Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Geschiedenis van Iran

Uit Wikisage
Versie door Hendrik (overleg | bijdragen) op 20 nov 2008 om 15:28 (bijgewerkt)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Geschiedenis van Iran gaat zo'n drieduizend jaar terug. Iran (vroeger Perzië genoemd) wordt met recht beschouwd als een van de bakermatten van de beschaving. Het is over de laatste drieduizend jaar door verschillende dynastieën bestuurd geweest. Lang niet altijd waren dat inheemse dynastieën, maar het land werd ook bestuurd door Griekse, Arabische, Mongoolse of Turkse dynastieën.

Iran was vroeger in het westen bekend als Perzië, totdat Sjah Reza Pahlavi op 21 maart 1935 officieel aan de internationale gemeenschap vroeg om het land bij zijn eigen naam te noemen, Iran. Iraniërs hebben hun land altijd zo genoemd. De naam Perzië komt van de Oud-Griekse naam Persis, wat een Griekse naam is voor wat de Iraniërs zelf Pars noemden, een belangrijke streek in het zuiden van Iran. Latere Europese beschavingen namen de naam Perzië over. Iran betekent "Land van de Ariërs".

    Zie ook: Zie ook het artikel Perzische Rijk.

De Meden

Zie Meden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Meden hadden hun oorsprong in het noordwesten van het huidige Iran. Fraortes weet de stammen te verenigen en verdreef de Assyriërs. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Deiokes, die als de stichter van het Medenrijk geldt.

In 550 v.Chr. verslaat Cyrus I de Meden en heerst het rijk van de Achaemeniden.

Het Oud-Perzische rijk van de Achaemeniden

Zie Achaemeniden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 539 v.Chr. verovert Cyrus II de Grote, na eerder de overheersing door de Mediërs afgeschud te hebben, Babylon. Dit betekent dat de Perzen de dominerende macht in het Midden-Oosten worden. Zij bouwen deze positie geleidelijk uit totdat zij een rijk van ongekende omvang regeren. Hun hoofdstad is Persepolis. Het omvat niet alleen het huidige Iran maar ook Irak, Turkije, Syrië, Palestina, Egypte, Afghanistan en delen van Pakistan. Pogingen om ook de Griekse stadstaten te onderwerpen slagen echter niet geheel. Het huidige Griekenland blijft vrij.

De voornaamste godsdienst van het Perzische rijk is het zoroastrisme, een vroege vorm van monotheïsme. Kunst, cultuur en wetenschap komen tot grote bloei in het uitgestrekte rijk.

Alexander de Grote en de Seleuciden

    Zie ook: Zie ook de hoofdartikelen Alexander de Grote en de Seleuciden In 330 v.Chr. weet de koning van Macedonië Alexander de Grote van de interne zwakte van het Perzische rijk gebruik te maken en verovert in korte tijd het hele rijk. Deze tijd wordt ook wel het hellenisme genoemd, omdat de Grieken de heersende klasse vormen en zo een groot stempel op de cultuur van het hele Midden-Oosten drukken.

Na Alexanders dood op 10 juni 323 v.Chr. tracht zijn moeder Olympias het rijk bij elkaar te houden voor haar kleinzoon. Deze is echter nog erg jong en tijdelijk neemt Alexanders broer Philippus Aridaeus daarom het koningschap waar. Echter, de Diadochen (generaals van Alexander) trokken steeds meer de werkelijke macht naar zich toe en uiteindelijk verdeelden de sterkste overgebleven generaals het rijk. Antigonus nam bezit van Griekenland en Macedonië. Ptolemeüs nam Egypte met Palestina, Cyprus en stukken van Klein-Azië. De rest, het gigantische Perzische Rijk ging naar Seleucus. Zo werden drie vorstenhuizen gesticht, de Antigoniden, de Ptolemaeën en de Seleuciden.

