Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Brooke Foss Westcott

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Brooke Foss Westcott (Birmingham, 12 januari 1825 – Auckland Castle, Durham, 27 juli 1901) was een Engels theoloog en vanaf 1890 een anglicaans bisschop van Durham.

Leven

Brooke Foss Westcott werd in Birmingham geboren als zoon van de plantkundige Frederick Brooke Westcott. Hij ging naar de King Edward VI School en studeerde dan wiskunde en klassieke talen aan het Trinity College in Birmingham, waar hij in 1848 gradueerde. Hij sloot er vriendschap met Joseph Barber Lightfoot (1828–1889), die hij later zou opvolgen als bisschop van Durham. Westcott werd Fellow aan het Trinity college in 1849. In 1851 werd hij door de hoofdonderwijzer van zijn voormalige school (de King Edward VI School), Prince Lee, de latere bisschop van Manchester, tot anglicaans priester geordineerd. In 1852 verliet hij Cambridge om aan de school te Harrow te gaan doceren. Kort na zijn aankomst in Harrow trouwde hij, op 23 december 1852, met Sarah Louise Mary Whittard. Door zijn lezingen en onderzoek bouwde hij zich gedurende zeventien jaar in Harrow een uitstekende reputatie op.

Zijn vroege geschriften luidden een nieuw tijdperk in in de geschiedenis van de moderne Engelse theologie. In 1855 publiceerde hij de eerste versie van zijn History of the New Testament Canon („Geschiedenis van de canon van het Nieuwe Testament”), die hij veelvuldig herzag en uitbreidde; uiteindelijk werd dit een standaardwerk over dit onderwerp.

In 1860 breidde hij een eerder gepubliceerd essay uit tot zijn Introduction to the Study of the Gospels („Inleiding tot de studie van de Evangeliën”), een werk waarin hij blijkt geeft van opmerkelijk inzicht en nauwgezette studie. Hij combineerde een eerbiedige benadering met een aanzienlijke vrijheid ten opzichte van traditionele interpretaties. Ook Westcotts werk voor de Dictionary of the Bible (Bijbels woordenboek) van William Smith, vooral zijn artikelen over ’Canon’, ’Makkabeeën’ en ’Vulgaat’, gaven blijk van uiterst nauwgezette en grondige voorbereiding. Dit leidde tot het samenstellen van de volgende populaire boeken: The Bible in the Church („De Bijbel in de Kerk”, 1864) en een History of the English Bible („Geschiedenis van de Engelse Bijbel”, 1869). Tot dezelfde periode behoort zijn boek The Gospel of the Resurrection („Het Evangelie van de Wederopstanding”, 1866). Omdat de wederopstanding (de verrijzenis of opstanding van de doden) een fundamentele leer is, kreeg dit werk aanzienlijke aandacht. De breedte van zienswijzen, de erkenning van door de moderne geschiedwetenschap aangetoonde feiten en pure logica waren diepgaande kenmerken van de manier waarop Westcott theologische vraagstukken benaderde. In de tijd waarin het boek verscheen, toonde zijn apologetische methode zowel moed als originaliteit.

Als leraar kon hij de leerstof in de klas niet zo gemakkelijk overbrengen,[1] en dit wordt in zekere mate weerspiegeld in zijn omvangrijke werken, die hoewel ze van briljant inzicht getuigen, in een moeilijk begrijpelijke stijl zijn geschreven.

Op 1 november 1870 werd hij verkozen voor de leerstoel van het Regius Professorship of Divinity aan de Universiteit van Cambridge. Hij bleef deze functie zelfs na 1890 uitoefenen, toen hij bisschop van Durham werd.

In 1881 gaven Westcott en Fenton John Anthony Hort hun tekstkritische editie van de Griekse grondtekst uit onder de titel The New Testament in the Original Greek uit, waarin bijna dertig jaar van onafgebroken arbeid zat. Het werd een belangrijke uitgave die als basis gebruikt werd voor de English Revised Version van de Bijbel die hetzelfde jaar uitgegeven werd. De jaren waarin Westcott, Lightfoot en Hort elkaar veelvuldig ontmoetten en daardoor uiteraard veelvuldig discussieerden over hun werk, vormden een gelukkige en bevoorrechte periode in hun levens.

Westcott woonde in 1889 een conferentie bij van christenen uit heel Europa die zich zorgen maakten over de wapenwedloop die toen aan de gang was en die later tot de Eerste Wereldoorlog zou leiden. Als resultaat van deze conferentie ontstond de Christian Social Union, de christelijke sociale vakbond, waarvan Westcott tot president werd verkozen. Hij uitte zijn sociaal gevoel ook door als bisschop het zendingswerk te bevorderen, en door zijn bemiddeling in de staking van de mijnwerkers in Durham in 1892.

In 1890 werd hij in Westminster Abbey tot bisschop gewijd en werd twee weken later aangesteld als bisschop van Durham. Hij volgde Lightfoot op, die in december 1889 was overleden.

Na zijn overlijden in 1901, kreeg de Training School in Cambridge hem ter ere de naam Westcott House.

