Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Pim Fortuyn

Uit Wikisage
(Doorverwezen vanaf LPF)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een affiche van Lijst Pim Fortuyn.

Wilhelmus Simon Petrus (Pim) Fortuyn (officieel Fortuin[1]) (Driehuis, 19 februari 1948Hilversum, 6 mei 2002) was een Nederlandse politicus, socioloog, auteur en columnist. De controversiële Fortuyn werd vermoord op het Mediapark te Hilversum, negen dagen voor een voorspelde grote zege van zijn partij, de LPF, bij de Tweede Kamerverkiezingen.

Fortuyn promoveerde in de sociale wetenschappen en was van 1990 tot 1995 bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Zijn kijk op de islam en op het vreemdelingenbeleid, maar bovenal zijn politieke manier van doen, vormden voor politieke tegenstanders de aanleiding hem te bestempelen als een populistisch politicus.

De openlijk homoseksuele Fortuyn had een flamboyante persoonlijkheid en kenmerkte zich vooral door zijn opmerkelijke uitspraken en onconventionele agressieve manier van debatteren. Mede door de thema's die hij aansneed, wist hij zo het politieke toneel een half jaar lang te domineren. Na zijn dood is zijn politieke erfenis op diverse plaatsen in politiek en samenleving overgenomen en zichtbaar geworden. Er wordt in dit verband wel gesproken van de Fortuyn-revolte en van het Fortuynisme.[2]

Biografie

Fortuyn werd geboren te Driehuis (gemeente Velsen, Noord-Holland), als derde kind in een rooms-katholiek gezin van uiteindelijk zes kinderen. Fortuyns vader was handelsvertegenwoordiger in enveloppen en papier. Het gezin werd sterk door Fortuyns moeder geleid en beschermd, zijn vader was vaak afwezig door zijn werk en talrijke activiteiten in het katholiek verenigingsleven.[3] Zijn lagere schooltijd beschreef Fortuyn als "vreselijk", hij zou er een hekel aan nonnen aan over hebben gehouden; daarentegen was zijn tijd aan de middelbare school (het Mendelcollege te Haarlem) van de paters Augustijnen "uiterst aangenaam".[4] Na de HBS-B (tot 1967) studeerde hij sociologie en volgde daarnaast colleges in scheikunde, rechten, economie en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam (toen nog Gemeente Universiteit Amsterdam geheten).[5] Maar wegens de massaliteit van de colleges aldaar, kiest hij na het eerste trimester voor de Vrije Universiteit en volgt daar naast zijn studie sociologie ook colleges in bestuurskunde, bedrijfssociologie, (sociaal-economische) geschiedenis, economie en staats- en bestuursrecht.[6] In 1971 slaagde hij voor zijn doctoraalexamen sociologie. Hij was actievoerder van de Studentenvakbond SRVU en leidde de honderduren-bezetting van de VU in het voorjaar van 1972.[7]

Fortuyn verhuisde naar Groningen waar hij universitair docent marxistische sociologie werd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hoewel Fortuyn aanvankelijk sympathiseerde met de CPN, werd hij uiteindelijk actief lid van de PvdA.[8] In 1980 promoveerde Fortuyn bij Ger Harmsen tot doctor in de sociale wetenschappen, op een proefschrift over de sociaaleconomische politiek in Nederland van 1945 tot 1949. In 1986 werd hij aangesteld als parttime wetenschappelijk medewerker van de SER. Drie jaar later, in 1989, werd hij directeur van de OV-studentenkaart BV in Groningen.

In 1990 verhuisde Fortuyn naar Rotterdam. Daar werd hij korte tijd bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit. Al vroeg in zijn carrière raakte hij politiek betrokken. Hij publiceerde zijn veelal eigenzinnige standpunten in zijn boeken en columns. Zo was hij acht jaar lang (van 1993 tot 2001) columnist voor het weekblad Elsevier. In zijn columns trad hij op als criticus van 'Paars'. In 1992 schreef hij Aan het Volk van Nederland, waarin Fortuyn zichzelf bestempelde als de opvolger van de tegendraadse politicus Joan Derk van der Capellen tot den Pol, die zich in de achttiende eeuw onder andere in het pamflet Aan het Volk van Nederland tegen het politieke establishment had verzet. In 1995 schreef hij het boek De verweesde samenleving, waarin hij de veronpersoonlijking van de Nederlandse samenleving besprak. In 1997 verscheen Fortuyns later spraakmakende boek Tegen de islamisering van onze cultuur. Dit werk en het verhitte debat dat in het TV-programma Het Lagerhuis volgde, waren aanleiding voor Marcel van Dam hem een "buitengewoon minderwaardig mens" te noemen[9].

