Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Johann Künzle

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Johann Künzle (Hinterespen bij St. Gallen, Zwitserland, 3 september 1857 – Zizers, 9 januari 1945) was een Zwitsers rooms-katholiek pastoor, vooral bekend als ’kruidenpastoor’.

Leven

Johann groeide op als jongste kind van twaalf kinderen in een landbouwersgezin. Al van jongs af aan was hij vertrouwd met de werkzaamheden op de boerderij, van de dierverzorging tot het werk in de tuin en op het veld.

In arme families was het niet vanzelfsprekend dat kinderen een gymnasium zouden bezoeken. Vrijwel de enige mogelijkheid voor begaafde kinderen om te kunnen studeren, was een kerkelijke loopbaan te kiezen. Na zijn schoolgang aan het benedictijnencollege Einsiedeln, kon Johann Künzle filosofie en theologie gaan studeren aan de toen nog Franstalige Katholieke Universiteit Leuven.

In 1880 keerde hij terug naar Zwitserland. Met Pasen in 1881 was hij voor het eerst hoofdcelebrant in de kerkdienst, in de kathedraal van St. Gallen. Hij werd naar Gommiswald gestuurd als pastoor, en er volgde geregeld een verplaatsing: naar Mels SG, naar Kirchberg SG in Toggenburg, naar de bergparochie Libingen SG en van 1890 tot 1893 als predikant naar Amden SG.

Als schrijver was hij betrokken bij de redactie van het blad S[anctu]S Eucharistia, later van Pelikan en Emanuel. Van 1893 tot 1897 was hij te Feldkirch hoofdredacteur van het maandblad Pelikan. Onder zijn leiding nam het aantal lezers van deze bladen beduidend toe.

In de afgelegen bergdorpen was geen ziekenhuis of vaak geen arts aanwezig, zodat velen met medische problemen naar de pastoor kwamen. Naast de zielenzorg groeide Künzle’s belangstelling voor het fysieke welzijn van zijn parochianen.

Na Amden werd Künzle pastoor te in Buchs SG. Vanaf 1907 werkte hij twee jaar in Herisau AR. Daar kon hij op een veiling het medische kruidenboek aanschaffen van de in de 16e eeuw in Bazel overleden professor dr. Jakob Theodor Tabernæmontani. Dit uitgebreide werk beschreef de planten zowel vanuit botanisch als medisch oogpunt, en gaf weer hoe deze werden gebruikt, teruggaand tot in de oudheid. Künzle’s kennis was dus niet alleen gebaseerd op de natuur, maar ook op medische werken. Hij vulde zijn kennis verder aan met bevindingen uit het werk van Hildegard von Bingen.

Door een aantal succesvolle genezingen, verspreidde Künzle’s reputatie als kruidenpastoor zich in een steeds grotere omgeving. Met de pandemie van de Spaanse griep in 1918 schreef hij kruidenthee voor van hulstbladeren, veldsalie en absintalsem, zodat – volgens mondelinge overlevering – niemand in de parochie aan griep stierf.[1][2] De bisschop wou aanvankelijk niet veel horen over medische behandelingen door de pastoor, tot die een aantal genezen patiënten naar de bisschop stuurde om hun verhaal te doen. Nadat de bisschop ermee akkoord ging dat Künzle zich met kruidengeneeskunde bezighield, stond de medische beroepssector nog onwelwillend tegenover zijn inofficiële uitoefening van de geneeskunde, wat hem de reputatie bezorgde van een ’kwakzalver’. Pastoor Künzle was niet gekant tegen de conventionele geneeskunde en probeerde deze in zijn geschriften zeker niet tegen de borst te stoten. Nadat hij bijvoorbeeld beschreef welke planten werkzaam zijn bij blindedarmontsteking, voegde hij er aan toe dat men niet mocht twijfelen om in dit geval dadelijk een arts te raadplegen. Daarnaast spoorde hij zijn lezers ook aan om gezond te blijven door in overeenstemming met de natuur te leven en wat eenvoudige regels toe te passen.

Door toenemende druk van beroepsmedici, besloot hij als 65-jarige toch een medisch examen af te leggen. Hij verbaasde de examencommissie met de vraag of hij de antwoorden op de examenvragen in het Latijn of het Grieks moest geven. Hij behaalde met succes zijn attest als medicus.

Hij was de uitvinder van de eerste pillenmachine in Zwitserland. De opbrengst van de verkoop ervan, schonk hij aan doelen zoals de restauraties en bouw van kerken en altaren.

Invloed

Johann Künzle had door zijn verzameling van kruidengeneeskundige kennis uit zijn eigen tijd alsook uit de fytofarmaceutische werken van voor hem een grote invloed op de Europese fytotherapie tot op heden. Zijn boeken staan in Zwitserland nog in menige boekenkast.

Werken

  • Chrut und Uchrut; gepubliceerd in 1911. Bewerking uitgegeven in 1975. Zijn bekendste boek, werd in verschillende talen vertaald. Er werden meer dan 2 miljoen exemplaren verkocht.
  • Der junge Botanist, Wangs 1914.
  • Pfarrer Künzle’s Volkskalender. Olten und Konstanz 1937.
  • Das grosse Kräuterheilbuch. Walter, Olten / Freiburg im Breisgau 1945 / 1967 / 1974, ISBN 3-530-49205-1.

Verwijzingen

  1. º Over de nauwkeurigheid van deze bewering wordt al sinds de griepepidemie gediscussieerd.
  2. º Eberhard Wolff, Der erzählte Zaubertrank – Kräuterpfarrer Künzle und die Spanische Grippe von 1918, 2018,DOI:10.4414/saez.2018.06653

Bronnen