Beschuldigingen

Sommige mensen die de oude King James Version respecteerden, vonden het verschrikkelijk dat de Herziene Versie (English Revised Version) niet alleen in taalgebruik was aangepast, maar dat er ook bekende teksten leken te ’ontbreken’. Westcott en Hort vielen daarom niet in de smaak en werden op basis van insinuaties beschuldigd van occultisme.[2] Veel van deze beschuldigingen vinden hun oorsprong in de werken van Gail Riplinger. Westcott zelf schreef hierover: „Vele jaren geleden had ik de gelegenheid om ’spiritualistische’ fenomenen met voorzichtigheid te onderzoeken, en ik kwam tot een duidelijk besluit, dat ik in antwoord op uw rondschrijven wil meedelen. Het schijnt me toe dat in deze, zoals in alle geestelijke vragen, de Heilige Schrift onze opperste gids is. Ik observeer dat, hoewel geestelijke bedieningen voortdurend in de Bijbel staan opgetekend, er niet de flauwste aanmoediging bestaat om deze te zoeken. Ik kan daarom elke vrijwillige toenadering tot wezens die verondersteld worden via mediums met mensen te communiceren, niet anders bezien als onwettig en gevaarlijk. Ik vind in het feit van de Incarnatie (Menswording) alles wat de mens (voor zover ik zie) nodig heeft voor leven en hoop.”[3]

Iemand die Westcott en Hort verdedigt tegen dit soort aantijgingen, is James May.[4]

Werken

  • 1851
Elements of the Gospel Harmony Elementen van de synopsis van de evangeliën
  • 1853
History of the Canon of First Four Centuries Geschiedenis van de canon van de eerste vier eeuwen
  • 1855
History of the New Testament Canon Geschiedenis van de canon van het Nieuwe Testament
  • 1859
Characteristics of Gospel Miracles Kenmerken van de wonderen uit de evangeliën
  • 1860
Introduction to the Study of the Gospels Inleiding op de studie van de evangeliën
  • 1864
The Bible in the Church De Bijbel in de Kerk
  • 1866
The Gospel of the Resurrection Het evangelie van de opstanding
  • 1869
Christian Life Manifold and One Christelijk leven: veelvoudig en één
  • 1873
Some Points in the Religious Life of the Universities Een paar punten in het religieuze leven van de universiteiten
  • 1879
Paragraph Psalter for the Use of Choirs Paragrafenpsalter voor het gebruik in koren
  • 1881
Commentary on the Gospel of St. John Commentaar op het evangelie van Johannes
  • 1883
Commentary on the Epistles of St. John Commentaar op de brieven van Johannes
  • 1882
Revelation of the Risen Lord Openbaring van de verrezen Heer
  • 1884
Revelation of the Father Openbaring van de Vader
  • 1884
Some Thoughts from the Ordinal Enkele gedachten van het misboek[5]
  • 1886
Christus Consummator Christus Consummator
  • 1887
Social Aspects of Christianity Sociale aspecten van het Christendom
  • 1888
The Victory of the Cross: Sermons in Holy Week De overwinning van het kruis: homilieën in de Goede Week
  • 1889
Commentary on the Epistle to the Hebrews Commentaar op de brief aan de Hebreeën
  • 1890
From Strength to Strength Van sterkte tot sterkte
  • 1892
Gospel of Life Evangelie van het leven
  • 1893
The Incarnation and Common Life De Menswording en het gemene leven
  • 1897    
Some Lessons of the Revised Version of the New Testament     Enkele aspecten van de Herziene Versie van het Nieuwe Testament
  • 1897
Christian Aspects of Life Christelijke aspecten van het leven
  • 1901
Lessons from Work Lessen van Werk

Weblinks

Encyclopædia Britannica online  (en) Brooke Foss Westcott, in: Encyclopædia Britannica, 2022. (vertaal via: Vertaal via Google translate)

Noten en verwijzingen

  1. º (en) Biographies of Textual Critics via archive.org
  2. º Gail Riplinger, New Age Versions.
  3. º Vertaald van origineel citaat:
    ‘Many years ago I had occasion to investigate “spiritualistic” phenomena with some care, and I came to a clear conclusion, which I feel bound to express in answer to your circular. It appears to me that in this, as in all spiritual questions, Holy Scripture is our supreme guide. I observe, then, that while spiritual ministries are constantly recorded in the Bible, there is not the faintest encouragement to seek them. The case, indeed, is far otherwise. I cannot, therefore, but regard every voluntary approach to beings such as those who are supposed to hold communication with men through mediums as unlawful and perilous. I find in the fact of the Incarnation all that man (so far as I can see) requires for life and hope.’
    B. F. Westcott, in: “The Response to the Appeal”, Borderland, Vol. I, No. 1 (juli 1893) p. 11.
  4. º http://www.westcotthort.com/articles.html
  5. º Eigenlijk: ordinal; in het Engels is een ’ordinal’ een boek dat de orde van de vieringen aangeeft, in de anglicaanse kerk meer specifiek de riten voor de ordinatie van priesters en diakens en de wijding van bisschoppen.
rel=nofollow