Vanaf 31 juli 1998 woonde Fortuyn in het woonhuis "Palazzo di Pietro" aan het G.W. Burgerplein. Hier zou hij blijven wonen tot aan zijn dood op 6 mei 2002. Na de dood van Fortuyn verkocht de familie van Fortuyn het monumentale pand aan de Haagse vastgoedmagnaat Chris Thunessen. Deze wilde het op zijn beurt alleen doorverkopen als de nieuwe eigenaren niets zouden veranderen aan het woonhuis en de inventaris. De nieuwe eigenaren gaven aan van plan te zijn in het huis een assurantie- en adviesbureau te vestigen[10].

Op 20 augustus 2001 maakte Fortuyn bekend de politiek in te willen gaan. Op 25 november van dat jaar werd hij lijsttrekker van Leefbaar Nederland (LN), op 20 januari 2002 eveneens van Leefbaar Rotterdam en na de breuk met Leefbaar Nederland op 11 februari van zijn eigen Lijst Pim Fortuyn. In april 2002 publiceerde hij zijn laatste boek, De puinhopen van acht jaar paars, dat als verkiezingsprogramma van de Lijst Pim Fortuyn ging dienen. Het boek werd op 13 maart 2002 in Nieuwspoort gepresenteerd, waarbij het zogenaamde taartincident plaatsvond: actievoerders gooiden een taart in Fortuyns gezicht. Dit incident was het begin van de discussie over Fortuyns beveiliging.

Bijnaam

Ook toen Fortuyn geen bijzonder hoogleraar meer was aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, bleef hij de titel 'professor' met veel genoegen gebruiken en sprak hij ook graag zo over zichzelf.[11] Dat verklaart mede het gebruik van de koosnaam Professor Pim, die onder meer Harry Mens hanteerde om Pim Fortuyn in het programma Business Class aan te kondigen. Jan Peter Balkenende merkte tijdens de verkiezingscampagne van 2002 op dat hijzelf de enige professor in de Tweede Kamer was. Overigens is de titel professor in Nederland niet wettelijk beschermd.

Moord

(Zie ook : moord op Pim Fortuyn)

Op 6 mei 2002, negen dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen, waar zijn Lijst Pim Fortuyn aan meedeed, werd hij op het Mediapark in Hilversum vermoord door de radicale milieuactivist Volkert van der Graaf. Deze moord veroorzaakte veel ophef en maakte een discussie los over de vrijheid van meningsuiting in Nederland.

Fortuyn werd in eerste instantie op 10 mei na een requiemmis in de kathedraal van Rotterdam onder massale belangstelling begraven op de begraafplaats Westerveld in zijn geboorteplaats Driehuis (provincie Noord-Holland). Op 20 juli werd zijn lichaam herbegraven in Provesano in Italië, waar Fortuyn een vakantiewoning bezat.

Postume verering

Op 15 november 2004 werd Fortuyn in het gelijknamige KRO-televisieprogramma gekozen tot 'de grootste Nederlander'. Deze verkiezing werd verricht door het Nederlandse publiek, en wel door middel van telefoon en internet. De KRO berichtte een dag later dat veel stemmen door overbezette lijnen niet tijdens de uitzending waren ontvangen; omdat de KRO had afgesproken alleen die stemmen te laten gelden die tot en met de uitzending waren binnengekomen, werden deze te laat ontvangen stemmen niet meer meegenomen in de eindtelling. Was dat wel gebeurd, dan zou niet Pim Fortuyn maar Willem van Oranje de grootste Nederlander zijn geworden.

Standpunten

Kijk op islam en vreemdelingenbeleid

Fortuyn had een kritische kijk op de islam, en meer in het bijzonder de islamisering van de Nederlandse samenleving. Daarnaast was Fortuyn een tegenstander van religieus fundamentalisme in het algemeen.

