Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Jan Pieter Balkenende

Uit Wikisage
(Doorverwezen vanaf Balkenende)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jan Pieter Balkenende
Jan Peter.

Nederlands politicus
Naam Jan Peter Balkenende
Volledige naam Jan Pieter Balkenende
Geboren 7 mei 1956 in Biezelinge
Huidige functie Minister-president
Partij CDA
Titulatuur mr. dr. dr.h.c.
Tijdvak 1 1982-1998
Functie 1 Gemeenteraadslid Amstelveen
Tijdvak 2 1998-2002, 2003, 2006-2007
Functie 2 Tweede Kamerlid
Tijdvak 3 2001-2002, 2003, 2006-2007
Functie 3 Fractievoorzitter
Tijdvak 4 2001-heden
Functie 4 Politiek leider
Tijdvak 5 2002, 2003, 2006
Functie 5 Lijsttrekker
Tijdvak 6 2002-heden
Functie 6 Minister
Tijdvak 7 2002-heden
Functie 7 Minister-president
Link http://www.parlement.com/9291000/bio/02207

Jan Pieter (roepnaam: Jan Peter) Balkenende (Biezelinge, gemeente Kapelle, 7 mei 1956) is een Nederlands CDA-politicus en sinds 22 juli 2002 minister-president van Nederland.

Balkenende groeide op in Zeeland. Hij voltooide het atheneum aan het Christelijk Lyceum voor Zeeland in Goes en haalde aan de Vrije Universiteit Amsterdam het doctoraalexamen voor Geschiedenis en Nederlands recht. Zijn politieke carrière begon in Amstelveen, waar hij van 1982 tot en met 1998 gemeenteraadslid was. In deze periode promoveerde hij ook tot doctor in de rechtsgeleerdheid en werd hij (parttime) bijzonder hoogleraar christelijk sociaal denken aan de VU, een functie die hij tot zijn beëdiging als minister-president in 2002 vervulde.

In dat laatste jaar trad hij toe tot de Tweede Kamer. In 2001 werd hij fractievoorzitter en lijsttrekker van het CDA, en het jaar erna werd hij minister president van het eerste kabinet-Balkenende. Nadat zowel het eerste als het tweede kabinet-Balkenende was gevallen en het kortstondige rompkabinet-Balkenende III wegens nieuwe verkiezingen al na enkele maanden demissionair werd, werd hij op 22 februari 2007 beëdigd als premier van het vierde kabinet-Balkenende.

Jeugd, studie en vroege carrière

Balkenende is geboren in een gereformeerd gezin als oudste van drie zonen. Zijn vader Jan Pieter Balkenende was graanhandelaar en zijn moeder Thona Johanna Sandee was -voor haar huwelijk- onderwijzeres. Balkenende volgde de lagere school in Kapelle en het atheneum aan het Christelijk Lyceum voor Zeeland (tegenwoordig Ostrea Lyceum) in Goes. In 1974 begon hij met een studie Geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij in 1980 zijn doctoraalexamen in behaalde. Tevens studeerde hij vanaf 1979 Nederlands recht aan dezelfde universiteit waarin hij in 1982 zijn doctoraalexamen in behaalde (meester in de rechten). Tijdens zijn studententijd was hij lid van de studentenvereniging Liber en daarbinnen lid van jongensdispuut PASCAL. In 1976 werd Balkenende voorzitter van dit dispuut.

In 1978 werd Balkenende lid van het CDJA, de jongerenvereniging binnen het CDA. In 1982 werd hij in zijn woonplaats Amstelveen lid van de gemeenteraad, wat hij zestien jaar zou blijven. Bekend uit deze periode is hij om zijn krokettenmotie uit 1993: de (nog steeds geldende) bepaling dat de gemeenteraadsleden recht hebben op een kroket als de raadsvergadering tot na 23.00 uur duurt.

