Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Irena Sendler

Uit Wikisage
Versie door Mendelo (overleg | bijdragen) op 20 dec 2015 om 22:49
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Irena Sendler (Otwock, 15 februari 1910Warschau, 12 mei 2008) was een katholiek sociaal werkster en een medewerkster van de Raad voor hulp aan Joden in Warschau door wie 2.500 Joodse kinderen werden gered.

Onbekendheid

De activiteiten van Irena Sendler bleven lang onbekend. Zelfs in haar eigen land wisten slechts enkele historici iets over haar. In de periode van het communistische regime werden haar prestaties niet opgenomen in de officiële geschiedenisboeken. Zij zelf sprak nooit over deze gebeurtenissen.

Meer over Irena Sendler kwam pas aan het licht toen vier studenten in 1999 in Kansas een eindwerk maakten over de Shoah-helden. Een leraar ontdekte een kort krantenartikel waarin vermeld stond dat Irena 2.500 kinderen zou hebben gered. Hij gaf dit aan de studenten met de opdracht het na te trekken. De leraar dacht, aangezien hij er nooit over had gehoord, dat het krantenartikel het bij het verkeerde eind had. Toen de studenten het graf van Irena Sendler probeerden op te speuren, ontdekten zij tot hun verrassing dat dit graf niet bestond aangezien Irena nog leefde.

Activiteiten

Toen Duitsland in 1939 Polen binnendrong, was Irena medewerkster aan de Dienst voor Sociale hulp van Warschau. Zij beheerde de volkskantines van de stad.

In 1942 werd door de nazi’s in Warschau een getto opgezet. De bevolking van het getto nam snel af van 450.000 naar rond de 70.000 personen, door honger, ziekte en de deportatie van tienduizenden naar concentratiekampen. Ontdaan door de levensomstandigheden in dit getto, sloot Irena zich aan bij de Raad voor hulp aan Joden.

De Duitse bezetters vreesden een mogelijke tyfusepidemie, en lieten toe dat de Polen de instellingen zouden controleren die besmettelijke ziektes moesten bestrijden.

Via deze instellingen kon Irena al gauw contact leggen met de families, bij wie zij aandrong hun kinderen buiten het getto te houden. Het was moeilijk om de ouders ervan te overtuigen hun kinderen aan haar toe te vertrouwen. Irena begreep dit zeer goed aangezien zij zelf moeder was. Wanneer de ouders vroegen of zij kon beloven dat hun kind zou blijven leven, kon zij dit niet garanderen. De enige zekerheid was dat de kinderen zouden sterven als zij in het getto bleven. Soms, wanneer Irena met haar assistentes de families ging bezoeken om hen ervan te overtuigen de kinderen mee te geven, kon zij slechts vaststellen dat ze allen reeds in de doodstreinen waren meegevoerd. Elke keer als haar dit overkwam, ging zij nog meer strijden om kinderen te redden.

Aanvankelijk liet zij kinderen in een ziekenwagen wegvoeren als slachtoffers van tyfus. Maar al gauw gebruikte zij alles waarover ze kon beschikken om hen te verbergen en hen uit het getto te krijgen: vuilniszakken, werktuigdozen, goederenverpakkingen, aardappelzakken, doodskisten... In haar handen veranderde alles in ontsnappingsmiddelen. Zij bracht de kinderen onder bij bereidwillige pleegfamilies, in weeshuizen en kloosters.

Zij slaagde erin om in elk van de tien centra van de Dienst voor Sociale Hulp minstens een medewerker te rekruteren. Hierdoor konden honderden valse identiteitspapieren worden opgemaakt om de Joodse kinderen in veiligheid te brengen. Om de kinderen niet alleen in leven te houden maar er ook voor te zorgen dat ze ooit hun echte identiteit en hun gegevens over hun familie zouden terugkrijgen, noteerde Irena hun echte naam en adres op stukjes papier die zij bewaarde in inmaakglazen, die vervolgens werden begraven onder een appelboom.

Maar de nazi’s kregen lucht van haar activiteiten. Op 20 oktober 1943 werd Irena Sendler door de Gestapo aangehouden en weggevoerd naar de gevangenis van Pawiak. Ze werd er brutaal gefolterd.

In een strokussen in haar cel vond ze een prentje van Jezus Christus. Zij hield dit bij als wonderlijk bewijs gedurende alle moeilijke momenten van haar leven tot ze het in 1979 aan paus Johannes Paulus II schonk.

Tijdens de folteringen brak men haar voeten en benen. Tenslotte werd zij ter dood veroordeeld. Het verzet wou verhinderen dat Irena het geheim van de identiteit van de kinderen zou meenemen in de dood, en kocht de soldaat om die haar naar de executieplaats moest begeleiden, zodat die haar liet ontsnappen. Aangezien zij officieel op de lijst van geëxecuteerden stond, maakte zij vanaf nu gebruik van een valse identiteit.

Na de oorlog groef zij de conserveglazen op en gebruikte haar aantekeningen om de 2.500 kinderen terug te vinden die zij in adoptie-families had geplaatst. Zij probeerde hen te herenigen met hun verwanten, die over heel Europa verspreid waren, maar de meerderheid had hun familie in de nazi-consentratiekampen verloren.

De kinderen kenden haar slechts onder haar codenaam: Jolanta.

Jaren later, toen haar geschiedenis in een krant werd gepubliceerd, samen met oude foto’s van haar, namen verschillende van de geredde personen contact op met haar.

In haar kamer in het bejaardentehuis in Warschau had Irena honderden foto’s van de overlevenden of van hun kinderen, en ontbrak het nooit aan bloemen en aan dankbrieven uit de hele wereld. Zij was sinds jaren aangewezen op een rolstoel te wijten aan folterletsels die haar door de Gestapo werden toegebracht. Zij beschouwde zich niet als een heldin en heeft nooit geroemd over haar daden.

Haar vader, een arts, die aan typhus stierf toen zij nog klein was, onderwees haar het volgende:

„Help altijd diegene die bezig is te verdrinken, zonder beschouwing van godsdienst of nationaliteit. Elke dag, om het even wie, helpen is een noodzaak dat je hart je dicteert”.

In oktober 2006, werd Irena Sendler, op de gezegende leeftijd van 96 jaar, voorgesteld voor de Nobelprijs van Vrede.

Bronnen en weblinks