In augustus 2001 citeerde het Rotterdams Dagblad hem onder andere als volgt: "Ik ben ook voor een 'koude oorlog' met de islam. De islam zie ik als een buitengewone bedreiging, als een ons vijandige samenleving." Verschillende organisaties dienden vanwege deze uitspraak een aanklacht tegen hem in op grond van Nederlandse anti-discriminatiewetten. Op 1 september werd uit zijn mond opgetekend: "Je moet de moskeeën zien als mantelorganisaties..in de moskeeën worden martelaars gefokt" [12] en in een kersttoespraak sprak hij uit: "Ik wens iedereen die denkt dat het wel zal meevallen met de agressie van de Islam veel sterkte. Zalig zij de onnozelen van geest." [13] Op 3 februari 2002 zei hij nog: "Christelijke inwoners in Nederland, zoals op de Veluwe, hebben moreel meer rechten dan islamitische nieuwkomers" [14]

Op 9 februari 2002 zei hij in een interview in de Volkskrant [15] over de islam onder andere: "Ik haat de islam niet. Ik vind het een achterlijke cultuur", "Overal waar de islam de baas is, is het gewoon verschrikkelijk" en: "Als ik het juridisch rond zou kunnen krijgen, dan zou ik gewoon zeggen: er komt geen islamiet meer binnen". Ook zei hij dat hij af wilde van "dat rare Grondwetsartikel: gij zult niet discrimineren", "als dat [artikel] betekent dat mensen geen discriminerende opmerkingen meer mogen maken". Deze uitlating sloot aan bij zijn veelvuldige hekeling van het politiek-correcte multiculturalisme, dat toen in politiek en media overheersend was.

In datzelfde interview zei hij verder dat Nederland met zestien miljoen inwoners vol was, en dat er wat hem betreft geen één ("nul") asielzoeker meer toegelaten werd. Op de opmerking van de interviewer dat Fortuyn dat niet mocht zeggen van zijn partij, reageerde Fortuyn met "Nou, daar moest ik me maar eens niet zoveel meer van aantrekken". Dat ene zinnetje was de aanleiding voor de breuk met Leefbaar Nederland. Tijdens de bijeenkomst waarin die breuk plaats vond, riep Fortuyn geëmotioneerd uit: "We hebben godverdomme hier gewoon een vijfde colonne! Van mensen die het land naar de verdommenis willen helpen." [16] Enkele dagen later richtte hij zijn eigen politieke beweging op, de Lijst Pim Fortuyn.

De vergelijkingen met de politici Haider en Le Pen werden in Nederland geïntroduceerd door de buitenlandse media. Vervolgens werd hieraan veelvuldig gerefereerd door Nederlandse journalisten en politici. Een expliciete vergelijking met Le Pen werd bijvoorbeeld gemaakt door Ad Melkert, toenmalig lijsttrekker van de PvdA, die in Emmen op 24 april 2002 zei: "Als je flirt met Fortuyn, dan gebeurt er in Nederland straks hetzelfde als in Frankrijk. Daar zijn ze wakker geworden met Le Pen, straks worden wij wakker met Fortuyn." (Het Financieele Dagblad van 25 april 2002). Op 5 mei, de dag voor de moord, voerde Fortuyn een debat met Melkert voor het Algemeen Dagblad over de demonisering van zijn persoon. Daarin vertelde de LPF-lijsttrekker dat hij vele journalisten heeft moeten uitleggen dat het beeld dat geschapen werd niet klopte[17]. En columnist Jan Blokker schreef: "Na lezing (...) was ik er eens te meer van overtuigd dat Professor Pim wel degelijk de Jean-Marie Le Pen, de Filip Dewinter, de Jörg Haider en de nieuwe Hans Janmaat van Nederland mag heten." (de Volkskrant van 25 maart 2002).

Fortuyn zei echter zichzelf niet te zien als een extreem-rechts politicus, evenmin als een libertarische populist, en hij verzette zich tegen deze vergelijkingen. Hij zei bijvoorbeeld dat hij niet zoals Le Pen de Holocaust zou bagatelliseren en evenmin buitenlanders gedwongen het land zou willen uitzetten. Hij voegde daaraan toe dat hij een algemeen pardon voor alle circa 5000 toenmalige asielzoekers in Nederland voorstond. Volgens hem zou iedereen die al in Nederland was, ook in Nederland moeten kunnen blijven, met uitzondering van illegale immigranten uit de Nederlandse Antillen. Uit het interview blijkt dat Fortuyn niet altijd even nauwkeurig was: Antillianen waren Nederlanders, en waar hij zei: "Het zijn onze Marokkaanse rotjongens, daar kunnen we koning Hassan niet mee opschepen" verwees hij naar de Marokkaanse koning Hassan II die echter reeds in 1999 was overleden).

