Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Woonhuis

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rijtjeswoningen.

Een woning oftewel woonhuis is een ruimte of plaats waar men woont, dwz hier kunnen mensen hun primaire levensbehoeften vervullen zoals eten en slapen, en met eventuele medebewoners omgaan, kinderen opvoeden etc.

Een woning kan een gebouw zijn en bevat dan meestal muren, dak, ramen en deuren. Een woning kan zich ook bevinden in een reeds bestaande ruimte zoals een grot of holte.

Huis

Een gebouwde woning wordt ook wel een huis genoemd. Hier gaat het om een gebouw dat muren rondom een binnenruimte heeft, evenals een dak. Een huis biedt bescherming tegen neerslag, wind, extreme temperaturen en tegen mogelijk binnendringende mensen of dieren. De binnenruimte in het huis is vaak verdeeld in verschillende kamers. Veel huizen hebben ook een gang, een trap, een zolder of een kelder. Vaak hebben mensen bij het huis een tuin, vroeger ook wel een erf. Luxueuzere huizen hebben een garage, of zelfs een bijkeuken.

Een huis heeft tenminste één ingang, meestal in de vorm van een deur of een poort. De meeste huizen hebben ook ramen. In Nederland worden via het bouwbesluit allerlei eisen aan een woning gesteld. Zo moet het toilet vanuit de woonkamer via twee deuren bereikt worden.

In de moderne Westerse wereld besteden mensen veel tijd en geld aan hun woning. Niet alleen wordt het vaak fraai ingericht en goed onderhouden (het schoonmaken wordt huishouden genoemd), er wordt ook vaak verbouwd, waarbij bijvoorbeeld de keuken of badkamer wordt vernieuwd, er een uitbouw wordt aangebouwd, bijvoorbeeld een serre.

Soorten huizen

(Zie ook voor een meer uitgebreid overzicht van woningtypes : Lijst van woningtypen.)

Er bestaan drie types huizen naar de manier van bouwen:

  • vrijstaande huizen of open bebouwing
  • huizen die aan één ander huis zijn vastgebouwd. Dit heet 'twee onder één kap',of half -open bebouwing
  • huizen die aan twee zijden aan een ander huis zijn vastgebouwd. Dit wordt meestal een rijtjeshuis genoemd of gesloten bebouwing .

Er bestaan ook types huizen naar het stapelen van woningen boven elkaar:

  • een woning op de begane grond.
  • een woning op een hogere verdieping, ook wel bovenwoning genoemd, vaak wel met een afzonderlijke ingang
  • een appartement, een iets luxere versie van een bovenwoning

Appartementen bevinden zich soms in een flatgebouw, maar kunnen zich ook bevinden in een omgebouwde oudere en grotere woning.

Andere types huizen zijn:

  • de bungalow, een huis dat volledig op de begane grond is, zonder verdiepingen
  • het herenhuis, een groot ruim huis met meerdere verdiepingen en hoge plafonds.
  • een doorzonwoning is een huis met een woonkamer waar je van voor tot achter doorheen kan kijken. Dit is een eufemisme geworden voor het meest gewone type huis.

Naar de bewoning worden huizen onderscheiden in eengezinswoningen, de meest voorkomende soort woning in Nederland en België, waar één gezin het gehele huis bewoont. Voor studerende jongeren bestaat de studentenflat, een over het algemeen groot gebouw met verschillende kamers die samen een keuken delen. Bejaarden wonen soms in een bejaardentehuis, wat oppervlakkig gelijkt op een studentenflat, maar wat meer grote gemeenschappelijke ruimtes bevat, zodat er gemeenschappelijk gegeten kan worden. Vaak is er ook een recreatiezaal. Voor vakanties bestaan er vakantiehuisjes, of recreatiebungalows.

Naar eigendom worden een koophuis, dat door de eigenaar bewoond wordt, en het huurhuis, dat door de bewoner gehuurd wordt van een eigenaar onderscheiden. Om een huis te kopen sluiten veel mensen een lening af, hypotheek genoemd. Een huurhuis wordt soms verhuurd door een huisjesmelker, maar vaker door een woningcorporatie of een beleggingsmaatschappij.

Met huis wordt ook wel een groot gebouw bedoeld, dat eigenlijk een kasteel of paleis is, zoals Huis Doorn, Huis ter Duin of Huis ten Bosch.