De Parthen

Zie Parthen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 250 v.Chr. neemt Arsaces I, de leider van een volksstam die bekend staat als de Parthen, de macht over in Perzië. De Parthen woonden oorspronkelijk in de steppe ten oosten van de Kaspische Zee. Onder Mithridates (171-138 v.Chr.) gingen de Parthen door met hun veroveringen en annexeerden Medië, Fars, Babylonië en Assyrië. Ze veroverden een rijk dat zich uitstrekte van de Eufraat tot Herat in Afghanistan en herstelden zo het oude Achaemenidische Rijk van Cyrus de Grote. Afgezien van de nomaden die een voortdurende bedreiging vormden in het oosten en het rijk van Kushan, een boeddhistisch koninkrijk in India, kende Parthia nog een machtig tegenstrever: het Romeinse Rijk. De Parthen hadden in de vier eeuwen van hun heerschappij innig contact met het belendende Romeinse Rijk. Soms was dat in de vorm van oorlog, vooral Armenië was daarbij een twistappel, maar vaak -vooral later- ook in de vorm van handel en goede betrekkingen. Bijna drie eeuwen lang vochten Rome en Parthia over Syrië, Mesopotamië en Armenië, zonder ooit tot een duurzame oplossing te komen. In 53 v.Chr., tijdens het bewind van Orodes II (56-37 v.Chr.) op het hoogtepunt van de macht van Parthia, werden de Romeinen bij Carrhae vernietigend verslagen. Ondanks deze overwinning en het ondertekenen van diverse verdragen, bleven de twee machten oorlog voeren tot in de 2e eeuw van onze jaartelling, waarbij de Parthen langzaam maar zeker steeds verder in het nauw gedreven werden. De val van Parthia kwam echter niet door een buitenlandse vijand, maar door binnenlandse opstand. In 226 n. Chr. slaagde een autochtone (Perzische) vazal van de Parthen er eindelijk in het Parthische juk af te werpen en stichtte het Sassanidenrijk.

Het Nieuw-Perzische rijk

Zie Sassaniden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Van 220 tot 226 leidde Ardashir I een revolutie en creëerde zo, ten koste van de Parthen, het Nieuw-Perzische Rijk van de Sassaniden. Drijfveer van de Perzen was het herstellen van het Oud-Perzische rijk en de oude 'satrapen' (provincies) weer onder Perzisch gezag te brengen. Het Nieuw-Perzische rijk was intern veel beter georganiseerd dan zijn Parthische voorganger. Het voerde ook een veel agressievere politiek jegens zijn grote buur in het westen, het Romeinse Rijk.

Na de komst van het christendom kreeg deze confrontatie ook een religieuze kant, omdat Perzië vasthield aan het zoroastrisme en christenen er bij tijd en wijle vervolgd werden. In het begin van de 7e eeuw, slaagden de Sassaniden erin een groot deel van de Byzantijnse provincies in het Midden-Oosten (onder meer Egypte, Palestina, Syrië en Anatolië) te veroveren. De nieuwe Byzantijnse keizer Heraclius wist met grote moeite de heiligdommen van Jeruzalem, Antiochië en Alexandrië te heroveren en bracht de Sassanidische Perzen een grote slag toe. Het gevolg was dat beide rijken elkaar aan de rand van de uitputting brachten. Het is op dat moment dat van volkomen onverwachte kant een nieuwe veroveraar zich aanmeldde: de islam. In 651 stierf de laatste erkende Sjahhansjah Yazdagird III van het Nieuw-Perzische Rijk

De Arabische verovering

Zie Arabische Rijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het uitgeputte Sassanidenrijk, dat bovendien onderling flink verdeeld was, bood maar weinig weerstand tegen de Arabieren in de 7e eeuw. Bovendien bleek de gedachtewereld van de islam vrij goed aan te sluiten bij het al eeuwen bekende gedachtegoed van Zarathoestra. De Perzen werden in snel tempo moslims. Uiteindelijk vertrokken de weinige overgebleven Parsi's (de aanhangers van het zoroastrisme) naar het oosten.

De in 637 ingezette Arabische verovering werd tussen 663 en 676 voltooid met de inlijving van Sistan, het huidige Afghanistan, en de Sogdische steden Samarkand en Buchara. De Kaspische provincies Tabaristan (thans Mazandaran) en Gilan (samen ook bekend onder de naam Hyrcanië) behielden nog lange tijd hun zelfstandigheid. Als deel van het Arabische Rijk werd Iran bestuurd door de gouverneurs van Irak. De Arabieren, die hun interne vetes meebrachten, vestigden zich vooral in de noordoostelijke provincie Khorasan. Overgang naar de islam werd niet bijzonder gestimuleerd. De Iraanse moslims kregen vrijdom van bepaalde belastingen, maar moesten als mawali (Arabisch: cliënten) van de Arabieren genoegen nemen met een ondergeschikte positie. De Zoroastriërs (zie Zarathoestra) handhaafden zich als religieuze minderheid vooral in het zuiden van het land.

De Samaniden

Zie Samaniden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Samaniden waren een dynastie die van 819 tot 999 regeerde in de streek Khorasan en delen van Centraal-Azië. De dynastie herstelde oude Perzische waarden in ere. De Samaniden waren daarmee degenen die de invloed van de Arabische kalief in Bagdad verminderden.