Hoewel Fortuyn veel publiciteit kreeg en ook veel aanhang zou verwerven door het aan de orde stellen van de problematiek rond het vreemdelingenbeleid, bleek hij tevens een sterke motor voor het idee van een generaal pardon voor asielzoekers die nog onder de oude vreemdelingenwet vielen. Eerder hadden marginaal opererende omstreden politici als Joop Glimmerveen (Nederlandse Volks-Unie) en Hans Janmaat (Centrumpartij, later Centrumdemocraten) openlijk een massale uitzetting bepleit van "ongewenste buitenlanders": een "enkele reis terug".

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in 2002 maakte Pim Fortuyn deze problematiek tot een van de speerpunten in zijn programma. In het genoemde veel ophef veroorzakende interview in de Volkskrant in februari 2002 trachtte hij zijn standpunt ten opzichte van Janmaat te nuanceren.

Gevraagd naar het verschil tussen hem en Janmaat, antwoordde Fortuyn:

quote Ik zeg: iedereen die hier binnen is, blijft hier binnen. Janmaat ging wel een stapje verder. Die wilde bevorderen dat mensen een enkele reis terug kregen. Dat zult u bij mij niet zien. Wat ik wel zeg, is dat het nu afgelopen moet zijn. En dat we er genoeg hebben. Veertigduizend per jaar, dat is in vier jaar tijd een stad van een omvang van Groningen. Dat moeten mensen zich eens even goed realiseren. En dan veelal: enkele reis onderklasse. Nou dat zie ik niet zo zitten. Daar moeten we maar eens even mee stoppen.

Tijdens de kabinetsformatie van mei 2002 zou zijn partij de LPF het voorstel inbrengen om de groep asielzoekers die langer dan vijf jaar in Nederland verbleef een generaal pardon te verlenen, echter gecombineerd met een volledige immigratiestop. Begin 2003 stelde LPF-minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Nawijn een specifiek pardon voor, de Eenmalige Regeling 2003.

Andere standpunten en uitspraken

Uit het voorgaande zou zijn af te leiden dat Pim Fortuyn aansloot bij de Nederlandse tradities. Dat was echter niet altijd het geval. Hij was verklaard republikein en lid van het Republikeins Genootschap. Desgevraagd zei hij de bestaande staatsrechtelijke verhoudingen te respecteren als deel van het Nederlands staatsbestel en van de Nederlandse Grondwet, maar liever vandaag dan morgen een gekozen president te hebben.

Hij was een voorstander van het Amerikaanse democratische tweepartijenstelsel - welke twee partijen over moesten blijven liet hij in het midden - met een gekozen president, gekozen burgemeesters en politiecommissaris. Een kabinet met hem als premier zou bestaan uit niet meer dan zes ministers met staatssecretarissen. Wie de andere departementen zouden leiden, liet hij niet in het midden, maar zette Fortuyn uiteen op pagina 142 van zijn boek De puinhopen van acht jaar Paars. Fortuyn stelt zes clusters voor, met elk een minister aan het hoofd, die de verantwoordelijkheid krijgt over enkele samengevoegde departementen die nu nog door aparte ministers bestuurd worden. Later heeft Wouter Bos een soortgelijk idee geopperd: volgens Bos moet het aantal ministers drastisch verminderd worden en moeten er veel meer staatssecretarissen komen, want die zouden dan beter doorhebben wat er gaande is in hun departementsdeel.

Fortuyn stelde ook in zijn columns en boeken de tekortkomingen van de Nederlandse overheid aan de orde. Hij viel daarbij vooral op door zijn kritische, organisatiekundige invalshoek. Zo bekritiseerde hij veelvuldig de overheidsbureaucratie in de zorg, de economie en het onderwijs.

