages Leopold, Molly Bloom en Stephen Dedalus op de voet door de flux van gedachten en gevoelens weer te geven. Daardoor wordt de lezer de informatie fragmentarisch aangeboden, vaak geaccentueerd door het ontbreken van interpunctie.

Bekende voorbeelden in de Nederlandstalige literatuur zijn Eva (1927) van Carry van Bruggen, Meneer Visser's hellevaart (1936) van Simon Vestdijk, De Verwondering (1962) van Hugo Claus en Het boek alfa van Ivo Michiels. Ook bij Lodewijk van Deyssels In de zwemschool (1891) en Jeugd (1892) vindt men al sporen van deze techniek.

Techniek

Met stream of consciousness bootst de schrijver het menselijk denken na door weergave van een ononderbroken stroom van ideeën, gevoelens, observaties en herinneringen. In tegenstelling tot verhalen met een conventionele plot kan het thema in stream of consciousness-verhalen plots veranderen of het verhaal kan ineens een andere richting uitgaan. Het volgt als het ware de grilligheid van de gedachten en gevoelens van de personages. De schrijver richt zich slechts zelden rechtstreeks tot de lezer. In plaats daarvan onthult hij het karakter van zijn personages aan de lezer door weer te geven wat zich in hun hoofd afspeelt. Stream of consciousness-verhalen kunnen in de eerste of derde persoon geschreven zijn. Om de illusie van werkelijke gedachten te versterken, wordt niet elke gedachte afgewerkt of volledig uitgesproken. Vaak worden zinnen onderbroken, of 'springt' het personage op een totaal andere gedachte. Ook het weglaten van interpunctie en het fragmenteren van de tekst zijn kunstgrepen die de schrijver daartoe bewust toepast.

Bekende voorbeelden

  • Leutnant Gustl (1901) van Arthur Schnitzler
  • A Portrait of the Artist as a Young Man (1914/1916) van James Joyce
  • Ulysses (1922) van James Joyce
  • The Sound and the Fury (1929) van William Faulkner
  • The Waves (1931) van Virginia Woolf
 
artikel in groei