De Buwayhiden

De Buwayhiden waren een macht die vooral in het noorden en westen, rond de Kaspische Zee heersten. Later werden zij verslagen door de Seltsjoeken.

De Seltsjoeken

Zie Seltsjoeken voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Seltsjoeken waren een Turkse stam die ook Iran grotendeels bezette. Rond 990 bekeerden zij zich tot de islam en begonnen daarna een veroveringstocht die van de streek Transoxanië (in het huidige Oezbekistan) via Iran naar Turkije voerde. Rond 1040 hebben zij Iran grotendeels veroverd. Ook veroverden zij Bagdad, de hoofdstad van het kalifaat, alwaar zij de functies van de kalief waarnemen vanaf 1055. Als in 1092 Malik Sjah I sterft, valt het rijk uiteen in diverse kleinere staten. Iran blijft min of meer één geheel, maar rond 1150 verslaan de Khwarezemiden de kleinere dynastieën in Iran.

Khwarezemiden

Ilkhanaat

Zie Ilkhanaat voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Mongoolse Rijk onder Dzjengis Khan veroverde Perzië tussen 1219 en 1224, waarbij hele steden geplunderd en vernietigd werden. In 1255 werd het rijk van de Mongolen gesplitst in verschillende Kanaten of rijken. Eén daarvan werd het Ilkhanaat, dat onder leiding van Hülegü kwam te staan. Deze moest verantwoording afleggen aan zijn broer Koeblai Khan, die de belangrijkste Khan was. De opvolgers van Hülegü bekeerden zich tot de islam. Rond 1335 viel het rijk uiteen in verschillende staatjes.

Safawiden

Zie Safawiden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Safawiden of Safaviden regeerden over Iran van 1501 tot 1736 en zij waren het die het sjiisme tot staatsgodsdienst maakten.

De dynastie had zijn oorsprong in een soefistische orde uit de plaats Ardebil in Azerbeidzjan. De dynastie is genoemd naar sjeik Safi Al-Din (1252 - 1334). De stichter van het Safawiden rijk was sjah Ismail I die heerste van 1501-1524. Beide heersers spraken het Azeri, een tot de Turkse talenfamilie behorende taal.

Sjah Abbas I de Grote versterkte het rijk. Hij verklaarde Isfahan tot zijn hoofdstad, een stad die onder zijn leiding tot grote bloei kwam. In deze periode had ook de VOC een handelspost in Isfahan.

Afshariden

De Afshariden vormden korte tijd een dynastie die voortkwam uit één machtig heerser: Nadir Sjah. Na diens dood viel het rijk snel uiteen en bleef er strijd bestaan tussen de Afshariden, de Zand-dynastie en de Kadjaren. De strijd werd uiteindelijk in het voordeel van de laatsten beslist.

Kadjaren

Zie Kadjaren voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Kadjaren waren de heersende dynastie van 1796 tot 1925. De Europese machten Rusland en het Verenigd Koninkrijk breidden hun macht in Perzië stevig uit in deze periode. Perzië moest diverse noordelijke delen, waaronder het huidige Azerbeidzjan afstaan aan de Russen, tijdens de Russisch-Iraanse oorlogen. Om een verdere expansie van de Russen tegen te gaan, ging Perzië een strategische alliantie aan met het Verenigd Koninkrijk. Zo verkreeg dat land diverse belangrijke commerciële belangen, waaronder het recht te boren naar aardolie. Aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw werd het land gemoderniseerd en in 1906 kreeg het een parlement. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vormden de Osmanen een bedreiging voor Perzië en 'verdedigden' Rusland en het Verenigd Koninkrijk Perzië én haar strategisch belangrijke oliegebieden.

De Pahlavi monarchie

In 1923 pleegde de Iraanse kozakken-generaal Reza Khan (Reza Shah) samen met de journalist Zia al-Din Tabataba'i een geslaagde staatsgreep. De macht van de Kadjaren-sjah Soltan Ahmed Kadjar werd drastisch ingeperkt. Tabataba'i was voorstander van het oprichten van een op het Westen en Atatürk georiënteerde republiek. Hoewel Reza Khan ook streefde naar een Westerse staat, begreep hij dat wanneer de monarchie zou worden afgeschaft, de sjiitische geestelijken en het volk in opstand zouden komen. In 1925 vertrok sjah Soltan Ahmed Kadjar in ballingschap naar Frankrijk. In 1926 riep Reza Khan zich zelf uit tot Reza Sjah, met de pre-islamitische en dynastieke naam Pahlavi. Naar het voorbeeld van de Turkse president Atatürk en de Afghaanse koning Amanoellah Sjah, begint Reza Sjah aan een ambitieus hervormingsplan.

