Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Adoniram Judson

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Adoniram Judson (Massachusetts, 9 augustus 1788Golf van Bengalen, 12 april 1850) was een Amerikaanse zendeling die in de eerste helft van de 19e eeuw bijna veertig jaar in Birma (het huidige Myanmar) werkzaam was. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste van de eerste zendelingen die vanuit de Verenigde Staten overzee gingen werken.

Jeugdjaren

Judson werd geboren als de zoon van een dominee. Hij bezocht Providence College en ging op zijn negentiende theologie studeren aan Andover Theological Seminary. Daar studeerde hij af in 1810. Tijdens zijn studie sloot hij zich aan bij een groep zendingsgerichte studenten die zichzelf de Brethren noemden. Deze studenten klopten aan bij hun kerk en in 1810 werd het American Board of Commissioners for Foreign Missions gevormd.

Omdat er vanuit Amerika nog niemand door zendingsgenootschappen uitzonden werd, vertrok Judson op 11 januari 1811 vanuit Boston naar Engeland om de London Missionary Society te bezoeken. Onderweg werden ze overvallen door Franse piraten, maar na een korte gevangenschap bereikte hij Londen via het vaste land van Frankrijk. In augustus reisde hij terug naar New York.

Zendeling

Op 19 september werd Judson door het American Board of Commissioners for Foreign Missions aangesteld als zendeling voor Azië. Op 5 februari 1812 trouwde hij met Ann Hasseltine en de volgende dag al uitgezegend. Samen met zijn vrouw en vier anderen vertrok hij twee weken later richting India.

Tijdens de reis onderzocht Judson de Bijbelse doop en kwam tot de conclusie dat de volwassendoop de enige juiste doop was. Nadat hij en Ann door een medewerker van de Britse zendeling William Carey waren gedoopt, stapten zij over naar een baptistendominatie.

Zowel de lokale Hindoebevolking als de Britten die het op dat moment in India voor het zeggen hadden, zaten niet te wachten op evangeliserende Amerikanen. De zendelingen gingen daarom uiteen en zochten naar geschiktere plaatsen voor zending.

Adoniram Judson, vertaling van het evangelie volgens Mattheüs
Judsons vertaling van Mattheüs

In juli 1813 vertrok Judson richting Birma. Aan boord van het schip had Ann een eerste miskraam. In het boeddhistische Birma aangekomen hield Judson – die al het Latijn en het Hebreeuws machtig was – zich de eerste drie jaar bezig met het leren van het Birmaans, een van de moeilijkste talen ter wereld. In deze tijd hadden hij en zijn vrouw nauwelijks contact met andere westerlingen. Na een paar jaar studeren schreef Judson: ’Wanneer wij een taal gaan leren die gesproken wordt door een volk aan de andere kant van de aarde, met uitdrukkingswijzen die dus allemaal nieuw voor ons zijn, terwijl de letters en woorden zelfs in de verste verte niet lijken op enige taal die wij ooit zijn tegengekomen; wanneer wij geen woordenboek hebben en geen tolk, en wij eerst iets van de taal moeten begrijpen voordat wij de hulp van een inheemse onderwijzer kunnen inroepen — dat is pas werk!’[1]

In 1817 presenteerde Judson een Birmaans woordenboek en in juli van dat jaar verscheen het evangelie volgens Matteüs in het Birmaans. In 1823 zou het eerste exemplaar van het Nieuwe Testament van de drukpersen rollen.

Judson probeerde zich in de eerste plaats bepaalde Birmaanse gewoontes eigen te maken. Zo droeg hij een soort toga om aan te geven dat hij een religieus leraar was. Dit hielp echter niet, omdat zijn toehoorders alleen aandacht hadden voor zijn blanke huidskleur. Judson gaf dit soort pogingen om zich aan te passen op, omdat de Birmezen hem toch als buitenlander bleven zien. Daarop opende hij en zijn vrouw in 1819 een zayat, een soort van ontmoetingsplaats voor Birmaanse mannen. Na twee maanden hadden ze hun eerste bekeerling, Maung Naw, een 35-jarige timmerman afkomstig van een bergstam.

De pogingen om de lokale bevolking van Rangoon met het evangelie te bereiken liepen over het algemeen spaak. Veel boeddhisten hadden moeite om te geloven dat er slechts één leven is (geen reïncarnatie) en één almachtige God. Tot het grote verdriet van het echtpaar Judson overleed ook hun tweede kind.

In 1820 kreeg Judson gezelschap van een medezendeling, [[James Coleman]}. Deze probeerde bij de Birmaanse keizer de toestemming te krijgen dat zendelingen in het hele land zouden mogen werken. Ook pleitte hij voor de afschaffing van de doodstraf voor het wisselen van religie.

Tegen 1822 waren er achttien bekeerlingen.