Tussen 1982 en 1984 werkte Balkenende als beleidsmedewerker juridische zaken bij het bureau van de Academische Raad. In 1984 stapte hij over naar het Wetenschappelijk Instituut van het CDA waar hij stafmedewerker werd. In 1992 promoveerde hij tot doctor in de rechtsgeleerdheid op een proefschrift getiteld Overheidsregelgeving en maatschappelijke organisaties. In 1993 werd hij parttime bijzonder hoogleraar Christelijk sociaal denken over maatschappij en economie aan de Vrije Universiteit, maar hij bleef ook bij het Wetenschappelijk Instituut van het CDA werken. In deze periode vormde Balkenende veel van zijn ideeën over overheid en maatschappij, die hij later als minister-president zou uitdragen. Zo pleitte hij in zijn proefschrift al voor de eigen verantwoordelijkheid van maatschappelijke organisaties in plaats van hun (financiële) afhankelijkheid van de overheid (waar het CDA volgens Balkenende overigens ook aan had meegewerkt: één van de stellingen in het proefschrift van Balkenende luidde dan ook: De christendemocraten hebben helaas meegewerkt aan de afbraak van het maatschappelijk middenveld door allerlei organisaties afhankelijk te maken van overheidsgeld).

Politieke loopbaan

Tweede Kamer

In 1998 werd hij gekozen tot lid van de Tweede Kamer. Het CDA had toen net de tweede verkiezingsnederlaag op rij geleden en kwam in de oppositie tegen het tweede paarse kabinet terecht. Balkenende werd financieel woordvoerder van het CDA. Daarnaast hield hij zich bezig met sociale zaken, justitie en binnenlandse zaken. Nadat CDA-fractievoorzitter Jaap de Hoop Scheffer na een machtsstrijd met partijvoorzitter Marnix van Rij het veld had moeten ruimen, werd Balkenende op 1 oktober 2001 fractievoorzitter. Korte tijd later werd hij gekozen tot nieuwe lijsttrekker van het CDA voor de komende Tweede-Kamerverkiezingen. Op dat moment was Balkenende bij het grote publiek nog een grote onbekende.

Balkenende I

(Zie ook : Kabinet-Balkenende I)

Onder andere door Pim Fortuyn niet te hard aan te vallen (in de media werd wel gesproken van een niet-aanvalsverdrag tussen Fortuyn en het CDA), kon Balkenende meeprofiteren van de anti-paarse stemming die kort voor de verkiezingen in Nederland heerste. Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2002 was het CDA naast de LPF de grote winnaar. Het CDA steeg van 29 naar 43 zetels en werd veruit de grootste partij. Jan Peter Balkenende werd op 22 juli 2002 minister-president van het Kabinet-Balkenende I, een samenwerking van het CDA, de VVD en de LPF. Vanaf het begin had dit kabinet het moeilijk. Staatssecretaris Philomena Bijlhout trad al na enkele uren af nadat oude foto's van haar waren opgedoken waaruit bleek dat zij onjuiste informatie had verstrekt over haar verleden. Nederland bevond zich ten tijde van het aantreden van Balkenende in een diepe economische recessie en het vorige kabinet had enkele moeilijke besluiten (onder meer over herziening van het zorgstelsel en de WAO) voor zich uitgeschoven.

Maar het moeilijkst had Balkenende het met zijn ministers. In tegenstelling tot zijn voorgangers Ruud Lubbers en Wim Kok, die als premier overal bovenop zaten, gaf Balkenende zijn ministers veel meer de ruimte en hield hij zich op de achtergrond. Deze vrijheid bij ministers leidde tot een groot aantal proefballonnetjes: ministers die in interviews ferme verklaringen aflegden en daarop later moesten terugkomen. Al snel werd duidelijk dat met name de LPF-ministers Eduard Bomhoff en Herman Heinsbroek veel publiekelijk ruzie maakten. Toen hierover in de Tweede Kamer vragen werden gesteld, stuurde Balkenende de Tweede Kamer een door alle ministers 'in gezamenlijkheid en eenheid' ondertekende ansichtkaart met groeten uit de Trêveszaal. Dit schoot bij onder meer de PvdA in het verkeerde keelgat.

Balkenendes leiderschap werd mede hierdoor al snel in twijfel getrokken. Sommigen zagen in de minister van justitie Piet Hein Donner de ware strateeg van het kabinet Balkenende-I. Tijdens het kamerdebat over de affaire-Margarita moest Balkenende zich meerdere malen laten bijpraten door Donner.

