Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Edward Irving

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Edward Irving (Annan, Dumfriesshire, 4 augustus 1792Edinburgh, 8 december 1834) was een geestelijke in de Church of Scotland en een voorloper van de Katholiek Apostolische Kerk en wordt tegelijk ook als een voorloper gezien van de pinkster- en de charismatische beweging.[1][2]

De katholiek-apostolische beweging werd geruime tijd verkeerdelijk ’irvingianisme’ genoemd, gebaseerd op de historisch foutieve stelling dat Edward Irving de grondlegger van deze beweging was.

Leven

Irving werd geboren in Annan, Dumfriesshire, als zoon van een leerlooier. Hij volgde de basisschool in de Annan Academy. Thomas Carlyle zat op dezelfde school in een klas drie jaar lager dan Irving.[3] Vanaf zijn dertiende bezocht hij de universiteit van Edinburgh, waar hij in 1809 zijn M.A. (Master of Arts) behaalde. Vanaf 1810 werkte hij deeltijds als wiskundeleraar in Haddington, terwijl hij intussen theologie studeerde. Onder zijn leerlingen was onder andere Jane Welsh. In 1812 verruilde hij zijn baan in Haddington voor een soortgelijke in Kirckaldy en verloofde hij zich met Isabella Martin, de dochter van de predikant. Na een tijd probeerde hij de verloving te verbreken, omdat hij verliefd was op Jane Welsh, maar onder druk van de familie Martin trouwden zij uiteindelijk in 1823.[3] Jane Welsh trouwde in 1826 met de essayist Thomas Carlyle, die zij in 1821 via Irving had leren kennen.[3]

In 1815 ontving Irving zijn preeklicentie van de Schots-Presbyteriaanse Kerk, maar bleef nog tot in 1818 in het onderwijs, voor hij een kerkelijk ambt probeerde te krijgen in Edinburgh.

Hij stond op het punt om als zendeling naar Perzië te gaan[4] toen hij in oktober 1819 werd beroepen voor een ambt in St. John’s Parish, Glasgow, als assistent van de bekende Thomas Chalmers. Niet iedereen beviel zijn manier van preken, maar dit werd meer dan gecompenseerd door zijn vaardigheden bij de huisbezoeken bij de vele armen in de parochie.[3] Hij was het gewoon om op ’bijbelse’ wijze te groeten met „Vrede over dit huis” (Peace be to this house), wat dadelijk de aandacht trok van de bewoners.[4] Toch was hij opnieuw van plan in het buitenland zendingswerk te gaan doen, toen hij eind 1821 werd uitgenodigd als predikant van de Caledonian Chapel in Hatton Garden, Londen. Dit was niet meer dan een kapel bij een weeshuis, die bezocht werd door zo’n vijftigtal mensen.[1]

Hier was Irving in zijn element: in enkele maanden tijd steeg het aantal bezoekers tot wel 1000 personen die kwamen luisteren naar de nieuwe predikant uit Schotland en zijn ongebruikelijke, flamboyante stijl. Onder de bezoekers bevond zich de politicus George Canning, (de latere premier), die in het parlement zei dat Irving de beste spreker was die hij ooit had gehoord.[1]

Zijn succes duurde voort in de late jaren 1820, maar nadat hij in 1827 een groter kerkgebouw opende op het Regent Square in Londen, verloor zijn gemeente een deel van haar geestdrift.

Edward Irving raakte steeds meer gefascineerd door de profetieën. Hij bezocht vanaf 1926 de ’profetische conferenties’ van de zogenaamd ’Albury Circle’, in het huis van de parlementariër Henry Drummond. Irving werd ervan overtuigd dat de Wederkomst van Christus zou worden voorafgegaan door een uitstorting van de Heilige Geest zoals met Pinksteren, vergelijkbaar met de late regen uit Joël 2:23.[1]

Hij was zo geïntrigeerd door een boek over de profetieën, geschreven door de jezuïet Manuel Diaz Lacunza onder de Joodse schuilnaam Juan Josafat Ben-Ezra, dat hij van dit boek in 1927 een vertaling liet drukken.[4]