Eerste Engels-Birmaanse Oorlog (1824–1826)

In 1824 brak de Eerste Engels-Birmaanse Oorlog uit, waardoor er veel veranderde. Birma verlangde gebiedsuitbreiding, en Engeland wou meer handel. Alle Engelstaligen werden gearresteerd; ook Amerikanen, omdat zij makkelijk als spionnen voor Engeland zouden kunnen werken. Ook Judson werd opgepakt en gevangen gezet. De gevangen waren geketend en sommigen werden aan hun voeten opgehangen, waarbij alleen hun hoofd en bovenlijf de grond raakten. Judson werd in drie paar ijzeren boeien gesloten en aan een lange paal vastgezet zodat hij zich niet kon bewegen.[2]

Zijn vrouw Ann probeerde verlichting in zijn miserabele omstandigheden te verkrijgen, en smeekte de ambtenaren 21 maanden lang haar man vrij te laten, maar zonder resultaat. Acht maanden nadat Judson gevangen was gezet, werd hun derde kind geboren.

„Een van de eerste dingen waar mijnheer Judson naar vroeg zodra hij en mevrouw Judson elkaar mochten zien en in het Engels met elkaar mochten spreken, was het manuscript van de vertaling van het Nieuwe Testament”.[3] Ongerust dat het manuscript, dat onder het huis begraven lag, door vocht en schimmel verloren zou gaan, naaide Ann het in een hard kussen en bracht dit naar haar man in de gevangenis. Ondanks heel moeilijke omstandigheden bleef het bewaard. Het manuscript werd een deel van de eerste Birmese bijbel.[2]

Na ongeveer anderhalf jaar gevangenschap kwam Judson vrij omdat er vredesonderhandelingen werden aangeknoopt tussen de twee oorlogvoerende landen, waarbij Judson als tolk moest optreden. De onderhandelingen duurden maanden. Gedurende die tijd konden Adoniram en Ann elkaar niet ontmoeten. Verzwakt door de lange maanden van stress, ziekte en eenzaamheid kreeg Ann een hevige koortsaanval en overleed binnen een paar weken, op 24 oktober 1826. Ook hun derde kind, Maria, nauwelijks twee jaar oud, bezweek zes maanden later aan een ongeneeslijke ziekte.

Periode na gevangenschap

Door dit verlies zonk Adoniram Judson in een steeds diepere depressie, zodat hij alle zendingswerk opgaf en alleen in een hut in het oerwoud ging zitten en niets meer deed. Vooral door de aandacht van medezendelingen kwam hij er uiteindelijk weer bovenop en vertrok hij naar het noorden van Birma om er te werken onder de Karen, een Birmaanse stam.

In 1834 rondde hij de gehele vertaling van de bijbel af, en in april van dat zelfde jaar trouwde hij met Sarah Hall Boardman, de weduwe van een collega-zendeling. Samen zouden zij acht kinderen krijgen, waarvan vijf volwassen zouden worden. Sarah kreeg op een gegeven moment gezondheids- en psychische problemen en keerde terug naar de Verenigde Staten. Ze overleed echter onderweg op Sint Helena op 1 september 1845.

Laatste jaren en overlijden

Judson keerde zelf ook terug naar de Verenigde Staten, en werd als een ware beroemdheid ontvangen. Hij maakte een tournee langs de oostkust om meer aandacht en financiële middelen voor het zendingswerk te vragen. Hij had een assistent die alles hardop herhaalde wat hij zei omdat hij nauwelijks nog stem had. Op 2 juni 1946 trouwde Judson voor een derde maal, dit keer met de schrijfster Emily Cubbuck. In 1847 kregen zij samen een zoon.

Judson vertrok terug naar Birma maar overleed aan boord van het schip in de Golf van Bengalen. Hij kreeg een zeemansgraf. Drie weken na Judson overleed ook zijn jongste zoon.

Nalatenschap

Judson had zich aan het begin van zijn periode in Birma als doel gesteld de Bijbel te vertalen en hoopte dat de kerkgemeenschap voor zijn dood tot honderd personen zou aangroeien. Toen hij stierf waren er – grotendeels dankzij zijn inzet – honderd kerken en achtduizend gelovigen.

Na de Verenigde Staten en India is Birma (Myanmar) vandaag de dag het land met het grootste aantal baptisten. Elk jaar in juli vieren de baptistenkerken in Myanmar Judson Day. Het werk van Judson gaf ook een belangrijke impuls voor de vorming van zendingsorganisaties in de Verenigde Staten. In Amerika zijn er minstens 36 kerken naar hem vernoemd, en verschillende scholen zijn naar hem (en zijn eerste vrouw) vernoemd.

Bronnen, noten en/of referenties

Literatuur
Verwijzingen
  1. º The Book of a Thousand Tongues, onder redactie van Eugene A. Nida, herzien, 1972, blz. 56.
  2. 2,0 2,1 De Wachttoren, 1 juni 2009, blz. 11
  3. º Francis Wayland, A Memoir of the Life and Labors of the Rev. Adoniram Judson. D.D., 1853.
rel=nofollow