In oktober 2002, 87 dagen na het aantreden, diende Balkenende het ontslag van het kabinet in bij de Koningin, nadat de ministers Heinsbroek en Bomhoff eerder die dag waren afgetreden. Dit ontslag van het kabinet vond plaats op de dag van de begrafenis van Prins Claus en velen verweten het Balkenende dat zijn ministers zelfs tijdens de rouwdienst hun conflict niet opzij konden zetten.

Balkenende II

(Zie ook : Kabinet-Balkenende II)

Omdat een nieuwe coalitie niet mogelijk was, werden er in 2003 opnieuw Tweede Kamer-verkiezingen gehouden. Bij deze verkiezing won het CDA onder leiding van Balkenende een zetel en werd de partij met 44 zetels wederom de grootste partij van Nederland. Omdat de PvdA een groot deel van haar verlies van een jaar eerder terugpakte en naar 42 zetels steeg, werden er aanvankelijk coalitiebesprekingen gevoerd tussen het CDA en de PvdA. Deze mislukten echter, waarna het CDA in zee ging met de VVD en D66. Op 27 mei 2003 werd het kabinet-Balkenende II geïnstalleerd.

Het thema van het kabinet was "Meedoen, meer werk, minder regels". In de plannen werden harde maatregelen voorgesteld, die de economie er weer bovenop moesten helpen. Ook werd een akkoord over bestuurlijke vernieuwing opgenomen, waaronder een gekozen burgemeester en commissaris van de koningin alsook een nieuw kiesstelsel.

Balkenende had al direct na de installatie van het kabinet aangekondigd dat er eerst enkele moeilijke jaren zouden komen, maar dat er aan het eind van zijn regeerperiode zou kunnen worden geoogst. Het lukte Balkenende en zijn ministers echter niet om deze boodschap goed over te brengen op de Nederlanders en de aanhang van de partijen in het kabinet, als ook het vertrouwen in het kabinet en in Balkenende persoonlijk, zakte vrijwel direct na installatie van het kabinet dramatisch.

Het tweede kabinet Balkenende slaagde er wel in enkele moeilijke dossiers die vorige kabinetten hadden laten liggen, waaronder de eerder genoemde herziening van het zorgstelsel en de WAO en een verlaging van de belastingen voor bedrijven, relatief snel en eenvoudig door de Tweede en Eerste Kamer te loodsen. Aanhangers van het kabinet roemden het kabinet Balkenende om haar daadkracht, maar vanuit een groot deel van de maatschappij was echter een steeds sterkere weerstand merkbaar tegen het economische en sociale beleid van Balkenende. Critici -vooral de linkse oppositiepartijen- lieten felle tegengeluiden horen vanwege de zware maatregelen die het kabinet nam om de economie weer in het gareel te krijgen. Veel mensen gingen er in koopkracht op achteruit.

Toen in maart 2003 de Verenigde Staten en Groot-Brittannië Irak aanvielen (zie Irakoorlog), steunde het Nederlandse kabinet de oorlog "moreel maar niet materieel". Dit betekende dat Nederland achter de aanval stond, maar deze niet militair steunde. Nederland trad hiermee volgens de Amerikanen toe tot de door hen als zodanig aangeduide Coalition of the Willing. Deze steun kwam de regering op veel kritiek te staan: veel mensen vonden dat Balkenende zich teveel naar de Amerikaanse president voegde.

Later in 2003 kreeg Balkenende te maken met het voorgenomen huwelijk van prins Johan Friso met Mabel Wisse Smit. Nadat gebleken was dat het stel onjuiste informatie had verschaft aan de koningin en de premier over de relatie die Mabel Wisse Smit had gehad met topcrimineel Klaas Bruinsma, weigerde Balkenende een toestemmingswet voor het huwelijk in te dienen bij de Tweede Kamer. Het stel trok daarop de aanvraag voor toestemming in. Balkenende maakte tijdens de persconferentie een getergde indruk en zei onder meer dat tegen "onwaarheden geen kruid gewassen is". Aanvankelijk werd Balkenende gecomplimenteerd om zijn daadkracht, maar later werd hem gebrek aan tact verweten. Balkenende werd erop gewezen dat zijn voorganger Wim Kok het dossier rondom de vader van Máxima Zorreguieta heel wat tactvoller had aangepakt.

