Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Gebroeders Van Raemdonck

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De gebroeders Edward en Frans Van Raemdonck waren twee broers die beide tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden bij een nachtaanval op het Stampkot te Steenstrate op 26 maart 1917. De gelijktijdige dood van beide broers maakte hen oorspronkelijk tot een symbool van broederliefde. Later werden ze symbolen in de Vlaamse Beweging.

Jeugd

Edward Van Raemdonck werd geboren te Temse, op 8 oktober 1895. Zijn broer Frans werd er geboren op 24 januari 1897.

Beide broers volgden in Geraardsbergen het middelbare onderwijs aan het Sint-Jozefsinstituut. Edward tot 1911, en Frans tot 1912, waarna hij in Leuven een jaar aan het Jozefietencollege van de Heilige Drievuldigheid studeerde.

Militaire carrière

Op 4 augustus 1914 boden zij zich aan als oorlogsvrijwilligers. Na hun eerste weken als soldaat in verschillende Oost-Vlaamse steden, belandden ze in november 1914 beide aan het front.

Toen de oorlogsmaanden voortkropen, kreeg Frans heimwee en werd in toenemende mate pro-Vlaams. Hij werd steeds meer verbitterd door de manier waarop de Vlaamse troepen werden behandeld door de Franstalige legerleiding. Zijn briefwisseling met zijn neef Clemens De Landtsheer zijn een bron van informatie over de taalverhoudingen in het toenmalige leger. In 1916 begonnen zij met een loopgravenkrantje, genaamd De Vlaamsche Stem. Dit kwam onder de aandacht van de legerleiding, die het krantje als pro-Duits en anti-Belgisch beoordeelden en het na een tijdje verboden. Als reactie werd er een politieke partij gevormd: de Frontbeweging die steeds meer Vlaams-nationalistisch werd.[1]

Beide broers waren sergeant van de 6e Compagnie van het 24e Linieregiment toen zij sneuvelden. Ook de Waalse korporaal Amé Fiévez (Calonne, 7 maart 1891Steenstraete, 26 maart 1917) overleed op dezelfde plaats en hetzelfde tijdstip.

Een symbool voor de Vlaamse Beweging

De lichamen lagen in niemandsland en konden niet worden gerepatrieerd. In het leger zou men toen hebben voorgesteld om een halfuur wapenstilstand te vragen zodat de lijken konden worden weggehaald. Generaal Louis Bernheim, lid van het Grootoosten van België, zou dit voorstel toen hebben afgewezen en aan generaal Mahieu hebben verklaard:

Je n’en vois pas la nécessité. D’ailleurs il s’est avéré que le plus jeune des deux était un flamingant
(„Ik zie er de noodzaak niet van in. Overigens, het is geweten dat de jongste van de twee een flamingant was”).

Waarop generaal Mahieu zou hebben geantwoord:

En effet” („Inderdaad”).

Op 13 april, 19 dagen na hun dood, werden ze in een ondiepe obusput begraven, op een terrein dat was omgeploegd door granaatinslagen. Hun lijken werden bovendien in september 1917 bij een Frans offensief omgewoeld en stukgeschoten.

De tekst van het bidprentje, opgesteld door Oscar Dambré uit Vlamertinge, maakt gewag van de volgende gebeurtenissen:

In een rit op de eerste lijn van den vijand hadden beiden zich allerprachtigst gedragen. Onder een ijselijk bombardement keerden de mannen terug, na volbrachte taak. Tot aan den IJzer kwam Edward en keek met zijn vlammende oogen rond... Doch zijn broeder niet ziende op de plaats der afspraak weigert hij over den IJzer te komen, en de reeds volbrachte heldenfeiten zal hij nu spontaan bekronen met zijne ideale broederliefde. Te midden het afgrijselijkste kanonvuur gaat hij op zoek naar zijn broeder... Wat is er toen gebeurd? Achttien dagen nadien tusschen onze en de vijandelijke lijnen vond men beide in elkaars armen liggend voor eeuwig... dood.
Broederliefde – De gesneuvelde broers Van Raemdonck; zoals voorgesteld door de soldaat en schilder Joe English.

De vertoning van heldhaftige broederliefde tot in de dood werd een symbool van de Vlaamse Beweging. Wekenlang bleven Vlaamse kranten er roerende, piëteitsvolle artikelen aan wijden. Een pentekening van Joe English maakte van het beeld van innige broederliefde een krachtig herkenbaar icoon.