Er werd een verregaande secularisatie doorgevoerd en de sjah wilde dat Iran binnen enkele jaren was omgetoverd in een moderne staat naar westers model. Hij verving de sharia door een burgerlijke wet en nam de geestelijken hun bezittingen af. Hij onderdrukte de Asjoera-festiviteiten (het belangrijkste sjiitische festival) en verbood de moslims de hadj te maken. Ook islamitische kleding werd verboden en zijn soldaten hadden de gewoonte om sluiers van vrouwen met hun bajonetten af te rukken. In 1935 werden honderden vreedzame demonstranten tegen de kledingwetten voor een belangrijk heiligdom door soldaten neergeschoten. Ook zijn zoon zette de onderdrukking van de islam voort. (zie onder)

De sjah verzuimde echter om de levensstandaard van de arme bevolking te verbeteren en het grootgrondbezit bleef bestaan.

In de jaren dertig werd Nazi-Duitsland Irans belangrijkste handelspartner. De sjah raakte onder de indruk van Hitlers beleid, maar werd geen fascist. Bevreesd dat Reza Shah de zijde van de As-mogendheden (Duitsland, Italië) zou kiezen, vielen de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië in 1941 het land binnen. Het noorden van het land werd een Sovjet-Russische bezettingszone, het zuiden een Britse bezettingszone. De pro-Duits geachte sjah werd naar Johannesburg verbannen waar hij in 1944 overleed. De oudste zoon van Reza Sjah, Mohammed Reza Pahlavi (1919-1980), volgde zijn vader op 16 september 1941 als sjah van Iran op. De Russen steunden de pro-communistische Tudeh-partij, terwijl de Britten liever de sjah aan de macht zagen.

Medio 1946 vertrokken de Britten uit Iran. In 1946 verklaarden de noord-Iraanse regio's Azerbeidzjan en Koerdistan zich met Russische hulp onafhankelijk. Stalin en de sjah kwamen echter overeen dat het Rode Leger zich in ruil voor olie zou terugtrekken. De Russen lieten hun steun aan Azerbeidzjan en Koerdistan varen, waarop de regio's vrij gemakkelijk door het keizerlijk leger werden bezet.

Mossadegh en de coup van 1953

In 1950 richtte Mohammed Mossadegh het Nationaal Front op, een liberale organisatie die naar nationalisatie van de Anglo-Persian Oil Company streefde. Mossadeq's Nationaal Front kon rekenen op zowel de steun van de nationalisten, de communisten en de democraten als op de steun van de geestelijkheid. Mossadeq, een vijand van de sjah (hij behoorde tot de in 1925 verdreven Kadjarendynastie), streefde tevens naar een constitutionele monarchie, waarin de macht van de sjah zou worden beperkt.

Op 2 mei 1951 werd Mohammed Mossadeq benoemd als minister-president. Hij zette de nationalisatie van de door Britten gedomineerde Anglo-Persian Oil Compagny door en verbrak de diplomatieke betrekkingen met het Verenigd Koninkrijk. Spoedig geraakte de sjah en de premier in onmin over de portefeuille van Defensie. De sjah ontsloeg Mossadeq en benoemde Ahmad al-Saltana tot premier. Een volksopstand noopte de sjah tot het herzien van deze beslissing en herstelde Mossadeq als premier én minister van Defensie. De ruzie tussen de sjah en zijn premier gingen gewoon door en op 17 augustus 1953 vluchtte de sjah naar Rome. Twee dagen later pleegde generaal Fazlollah Zahedi een door de Britten en de CIA georganiseerde staatsgreep waarna de sjah terug kon keren en Mossadeq gevangen werd gezet. Later werd Mossadeq ter dood veroordeeld, maar de sjah zette de straf om in drie jaar gevangenisstraf. In 1956 kwam hij vrij en leefde onder strenge bewaking op zijn landgoed.

Witte Revolutie en doorgaande onderdrukking

Net als zijn vader wilde Mohammed Reza Iran moderniseren ten koste van traditionele Iraanse waarden. Pro-communistische stakingen bij olieraffinaderijen, leidden eind jaren vijftig tot het verbod op de Tudeh-partij. In 1957 kreeg Iran een tweepartijenstelsel.