Tijdens het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie (1 juli - 31 december 2004) werd het Europese beleid inzake asiel, immigratie, misdaadbestrijding en terrorisme ingrijpend herzien (Haags Programma, 26 oktober), tekenden de EU-leiders tijdens een ceremonie in Rome het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (29 oktober) en werd het groene licht gegeven voor de start van toetredingsonderhandelingen met Turkije per 3 oktober 2005 (17 december).

Op 22 maart 2005 stemde de Eerste Kamer niet in met de Grondwetswijziging waarmee de benoeming van de burgemeester en de commissaris van de Koningin uit de Grondwet werd gehaald. Voor een wijziging van de Grondwet is een tweederdemeerderheid in beide kamers nodig, maar GroenLinks, SP, ChristenUnie, SGP en (na lang aarzelen) de PvdA stemden tegen. Toen op 23 maart de VVD ook afstand nam van het door minister en vicepremier Thom de Graaf voorgestelde nieuwe kiesstelsel (waarbij kiezers op een persoon en op een partij konden stemmen), stapte Thom de Graaf uit de regering. D66 brak hierop het regeerakkoord open en eiste (en kreeg) nieuwe onderhandelingen met de coalitiepartners. Twee dagen later, op de zaterdag voor Pasen werd een nieuw coalitieakkoord gesloten, dat het Paasakkoord werd genoemd. De leden van D66 stemden op een bijzonder congres, dat live op televisie werd uitgezonden, in met het Paasakkoord, waarmee de coalitie gered was. Alexander Pechtold verving Thom de Graaf als nieuwe minister van Binnenlandse zaken.

Op 1 juni 2005 werd in Nederland het referendum over de Europese Grondwet met een grote meerderheid verworpen. Alhoewel ook linkse partijleiders als Wouter Bos en Femke Halsema campagne hadden gevoerd voor invoering van de grondwet, werd de verwerping toch vooral als een nederlaag voor Balkenende beschouwd.

In oktober 2005 werd bekend de economische groei voor 2006 op 2,3% begroot werd. Rond dezelfde tijd werden ook de eerste miljardenmeevallers sinds jaren behaald. Aanhangers van het kabinet Balkenende claimden dit als een succes van de harde maatregelen die het kabinet tijdens de economisch mindere jaren had moeten nemen; tegenstanders wezen erop dat de Nederlandse economische groei vooral te danken was aan de aantrekkende wereldeconomie.

In december 2005 scoorde Balkenende een succes door -tegen de verwachting in- de Nederlandse bijdrage aan de Europese Unie met 1 miljard euro per jaar te verlagen door vast te houden aan het Nederlandse eisenpakket.

Eind 2005, begin 2006 dreigde opnieuw een kabinetscrisis. De Nederlandse regering was gevraagd om troepen te leveren voor een vredesmissie in Afghanistan. Coalitiegenoot D66 was hier zwaar op tegen. Ook de D66-ministers wilden niet instemmen met een kabinetsbesluit. Het kabinet Balkenende besloot daarom eind december 2005 niet formeel tot het leveren van troepen, maar sprak het voornemen uit positief te beslissen en droeg de zaak over aan de Tweede Kamer. Na felle protesten van met name de VVD en de PvdA, die pas in de Tweede Kamer over uitzending van de troepen wilden praten als het kabinet daartoe besloten had, kwam het kabinet alsnog met een positief besluit. Inmiddels had D66-leider Boris Dittrich gedreigd uit het kabinet te stappen als de Tweede Kamer zou instemmen met uitzending van Nederlandse troepen naar Afghanistan. Tijdens het kamerdebat waarin besloten werd tot uitzending van Nederlandse troepen, moest Dittrich deze dreiging intrekken en bleef D66 in de coalitie.

Op 29 juni 2006 viel het kabinet nadat D66 zich terugtrok uit het kabinet vanwege een door die partij maar niet door een Kamermeerderheid gesteunde motie van wantrouwen tegen Rita Verdonk.

Balkenende III

(Zie ook : Kabinet-Balkenende III)

Na de val van het tweede Kabinet-Balkenende werd oud-premier Ruud Lubbers als informateur met de taak belast om de mogelijkheden voor een derde Kabinet-Balkenende te onderzoeken. Dit kabinet, het derde kabinet Balkenende, bestaat uit CDA en VVD, met zogenaamde gedoogsteun van de LPF, D66, ChristenUnie en de SGP. Het derde kabinet Balkenende trad op vrijdag 7 juli 2006 in functie.

