Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Erfrecht

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het erfrecht oftewel erfenisrecht (België) is het deel van het burgerlijk recht dat de erfopvolging of successie regelt. Het woord erfrecht kan ook gebruikt worden in de betekenis van het concrete recht van iemand om iets concreets te erven, bijvoorbeeld het erfrecht op de nalatenschap van een overleden familielid.

Nederland

Het Nederlandse erfrecht is geregeld in boek 4 van het Burgerlijk wetboek. De term die de wet daarbij hanteert is de erfopvolging. Dit is één van gevallen waarbij men goederen (bezittingen en schulden) verkrijgt onder algemene titel (art 80 BW 3). De erfgenamen (ook erven genoemd) volgen de overledene, aangeduid als de erflater, op in diens positie. Zowel zijn bezittingen als zijn schulden worden door het aanvaarden van de nalatenschap deel van het vermogen van de erfgenamen. Ook legaten van de erflater creëren voor de erfgenamen schulden; een legaat komt, tenzij het aan een of meer bepaalde erfgenamen of legatarissen is opgelegd, ten laste van de gezamenlijke erfgenamen.

Een bankrekening kan op naam gesteld worden van "de erven van ...".

De wet onderscheidt twee manieren om erfgenaam te worden: bij versterf of krachtens uiterste wilsbeschikking.


Erfopvolging bij versterf

Erfgenaam bij versterf wordt men door een familierelatie met de overledene. De wet geeft een uitgebreide regeling wie erfgenaam bij versterf zijn. De erfgenamen bij versterf worden ingedeeld in vier groepen:

Er zijn vier groepen:

  • groep 1: partner en kinderen
  • groep 2: ouders, broers, zusters
  • groep 3: grootouders
  • groep 4: overgrootouders

Uitsluitend de eerst van toepassing zijnde groep erft, elk met een gelijk deel. Als iemand uit een groep zelf al is overleden, maar hij heeft wel nageslacht dan komen zijn kinderen gezamenlijk in zijn plaats; dit heet plaatsvervulling en geldt recursief: als een kind is overleden wordt zijn deel verdeeld over zijn kinderen, enz.

Voorbeelden:

  • Moeder was al eerder overleden, dan overlijdt vader die niet hertrouwd was. Hij had vier kinderen waarvan er een is overleden. Deze had zelf drie kinderen. De erfgenamen van vader zijn dan de drie nog levende kinderen, alle drie voor een vierde, én de drie kinderen van het al overleden kind van vader, gezamenlijk voor een vierde, dus ieder voor een twaalfde.
  • De overledene heeft nooit een partner of kinderen gehad. Zijn ouders en grootouders zijn overleden, zijn broers en zusters zijn overleden en hebben nooit kinderen gehad. Hij had nog wel ooms en tantes, zowel van vaderskant als van moederskant. Dan erven zijn niet-aangetrouwde ooms en tantes, die van vaderskant samen de helft, en die van moederskant samen de andere helft; neven en nichten vervullen de plaatsen van overleden ooms en tantes.

Erfopvolging krachtens uiterste wilsbeschikking

Het wettelijk stelsel kan doorbroken worden door het maken van een uiterste wil, beter bekend als testament. In de praktijk wordt een testament opgemaakt door een notaris. Op grond van het Haags Testamentvormenverdrag kan een Nederlander echter ook geldig in het buitenland een onderhands (eigenhandig) geschreven testament maken, wanneer dit voldoet aan de vormvereisten van het land waar(in) dit testament wordt gemaakt. Een dergelijk testament kan thuis worden bewaard en hoeft niet bij een notaris in bewaring te worden gegeven.

Legitieme portie

Door het maken van een testament wordt de wettelijke regeling terzijde geschoven. Ten aanzien van de eigen kinderen geldt daarbij echter een aanzienlijke beperking. Kinderen kunnen in een testament wel worden onterfd, maar zij hoeven zich daar niet bij neer te leggen. Zij kunnen namelijk aanspraak maken op hun zogenaamde legitieme portie. Dat is een deel van de nalatenschap waarvan de wet bepaalt dat kinderen, ook al zijn ze onterfd, altijd aanspraak op kunnen maken. De wet geeft echter ook de mogelijkheid om de opeisbaarheid van de legitieme portie door de kinderen uit te stellen. Zo kan de testateur bepalen dat de kinderen hun legitieme portie pas kunnen opeisen als de partner van de testateur is overleden. De wet geeft een nauwkeurige regeling hoe die legitieme portie moet worden berekend.