Tijdens zijn politieke loopbaan stelde hij voor dat de WAO alleen zou moeten worden toegekend aan door het werk ziekgeworden werknemers (risque professionel). Net voor zijn dood zei hij dat hij voorlopig het SER-voorstel voor de WAO zou accepteren, en dat hij na twee jaar zou evalueren of hij tevreden was met de afname van het aantal WAO'ers.

In zijn politieke programma wilde hij het overheidsapparaat efficiënter maken ten einde zo meer middelen ter beschikking te krijgen voor de uitvoering van zijn inhoudelijke programma.

Fortuyn sprak zich in een interview met Katholiek Nieuwsblad van 15 februari 2002 uit tegen "medelijden" met bijstandsmoeders, en zei dat volgens hem anticonceptie het mogelijk maakte tegenwoordig kinderen te "nemen" en niet meer te "krijgen"; voorts verklaarde Fortuyn zich als katholiek te blijven beschouwen, ondanks zijn openlijk uitgedragen homoseksualiteit. In het interview uitte Fortuyn echter schijnbaar Ariaanse denkbeelden, en in het interview gaf hij aan niet "zoals de paus wil" te leven; Fortuyn noemde Adrianus kardinaal Simonis een "fundamentalist", maar wees de Acht Mei Beweging af als "scheurmakerij" en "scherpslijpers". De bekende eveneens homoseksueel geaarde priester prof. dr. Antoine Bodar werd door Fortuyn bestempeld als een "heel vreselijke man", die het "gevaar van de islam" zou ontkennen. Fortuyn beweerde dat paus Johannes Paulus II met de islam "onder één hoedje" zou spelen door samen met moslims "in één kerk te gaan zitten" tijdens de Internationale Interreligieuze Gebedsconferenties voor de Wereldvrede te Assisië (Italië) in 1986 en 2002. Ofschoon Pim Fortuyn islamitisch onderwijs zei te willen verbieden, wilde Fortuyn het christelijk onderwijs juist bewaren en niet inperken omdat het "geseculariseerd" zou zijn; zijn eigen schooltijd bij de paters Augustijnen beschreef hij als uiterst aangenaam en liefdevol.[18]

In de laatste maanden van zijn leven leek Fortuyn echter nader tot de Rooms-katholieke Kerk van zijn jeugd te komen. Hij trad - tot verbazing van sommigen commentatoren - meermaals met de oude traditionalistische Haagse pastoor Louis Berger naar voren in tv-programma's (onder andere Business Class van Harry Mens) en stond erop, dat priester Berger hem vergezelde. Berger was sinds de laatste maanden voor Fortuyns dood diens "vriend en biechtvader" geworden.[19] In april 2009 verklaarde pastoor Berger, dat Fortuyn „met ups en downs” katholiek was gebleven, ondanks zijn rebellie tegen het geloof, en dat hij ook bij Berger tot het biechtsacrament was teruggekeerd; bovendien had Fortuyn hem toevertrouwd dat hij „voorstander” was van de „oude Latijnse heilige Mis”.[20] Op 5 mei 2002, één dag voordat hij vermoord werd, plaatste Fortuyn een briefje aan de deur van de afwezige pastoor Berger met de woorden: „De partijleider staat voor uw deur en u bent er niet. Waar moet hij nu zijn biecht doen?”

De effecten

Ondanks de kritiek erkenden zijn tegenstanders dat Fortuyn het talent bezat stem te geven aan bestaande onlustgevoelens, en dat deed in een taal die de mensen aansprak. Van hem werd gezegd dat hij de politieke verhoudingen wakker heeft geschud en dat hij het Haagse 'regentendom' in het hart heeft getroffen. Vraagstukken die voorheen politiek incorrect waren werden aan de kaak gesteld en zijn bespreekbaar(der) geworden.

Sommige ideeën van Fortuyn zijn dan ook door politieke partijen, waaronder initiële tegenstanders, overgenomen. Met name zijn analyse van de 'falende overheid' is overgenomen door de heersende politieke stromingen. Zie daarvoor bijvoorbeeld de 'Code Interbestuurlijke Verhoudingen', een document waarin het rijk, de provincies en de gemeenten hebben vastgelegd wat zij als overheden moeten doen om de onvrede van de burger over het functioneren van de overheid aan te pakken (Code Interbestuurlijke Verhoudingen, Den Haag 2005, Ministerie van Bzk, IPO en VNG.