Huis naar materiaal

De eerste huizen zijn waarschijnlijk gebouwd van leem dat op gevlochten dunne houtstammen, tenen genoemd, werd aangebracht. Later kwamen er geheel houten huizen van gezaagde planken, en nog later werden huizen van baksteen gebouwd. In zuidelijk Nederland en België worden ook wel huizen van natuursteen gebouwd. Tegenwoordig zijn huizen vaak gebouwd met beton. In het noorden van Nederland waar veelal drassige grond voorkomt wordt tegenwoordig nog steeds gebruik gemaakt van houtskeletbouw (wanden en vloeren van houten frames met daarin isolatiemateriaal en afgewerkt met gevelbekleding), ook wel HSB genoemd. Dit alles omdat er anders een veel draagkrachtigere fundering moet worden aangelegd. Maar bouwen met hout heeft ook nadelen, bijvoorbeeld is de hoogte die behaald kan worden zeer beperkt omdat anders de stabiliteit niet meer te garanderen is. Bij hoogbouw wordt wel beton gebruikt, er moet dan wel een goede fundering worden gemaakt. Bij slappe (veen)grond moeten er houten of betonnen heipalen worden geslagen tot op een steviger zandlaag. Vooral in het westen van Nederland is dit gebruikelijk.

Dieren in huis

Er zijn veel dieren, naast natuurlijk de huisdieren die zich in de loop van de evolutie aan het wonen in huizen hebben aangepast. Voorbeelden zijn huisspinnen, kakkerlakken, huiszwaluwen, faraomieren, tapijtkevers, doodskloppers, wandluizen, huismijten (miljoenen per woning), vlooien van honden en katten. Onschadelijk ongedierte zoals zilvervisjes en pissenbedden houden van warme of vochtige plekken. Voorheen kwamen ook houtwormen en boekenwormen voor, maar die echter zijn verdwenen met de introductie van de centrale verwarming.

Huis in de taal

Het woord huis of thuis komt in zeer veel uitdrukkingen en gezegden voor:

  • Huisje, boompje, beestje: het gewone, bescheiden, burgerleven.
  • Een huis-tuin-en-keuken ding: niets bijzonders, maar juist heel gewoon en alledaags.
  • Als de kat van huis is dansen de muizen op tafel: bijvoorbeeld kinderen gaan keet trappen als de ouders weg zijn.
  • Van huis en haard verdreven: gevlucht met achterlating van alles.
  • Hij is veel uithuizig: hij is weinig thuis.
  • b.b.h.h. = bezigheden buitenshuis hebbende; als afkorting gebruikt in een advertentie van een woningzoekende, of van iemand die een kamer te huur aanbiedt.
  • Ieder huisje heeft zijn kruisje: in elk huis gebeurt er wel eens iets noodlottigs.
  • Het huis ("kot" in Vlaanderen) is te klein: er is ruzie aan de gang.
  • Een zuinige huisvrouw bouwt huizen als kastelen: met een zuinige huisvrouw houdt het gezin zoveel geld over dat er een kasteel mee gebouwd kan worden.
  • Hij is het zonnetje in huis: hij (of zij) is altijd vrolijk.
  • Wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen gooien: Wie een hoge positie heeft, moet voorzichtig zijn.
  • In het huis van een gehangene spreekt men niet over de strop: je moet vermijden over onaangename onderwerpen te spreken.
  • Dit is niet iets om over naar huis te schrijven: dit stelt erg weinig voor.
  • Huis-aan-huis verkopen: iets verkopen door langs alle huizen te lopen.
  • Hij is een echte huismus: hij blijft het liefst alleen maar thuis.
  • Je moet het huisje wel bij het schuurtje laten: je moet niets buitensporigs doen.

Thuis in de taal

  • Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens: het is nergens zo (fijn, gezellig, vertrouwd) als in je eigen huis.
  • Oost, West, thuis best: zelfde als hiervoor.
  • Van een koude kermis thuis komen: iets onplezierigs, onaangenaams hebben meegemaakt.
  • Van alle markten thuis zijn: alles kunnen.
  • Samen uit, samen thuis: als je iets samen begint, moet je het ook samen afmaken.
  • Ik kon hem niet thuisbrengen: ik kon mij niet herinneren, wie hij was.
  • Je mag buiten best trek krijgen, als je maar thuis komt eten: je mag anderen best aantrekkelijk vinden, als je maar niet vreemdgaat.
  • Thuiswerk: werk wat wordt aangeboden om in of vanuit eigen huis te doen, bijvoorbeeld inpakwerk of telefonische verkoop.
  • Een thuiswedstrijd spelen: iets doen wat gemakkelijk gaat.

Trivia

Andere betekenissen

Huis kan ook betekenen:

Enkele boektitels

Enkele bekende huizen

Plaatsnamen in Nederland met 'huis' erin

Sommige namen komen meer dan eens voor, als dorpsnaam, maar soms ook als naam van een buurtschap of stadswijk.


Zie ook

rel=nofollow