In november 2006 kwam het demissionaire kabinet zwaar onder vuur te liggen door een stemming in de net nieuw gekozen kamer over het vreemdelingenbeleid. Nadat een motie van afkeuring tegen minister Verdonk was aangenomen, boden de VVD-ministers collectief hun ontslag aan. Balkenende weigerde dit ontslag goed te keuren en deed een klemmend beroep op de VVD-bewindslieden om aan te blijven voor de regeerbaarheid van het land. Besloten werd dat tot een gedeeltelijke portefeuillewissel tussen de ministers Verdonk en Hirsch Ballin. Over deze constructie werd verschillend gedacht: sommigen (waaronder hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert) vonden dat premier Balkenende de demissionaire status van het kabinet had misbruikt door de gebruikelijke vertrouwensregel in de wind te slaan, anderen vonden juist dat er een oplossing was gevonden voor een staatsrechtelijk novum (een demissionair (minderheids-)kabinet dat dreigde te vallen).

Balkenende IV

(Zie ook : Kabinet-Balkenende IV)

Op 22 november 2006 verloor het CDA onder leiding van Balkenende 3 zetels, maar werd het voor de derde achtereenvolgende keer de grootste partij van Nederland. Omdat het CDA een half jaar eerder in de peilingen nog op 25 zetels had gestaan en omdat de PvdA veel meer zetels verloor, werd de verkiezingsuitslag door veel CDA'ers als een overwinning gezien. Na informatierondes door mede-CDA'ers Rein Jan Hoekstra en Herman Wijffels werd Balkenende op 9 februari 2007 benoemd tot formateur van het kabinet-Balkenende IV, een coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie.

Op 22 februari 2007 werd het vierde Kabinet-Balkenende beëdigd. Aanvankelijk werd de nieuwe samenstelling van het kabinet door een meerderheid van de Nederlanders gesteund, maar al snel sloeg het sentiment om. Het kabinet gebruikte de eerste honderd dagen om 'te luisteren naar de bevolking' door een dialoog met de samenleving aan te gaan, maar critici vonden dat het land de eerste honderd dagen niet bestuurd werd. Het kabinet nam daarnaast enkele maatregelen die op veel kritiek kwamen te staan, zoals een aangekondigde verhoging van de btw (per 1 januari 2009) en verhoging van de accijns op diesel. Daarnaast kwam de economie onder druk te staan door de (wereldwijde) kredietcrisis en de naar recordhoogte stijgende olieprijzen, waardoor veel mensen er in koopkracht op achteruit gingen. In de peilingen zakte vooral coalitiepartner PvdA weg en in iets mindere mate het CDA zelf. Het kabinet voerde een rookverbod voor de horeca in en trof voorbereidingen voor de invoering van kilometerheffing.

In oktober 2009 werd Balkenende genoemd als mogelijke eerste EU-president[1] na ratificatie van het Verdrag van Lissabon. De bookmaker Paddy Power beschouwde Balkenende als de kandidaat met de op een na beste kansen (4 tegen 1) na de voormalige Britse premier Tony Blair (4 tegen 6).[2]

Persoonlijk leven

In 1996 trouwde Balkenende met de juriste Bianca Hoogendijk, die hij in 1988 had leren kennen toen ze fractieassistent van de Tweede Kamerfractie van het CDA was. De eerste jaren leefde het getrouwde echtpaar nog gescheiden: pas nadat dochter Amelie geboren werd (1999) ging het echtpaar samenwonen in Capelle aan den IJssel. Hoogendijk is de eerste Nederlandse vrouw van een minister-president die haar eigen naam gebruikt in plaats van die van haar echtgenoot te dragen. Ook is ze de eerste premiersvrouw die een baan buitenshuis heeft (ze werkt als universitair docent arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam) en een doctorstitel heeft.