Uiteindelijk bleken beide broers samen met de Waalse korporaal Amé Fiévez te zijn gesneuveld. In september 1917 werd het gebied waar ze lagen begraven weer door Belgen veroverd. De stoffelijke overschotten van de drie mannen werden verzameld en opnieuw begraven. Hun makkers plaatsten in september 1918 een stenen kruis op de plaats, waar later een houten omheining omheen kwam. Deze zerk zou daar blijven staan tot deze in 1933 naar de IJzertoren werd gebracht, en men op de plaats waar ze sneuvelden een nieuw monument optrok uit betonblokken van het Stampkot. De oorspronkelijke zerk ging verloren bij de dynamitering van de IJzertoren in 1946.

Op 29 oktober 1919 werd het graf opengelegd met de bedoeling de gesneuvelden te repatriëren, maar men trof alleen nog maar enkele niet meer identificeerbare stoffelijke resten aan, waarop men besloot deze te laten rusten en men het graf weer dicht maakte. In 1924 werd op bevel van de militaire overheid het graf nogmaals geopend. De resten van de twee broers en van Fiévez werden in één kist gelegd, en bijgezet op de Belgische militaire begraafplaats in Westvleteren. Op 13 augustus 1932 werden de stoffelijke resten van de drie gesneuvelden weer ontgraven, en een week later op de 13e IJzerbedevaart overgebracht naar de crypte van de IJzertoren, samen met zes andere gesneuvelden die een symbool waren geworden.

Mythevorming

Niet lang na de begrafenis van de gebroeders Van Raemdonck en Fiévez schreef Oscar Dambré een artikel voor het blad van de Frontbeweging, Ons Vaderland, van 30 april 1917. Hij beschreef dat de broers in elkaars armen stierven, niet ver van Fiévez. Hiervoor zou hij zich hebben gebaseerd op het getuigenis van pater Lodewijk Van Gelder, die de lijken had helpen begraven, en volgens wiens aanwijzingen Joe English ook zijn pentekening Broederliefde maakte.[1] Dambré had echter reeds op 12 april, toen de lijken nog niet ontdekt waren, in dit blad geschreven: „Zij (Frans en Edward) zouden den een zonder den anderen niet terugkeeren, al moesten zij sterven in malkanders armen.”

Hun neef, Clemens De Landtsheer, hoorde pas over hun dood door het artikel in Ons Vaderland, maakte verdere onderzoekingen, en publiceerde een herschreven versie in Onze Temschenaars. Geleidelijk aan werd het verhaal door anderen gebruikt als een voorbeeld van volmaakte broederschap en kameraadschap. Hun Vlaamsgezindheid was een factor waardoor ze uitgroeiden tot symbolen van de Vlaamse strijd aan de IJzer.[2]

De pro-Vlaamse versie van het verhaal ontstond dat Frans net de gewonde korporaal Fiévez in veiligheid bracht toen Edward aankwam, en dat ze daarom in elkaars armen omkwamen. In een pro-Belgische versie was het Fiévez die de gewonde Frans in veiligheid bracht.[1]

De sergeant Charles (Karel) Withof, die de tweede bergingspatrouille leidde, ging niet akkoord met de voorstelling dat de broers in elkaars armen stierven. Op 24 augustus 1917 schreef hij aan Clemens De Landtsheer dat Frans korporaal Fiévez in zijn armen hield.

De Landtsheer antwoordde op 17 september 1917 dat men dit feit beter niet bekend zou maken:

Alhoewel ik volledig met u ’t akkoord ben op gebied van waarheidszin, toch denk ik dat we best zouden doen die zaak niet publiek rond te venten, en ze onder ons te houden, en in het publiek het gedacht te laten dat men ze IN ELKAARS ARMEN heeft gevonden, en ziehier om welke redens: hadden wij die inlichtingen gekend in ’t begin, dan had alles zo geweest. Maar nu is hunne ideale heldendood overal gekend en al legendarisch geworden, waarom die schoonheid breken, en er de waarheid als een koud bad over uitstorten... dit zou zeer veel nadeel doen aan de zaak zelve. (...) Ik schrijf u deze brief heel vertrouwelijk en hoop nochtans dat gij uwe soldaten zult aanmanen de zaak dus zoo te laten voortleven... voor het welzijn van de zaak zelf en voor de arme ouders.[2]

Weblinks

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
  1. 1,0 1,1 1,2 (en) Three men lost at De Stampkot (gearchiveerde versie van dode link:) Three men lost at De Stampkot op www.1914-1918.net
  2. 2,0 2,1 Boekbespreking van Luc De Ryck, Terug naar niemandsland – De geschiedenis van de gebroeders Van Raemdonck: mythe en werkelijkheid op verzet.org; (gearchiveerde versie van dode link op verzet.org)
rel=nofollow