Grote invloed hebben Fortuyn's felle kritiek op de islam en zijn bestrijding van het multiculturalisme gehad op de publieke opinie en het politieke landschap na hem (de Fortuyn-revolte). Tegenwoordig is de Nederlandse politiek veel meer gepolariseerd dan voorheen gebruikelijk was, vooral wat betreft thema's als immigratie en integratie. Er is diepe verdeeldheid of de multiculturele samenleving mag worden beschouwd als verrijking of ramp, en over de mate waarin assimilatie van nieuwkomers geëist mag worden.

Politieke carrière

Fortuyn was actief lid van de PvdA tot 1989. Later was hij VVD-lid.

Leefbaar Nederland

Op 25 november 2001 werd Pim Fortuyn door de nieuw gevormde politieke partij Leefbaar Nederland gekozen tot lijsttrekker voor de parlementsverkiezingen van 15 mei 2002. Hij zei dat hij links noch rechts was, vroeg om meer openheid in de politiek, drukte zijn misnoegen uit over het zogeheten subsidiesocialisme. Hij stelde minder overheidsinmenging voor in het onderwijs en de (gezondheids-)zorg en was een voorstander van een hardere aanpak door de politie. Hij bekritiseerde de media als een Siamese tweeling met de politiek. Een aantal, voornamelijk linkse, leden van de partij zegden hun lidmaatschap op uit protest tegen zijn benoeming.

Lijst Pim Fortuyn

Een interview in de Volkskrant van zaterdag 9 februari zorgde voor veel ophef. Fortuyn haalde een aan Voltaire toegeschreven citaat aan: "Ik kan uw mening nog zo abject vinden, maar ik zal uw recht verdedigen om die te uiten." Daarna vervolgde hij met: "Ik ben ook voor afschaffen van dat rare Grondwetsartikel: gij zult niet discrimineren. Prachtig. Maar als dat betekent dat mensen geen discriminerende opmerkingen meer mogen maken, en die maak je in dit land nogal snel, dan zeg ik: dit is niet goed. Laat mensen die opmerkingen maar maken." Door veel journalisten werden deze woorden opgevat als een pleidooi voor het schrappen van artikel 1. Verder noemde hij de islam "een achterlijke cultuur" en vond hij dat Nederland een vol land was. Toen de interviewers Frank Poorthuis en Hans Wansink hem voorhielden dat hij dat laatste niet mocht zeggen van zijn partij, repliceerde hij met "Nou, daar moest ik me maar eens niet zoveel meer van aantrekken."

Fortuyn werd door Leefbaar Nederland ontboden voor spoedoverleg. Hij wilde zijn woorden niet terugnemen en werd op 10 februari 2002 ontslagen als lijsttrekker. De dag daarna, 11 februari, kondigde hij zijn eigen beweging aan, de Lijst Pim Fortuyn (LPF), die op 14 februari officieel werd opgericht. De meeste aanhangers van Leefbaar Nederland vertrokken naar de nieuwe partij en deze scoorde in de daaropvolgende weken hoog in de opiniepeilingen.

Zo kwam op 16 februari 2002 de single "Wimmetje gaat, Pimmetje komt"[21] uit waarin Pierre Kartner samen met Fortuyn een duet zingt. Het werd een bescheiden hit die kwam tot positie 88 in de Single Top 100.

Als lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam behaalde Fortuyn een grote overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2002. De partij wist bijna vijfendertig procent van de zetels (17 van de 45) in de wacht te slepen waarmee ze de grootste in de gemeenteraad werd. Fortuyn werd fractievoorzitter.

Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in mei 2002 behaalde zijn LPF een aantal van 26 zetels, voor een nieuwe partij een unicum in de Nederlandse parlementaire geschiedenis.

Na het overlijden

Na de moord op Fortuyn waren er diverse personen in de Nederlandse lokale of landelijke politiek, die het gedachtegoed van Fortuyn wilden voortzetten of gelijksoortige ideeën hadden. Zo werd het standpunt over artikel 1 van de Nederlandse Grondwet, dat Fortuyn wilde afschaffen, hetgeen leidde tot zijn uitzetting uit Leefbaar Nederland, in 2006 overgenomen door Geert Wilders. Deze wilde het artikel vervangen door een ander artikel, dat de joods-christelijke en humanistische cultuur in Nederland als leidraad ziet. Wilders was destijds onafhankelijk Tweede Kamerlid, na zijn vertrek uit de VVD. Met de PVV haalde hij in november 2006 tijdens de Kamerverkiezingen negen zetels. De LPF werd volledig weggevaagd.