Irving was in die periode verbonden aan een kerk in West-Schotland, geleid door John McLeod Campbell, in West Scotland. McLeod’s assistent, A. J. Scott, stelde dat de ’gaven van de Geest’ (zoals het spreken in tongen) nog niet waren opgehouden zoals men meestal verklaarde.[2] Na een studie van het boek Handelingen, begon Irving in 1827 deze zienswijze te onderwijzen in de kerk aan het Regent Square.[2]

Vanaf 1828 gaf Irving een reeks voordrachten in Engeland en Schotland, waarvan een deel bestond uit een voorspelling van de Tweede Komst. Hij stelde dat Jezus in het jaar 1864 zou terugkomen.[2]

Door de activiteiten van James Haldane Stewart kwam in 1830 in Schotland een geestelijke opwekkingsbeweging. Dit wekte grote interesse van de Albury Circle. John Bate Cardale erkende deze opwekkingsbeweging als van God afkomstig. In maart sprak een vrouw, Mary Campbell, in de kerk van McLeod in ’tongen’ (glossolalie).[2]

De gebeurtenissen leidden ertoe dat sommige van Irvings sympathisanten besloten om zelf een kerkgenootschap op te richten.[5] In 1832 werd de Heilige Katholieke Apostolische Kerk opgericht in Londen. De beweging werd vaak de ’irvingieten’ genoemd. Velen van zijn volgelingen sloten zich aan bij deze kerk, die men wou organiseren zoals zij de christelijke gemeente in de eerste eeuw volgen hun bijbelstudie opgebouwd was, met apostelen, herders (pastors), profeten, ouderlingen, evangelisten, en diakenen.

Irving preekte dat Jezus op aarde volledig mens was en dus het potentieel had om te zondigen, maar niet zondigde omdat hij volledig vervuld en geleid was van de Heilige Geest. Spoedig kwam het gerucht op dat hij beweerde dat Jezus een zondaar was. Hij publiceerde zijn toespraken om zich te verdedigen, maar dit was olie op het vuur.[1] Vele aanhangers verlieten hem wegens de geruchten, zoals David Brown, die van 1830 tot 1832 zijn assistent was en later de coauteur werd van de bijbelcommentaar van Jamieson, Fausset en Brown.[1]

De Church of Scotland verklaarde het een ketterij dat Christus zelfs maar het potentieel had om te zondigen. Men nam het hem ook kwalijk dat hij toeliet dat enthousiaste kerkbezoekers de kerkdienst stoorden. Bijgevolg werd Irving in 1833 uit de Schotse kerk gezet.

De ’profeten’ in de Katholiek Apostolische Kerk kregen steeds meer belang. Irving geloofde dat hij deze gave niet had, en deed dus zoals de profeten hem zeiden. Tijdens een kerkdienst stonden er tot wel 60 personen op het podium profetische uitingen (’utterances’) te doen. In sommige van deze uitingen werd hij als een werker voor de vijand bestempeld.[2] Irving had niets meer te zeggen over de kerkgemeenschap. Velen van zijn aanhangers waren ontgoocheld en verlieten de kerk.

In 1834 ging zijn gezondheid sterk achteruit, en dit was merkbaar aan zijn minder vurige preken. Hij bleef rondreizen, preken houden en kerken stichten. Op 7 december 1834 overleed hij op 42-jarige leeftijd. Onder zijn laatste woorden was Psalm 23 in het Hebreeuws.[1]

Hij wordt herdacht door een standbeeld op het terrein van de Annan Old Parish Church.[3]

Werken

Tijdens zijn leven werden gepubliceerd
  • For the Oracles of God, Four Orations (1823);
  • For Judgment to come (1823);
  • Babylon and Infidelity foredoomed (1826);
  • Sermons, &c. (3 vols., 1828);
  • Exposition of the Book of Revelation (1831);
  • Een inleiding op zijn vertaling van Manual Lacunza (’Ben-Ezra’)
  • Een inleiding op Horne’s Commentary on the Psalms.
Postuum verschenen zijn verzamelde werken in 5 delen, met redactie van Gavin Carlyle.

Verwijzingen

Bronnen

Encyclopædia Britannica online  (en) Irving,_Edward in: Encyclopædia Britannica, 1911. (Wegens ouderdom in het publiek domein)

The Catholic Encyclopedia (1917)  (en) Irvingites, in: Catholic Encyclopedia, New York, Robert Appleton Company, 1907-1912. (vertaal via: Vertaal via Google translate)

rel=nofollow