Balkenende is belijdend lid van de Protestantse Kerk in Nederland (tot de fusie in 2004 van de Gereformeerde Kerken in Nederland). Tijdens de 35e EO-Jongerendag op 13 juni 2009 zei hij: Er is er Een die je altijd kracht geeft, ook als het moeilijk is. Dat geldt ook voor mij als premier en ik heb dat ook regelmatig ervaren.[3]. Met o.a. de Amerikaanse ex-president Bill Clinton en de voormalige Britse premier Tony Blair heeft Jan Peter Balkenende zich meermaals als een groot bewonderaar en aanhanger van het communitarisme van Amitai Etzioni geprofileerd, en hij schreef het voorwoord voor Etzioni's boek "De nieuwe gulden regel" (Kampen, 2005; Nederlandse vertaling van "The New Golden Rule: Community and Morality in a Democratic Society". New York, 1997).

Vanaf het begin van zijn leiderschap van het CDA viel Balkenende op door zijn uiterlijk, met name zijn haar en bril. Dit uiterlijk leverde hem al snel de bijnaam Harry Potter op. Aanvankelijk speelde Balkenende hier handig op in, door nadrukkelijk de rol van underdog te spelen. Bij de lancering van een Rotterdamse normen-en-waardencampagne kort nadat Balkenende CDA-leider was geworden zei hij in een toespraak voor CDA-leden dat zijn bekendheid dankzij de filmindustrie was gegroeid. Hij vertelde dat een kind in zijn omgeving had gevraagd of hij soms de vader van Harry Potter was en poseerde met een foto van zichzelf naast Harry Potter met als onderschrift "Zoek de verschillen". Deze zelfspot maakte hem in korte tijd van onbekend kamerlid tot één van de bekendste en populairste lijsttrekkers. Later zou de bijnaam Harry Potter worden overgenomen door politieke tegenstanders.

Wetenswaardigheden

  • Op 27 oktober 2003 werd in de nabijheid van Balkenendes woning een man aangehouden die een twintig centimeter lang mes bij zich had. Het bleek om een verwarde man te gaan die meende dat hij een afspraak met de premier had.
  • Van 14 september tot 15 oktober 2004 was Balkenende opgenomen op de intensive care van het IJsselland Ziekenhuis in zijn woonplaats Capelle aan den IJssel vanwege een necrotiserende fasciitis aan zijn rechtervoet. In verband daarmee werden de Algemene beschouwingen na Prinsjesdag uitgesteld tot 28 en 29 september. Vicepremier Zalm nam de honneurs tijdens zijn ziekte waar.
  • Naar Balkenende is de Balkenendenorm vernoemd. Deze richtlijn schrijft voor dat openbare bestuurders niet meer zouden mogen verdienen dan de minister-president (voor 2005: ongeveer euro 120.000 per jaar).
  • Enkele Belgische ministers uitten in het openbaar kritiek op Balkenende: Minister van Buitenlandse zaken Karel De Gucht noemde Balkenende 'stijfburgerlijk' en 'Harry Potter' en Freya Van den Bossche vroeg zich openlijk af of Balkenende wel herkozen wilde worden. Beide ministers boden hiervoor later hun verontschuldigingen aan. Balkenende zelf gaf in april 2006 tijdens een bijeenkomst in het Limburgse Horn evenwel, op een gekscherende manier, toe stijfburgerlijk te zijn[4].
  • Balkenende is net als de vorige CDA-premier, Ruud Lubbers, op 7 mei jarig.
  • Op 4 april 2008 drukte het tijdschrift Opinio een toespraak af waarin "Jan Peter Balkenende" zei dat niet de radicale islam of het islamitisch terrorisme een probleem was, maar de islam zelf. De tekst bleek geschreven te zijn door de hoofdredacteur van het blad en was daarmee een pastiche. In een kort geding eiste de Nederlandse premier rectificatie, maar de rechter wees de eis af[5].

Externe links

1px.pngWikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Jan Peter Balkenende op Wikimedia Commons.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
De informatie op deze pagina, of een eerdere versie daarvan, is geheel of gedeeltelijk afkomstig van www.parlement.com. Overname was tot 1 februari 2016 toegestaan met bronvermelding.

  1. º Italië wil geen Balkenende maar Blair, de Volkskrant, 06 oktober 2009
  2. º First Permanent President of the European Council, Paddy Power, 12 oktober 2009
  3. º "Balkenende: 'Leef als kind van God'" Nederlands Dagblad, 13 juni 2009
  4. º Balkenende: "Ik ben erg stijfburgerlijk" NU.nl, 22 april 2006
  5. º 'Premier verliest zaak om "neprede"' NRC Handelsblad, 5 april 2008
rel=nofollow