De Stichting Beeld van Pim organiseert jaarlijks op de sterfdatum van Fortuyn een herdenking. In een bustour worden verschillende plaatsen aangedaan, waaronder de woning van Fortuyn, het Mediapark in Hilversum en het standbeeld van Fortuyn aan de Korte Hoogstraat in Rotterdam.

Op 27 juni 2009 werd de inboedel van Fortuyn geveild in Veilinghuis Hessink's te Nijmegen. Het schilderij waarop Pim Fortuyn met zijn hondjes Carla en Kenneth staat afgebeeld, werd voor 41.000 euro verkocht. In totaal was de opbrengst 495.000 euro[22].

Belangrijkste publicaties

  • De ontwikkeling van het stakingsrecht in Nederland (1978, met Harry van den Berg en Teun Jaspers).
  • Sociaaleconomische politiek in Nederland 1945-1948 (dissertatie 1980).
  • Vijfendertig jaar SER-adviezen (1982, met Willem Dercksen, Teun Jaspers en Cees de Galan).
  • 'Het sociale element in het nationaal-socialisme', in: Sociologisch Tijdschrift 9 (1982-1983), pag. 695-712 (met K. Asselbergh).
  • De Nederlandse verzorgingsstaat. Terugblik en vooruitzien (1983, red. met Willem Albeda en Louw de Graaf), daarin hoofdstuk 1: 'Het tenslotte'.
  • Om de toekomst van de werkgelegenheid (1985).
  • Stakingsrecht in theorie en praktijk 1872-1986 (1985).
  • De positie bepaald, de koers uitgezet (1989).
  • De overheid als ondernemer (1992).
  • Aan het volk van Nederland (Contact, 1993; ISBN 90-254-0303-4).
  • Zakenkabinet–Fortuyn (1994).
  • De verweesde samenleving (1995).
  • Beklemmend Nederland (1995).
  • Uw baan staat op de tocht (Bruna, 1995).
  • Mijn collega komt zo bij u (1996?).
  • Zielloos Europa (1997).
  • Tegen de islamisering van onze cultuur (1997)
  • Zonder ambtenaren (1997).
  • 50 Jaar Israël. Hoe lang nog? (Bruna, 1998; ISBN 90-229-8407-9).
  • Babyboomers (1998; vernieuwde heruitgave Karakter, 2002; ISBN 90-6112-941-9).
  • De derde revolutie (Bruna, 2000; ISBN 90-229-8441-9).
  • Droomkabinet (Van Gennep, 2001; ISBN 90-5515-286-2).
  • De verweesde samenleving (Vernieuwde heruitgave Karakter, 2002; ISBN 90-6112-931-1).
  • De islamisering van onze cultuur: Nederlandse identiteit als fundament (vernieuwde heruitgave Karakter van het boek uit 1997, 2002; ISBN 90-6112-861-7).
  • De puinhopen van acht jaar paars (Karakter, 2002; ISBN 90-6112-911-7).

Secundaire literatuur

  • Herwaarden, Clemens van, Fortuyn, Chaos en Charisma (Amsterdam 2005) over Fortuyn als charismatisch politicus
  • Margry, Peter Jan, 'Performative Memorials: Arenas of Political Resentment in Dutch Society', in: P.J. Margry & H. Roodenburg (eds), Reframing Dutch Culture. Between Otherness and Authenticity (Aldershot 2007) 109-133, [over de herdenkingscultuur na Fortuyns dood].
  • Pels, Dick, De geest van Pim, Het gedachtegoed van een politieke dandy (Amsterdam 2003).
  • Wansink, Hans, De erfenis van Fortuyn. De Nederlandse democratie na de opstand van de kiezers (Amsterdam 2004).

De publicist Leonard Ornstein werkt aan een biografie over Fortuyn, waarop hij hoopt te promoveren. Van de familie krijgt Ornstein exclusief toegang tot de archieven van Fortuyn.

Externe links

- met volledige tekst van zijn werk De puinhopen van acht jaar Paars

Referenties