Wilsrechten

Na overlijden kan de langstlevende echtgenoot hertrouwen.

Langstlevende partner had na overlijden een schuld aan de kinderen. Bij hertrouwen, kan door eventuele gemeenschap van goederen die na hertrouwen ontstaat, de vordering van de kinderen naar de tweede partner gaan of via de stiefouder bij de stief-familie terechtkomen.

De kinderen hebben bij hertrouwen van de langstlevende partner de mogelijkheid hun eigen positie te versterken. Zij kunnen een beroep doen op een zogenaamd wilsrecht.

Als de kinderen een wilsrecht inroepen, krijgen zij goederen in eigendom, met een waarde van de vordering die zij hebben op de langstlevende echtgenoot. De langstlevende echtgenote krijgt dan wel het vruchtgebruik van deze goederen. Deze kan, of de stief-ouder, niet meer aan deze goederen komen of verkopen. (alleen de rente of andere vruchten die uit deze goederen komen zijn voor de vruchtgebruiker)

Met andere woorden, de kinderen kunnen hun erfdeel veilig stellen en hoeven niet bang te zijn, dat hun aandeel erfdeel vooroverleden vader naar de erfgenamen gaat van de nieuwe partner van moeder. Wanneer moeder komt te overlijden vervalt het vruchtgebruik en verkrijgen de kinderen de volle eigendom van de goederen waarover een wilsrecht was ingeroepen.

Wilsrechten kunnen worden ingeroepen vanaf het moment dat langstlevende partner aankondigt in het huwelijk te willen treden. (aantekenen bij de gemeente).

Omdat dit verder een moeilijk onderwerp is kan dit het beste worden uitgelegd met voorbeelden.

voorbeeld wilsrechten 1 A is overleden en erfgenamen zijn partner B en kinderen C en D


De nalatenschap van A was totaal € 60.000. B heeft dus een schuld aan de kinderen van ieder € 20.000

Echtgenote B is nu voornemens te gaan hertrouwen met X, X heeft een kind Z. Het gevaar bestaat nu dat de vordering van de kinderen C en D op hun moeder B naar de erfgenamen van X of X zelf gaat.

Dit kunnen de kinderen C en D nu voorkomen, door een beroep te doen op hun wilsrechten. Kinderen C en D kunnen een beroep op hun wilsrechten doen vanaf het moment aankondiging ondertrouw of huwelijk moeder B.

De kinderen hebben een vordering op B van ieder € 20.000. Deze vordering kan nu bij beroep op de wilsrechten wel zeker gesteld worden. De kinderen kunnen middels hum wilsrechten een vruchtgebruik stellen van bepaalde goederen uit de nalatenschap van vader. (goederen zijn alle zaken) De langstlevende partner krijgt dan het vruchtgebruik van die goederen en de kinderen de blote eigendom van die aangewezen bepaalde goederen. (er is dan geen rentevergoeding meer) Bij overlijden langstlevende partner vervalt dit vruchtgebruik en gaat het vermogen over aan de blote eigenaren. (kinderen C en D, dus niet naar X of erven van X)

Bij beroep op wilsrecht door C en D kan bijvoorbeeld C een beroep doen op wilsrecht van een kast ter waarde van € 20.000 en kind D een beroep doen op wilsrecht van een bankrekening ter waarde van € 20.000. De langstlevende partner B hoeft deze zaken nog niet af geven, zij is immers nog niet overleden.

Enkele jaren later overlijdt B. Zij heeft geen testament gemaakt. De erfgenamen van B zijn dus de kinderen C en D en haar echtgenoot X, ieder voor 1/3 deel. Z erft niet mee, dit is immers geen bloedverwant van B.

B en X waren in gemeenschap van goederen gehuwd. Bij overlijden huwelijk B was het gezamenlijke vermogen totaal € 160.000, waaronder het vruchtgebruik van € 40.000.

Omdat de kinderen bij hertrouwen van B een beroep hebben gedaan op hum wilsrechten, vervalt het vruchtgebruik aan de blote eigenaren. Het gemeenschappelijk vermogen is na aftrek blote eigendom/vruchtgebruik vermogen totaal € 120.000, de nalatenschap is de helft of € 60.000. Hierin zijn de erfgenamen de kinderen C en D en partner X ieder voor 1/3 deel in gerechtigd, of ieder € 20.000

Op dit erfdeel is ook de wettelijke verdeling van toepassing. Alle vermogensbestanddelen worden toegedeeld aan X en X heeft een schuld aan de kinderen C dn D van € 20.000, opeisbaar bij zijn overlijden.

Codicil

De regels voor een codicil is opgenomen in artikel 97 Burgerlijk wetboek

Een codicil is een met de hand geschreven, gedagtekend en ondertekend, papier, waarin bepaalde wensen in kunnen worden opgenomen.

(let op een getypt of gedrukte tekst is niet rechtsgeldig en kan niet als codicil worden aangemerkt)

In een codicil kan iemand bepaalde legaten opnemen.

Echter alleen legaten van kleding, lijfstoebehoren, en bepaalde sieraden.

Bepaalde sieraden worden bedoeld, persoonlijke en/of sieraden die jaren tot de familie behoorden. Ook kunnen inboedelgoederen en boeken worden gelegateerd. Met andere woorden, alleen bepaalde kleine (persoonlijke) roerende zaken kunnen bij codicil vermaakt worden. Wil iemand grotere legaten of contanten legateren dan moet er een testament worden opgemaakt. Een testament kan alleen door tussenkomst van een notaris worden opgemaakt. (zie onderdeel testamenten)

Tevens kan in een codicil worden opgenomen dat de verkrijging door een of meerdere erfgenamen niet zal vallen in een gemeenschap van goederen.

Dat wil zeggen:

Indien een kind erfgenaam is, en in gemeenschap van goederen gehuwd is, valt de verkrijging uit de nalatenschap van zijn ouder in deze gemeenschap van goederen van dit kind. Bij een eventuele echtscheiding van het kind, deelt zijn echtgenoot kind mee in de nalatenschap. Immers het vermogen van man en vrouw, zijn kind en echtgenoot moet dan door twee worden gedeeld. Indien in een codicil is opgenomen dat de verkrijging door het kind uit de nalatenschap niet zal vallen in een gemeenschap van goederen, blijft deze verkrijging privé van het kind. Bij eventuele echtscheiding van kind, blijft deze erfenis buiten de verdeling bij de echtscheiding.

Let Op: Onder de oude wet was het mogelijk, dat bij codicil ook nog een executeur-testamentair kon worden benoemd (na 1-1-2003 heet deze een executeur) Dat is iemand die de nalatenschap van een erflater behandelt en afwikkeld. In de nieuwe wet is dit per 1 januari 2003 niet meer mogelijk. Een executeur kan dan alleen benoemd worden bij testament. (altijd raadzaam dit te doen) De in artikel 97, lid c Burgerlijk wetboek opgenomen bepaling is hier niet van belang. Deze bepaling is opgenomen, omdat er een verwijzing naar het erfrecht staat in de Auteurswet en Wet op naburige rechten. Dit is alleen van belang indien een van deze wetten in een nalatenschap van toepassing is en dan kan het beste de hulp van een notaris en of specialist worden ingeroepen


België

Het erfrecht in België wordt geregeld in boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Het recht op het nalatenschap is sinds 2003 veranderd. De langstlevende echtgenoot heeft recht op het vruchtgebruik van de gehele erfenis. De erfgenamen krijgen de naakte eigendom. Indien er alleen een langstlevende echtgenoot aanwezig is dan krijgt deze volle eigendom.

Reservataire erfgenamen

In de wet zijn zogenaamde reservataire erfgenamen opgenomen deze erfgenamen hebben een bij wet voorbehouden deel van de nalatenschap naar hen toekomend. Voor descedenten kan dit oplopen tot 3/4 en voor ascedenten tot 2/4 dat voor hen is voorbehouden

Het Belgisch erfrecht onderscheidt volgende ordes 1 de descedenten (kinderen, ...) 2 de broers en zussen met ouders indien broers en zussen aanwezig zijn 3 de ascedenten (ouders en volgende indien geen broers of zussen nog aanwezig) 4 de zijverwanten 5 de staat, indien geen van voorgaande aanwezig is of alle erfgenamen de erfenis hebben verworpen.

Indien op een van de niveaus een begunstigde aanwezig is, krijgt deze begunstigde alles. Vanaf orde 2 is 'kloven' noodzakelijk (elke kant van de familie heeft recht op de helft van de nalatenschap, indien in één kant van de familie geen begunstigden aanwezig zijn gaat de nalatenschap naar de andere kant van de familie).