In 1961 kondigde de sjah de Witte Revolutie af. De Witte Revolutie voorzag in landhervormingen, vrouwenemancipatie en algemeen kiesrecht. De geestelijkheid verzette zich hevig tegen de landhervormingen (de geestelijkheid was de grootste grootgrondbezitter), maar steunde het voorstel om algemeen kiesrecht in te voeren. In de jaren zeventig was er een enorm contrast ontstaan tussen het platteland en de grote stad. In de grote steden leefden de middenklasse en hoge klasse in een Westerse levensstijl. Op het platteland leed men armoede, omdat de landhervormingen weinig succesvol verliepen (de grootgrondbezitters verdeelden het landen onder familieleden, waardoor de kleine boer of landarbeider alsnog geen land verkreeg).

De geestelijkheid verzette zich sterk tegen de onderdrukking van de islam en de ongelijkheid. Zo sloot de sjah madrassa's (religieuze scholen) en toonaangevende religieuze leiders werden gedood, gemarteld, gevangengezet en/of verbannen.


Een van die toonaangevende geestelijken was ayatollah Ruhollah Khomeini. Khomeini leefde tot 1975 in ballingschap in Najaf in Irak, maar toen de toenmalige Iraakse regering en de sjah een vriendschapsverdrag ondertekenden, werd Khomeini Irak uitgezet. Later vormde hij een Revolutionaire Raad in Parijs, waarin naast orthodoxe-sjiitische leiders, ook liberale-sjiieten zitting hadden.

Door de overeenkomst tussen Irak en de sjah, schafte de sjah het tweepartijenstelsel af en voerde een eenpartijstelsel in, met de Partij voor de Iraanse Herrijzenis als enige toegestane partij. De macht van de sjah nam nog verder toe en hij werd gesteund door zijn premier, Amir Hoveida.

Revolutie & Islamitische Republiek

Iraanse Revolutie

Zie Iraanse Revolutie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De revolutie vond plaats in twee fasen. In de eerste fase verdreef een alliantie van liberale, linkse en religieuze groeperingen de sjah. In de tweede fase, vaak de Islamitische Revolutie genoemd, greep ayatollah Ruhollah Khomeini de macht.

De revolutie begon in december 1978, al waren er daarvoor ook diverse protesten geweest. Op 16 januari 1979 vluchtte de sjah naar Egypte. Op 1 februari keerde Khomeini terug uit zijn ballingschap in Frankrijk en hij begon vrij snel de pluralistische revolutie om te vormen naar een streven naar absolute macht voor de geestelijkheid.

Iran-Irak-oorlog

Zie Iran-Irak-oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In september 1980 brak de Irak-Iranoorlog uit. President Saddam Hoessein van Irak, bevreesd als hij was dat het fundamentalisme over zou waaien naar de sjiitische meerderheid in Irak, maakte van de chaotische en revolutionaire situatie in Iran gebruik om het land binnen te vallen. Het Iraakse leger verwachtte een snelle overwinning, maar kon de zeer gemotiveerde strijders van de Revolutionaire Garde en het nog steeds krachtige Iraanse leger niet verslaan. Het werd een zeer slepende oorlog die tot 1988 zou duren.

In 1986 kwam er een schandaal aan het licht, toen bleek dat de Verenigde Staten van Amerika in het geheim wapens leverde aan Iran. Op die manier probeerden de Amerikanen voor elkaar te krijgen dat sjiitische moslims, via bemiddeling van Iran, in Libanon gegijzelde Amerikanen zouden vrijlaten. Deze affaire stond bekend als de Iran-contra-affaire of Irangate.

In juli 1988 kwam er een einde aan de Iran-Irak-oorlog. De betrekkingen met het Westen werden iets beter. Ze verslechterden echter opnieuw toen ayatollah Khomeini in februari 1989 een fatwa uitsprak tegen de Brits-Indiase auteur Salman Rushdie. Rushdie had zich, volgens Khomeini, in zijn boek De Duivelsverzen beledigend uitgelaten over bepaalde Koran-verzen. Onder Khomeini's opvolger, ayatollah Ali Khamenei werd de fatwa ingetrokken.

Islamitische Republiek na de dood van Khomeini

Op 3 juni 1989 stierf Khomeini. Ayatollah Ali Khamenei, de toenmalige president, volgde Khomeini op als 'Leider van de Revolutie', terwijl de meer pragmatische Ali Akbar Rafsanjani de nieuwe president werd.

Op 21 juni 1990 werd Iran getroffen door een aardbeving in het noordoosten van het land, waarbij circa 45.000 doden vielen.

Tijdens de Golfoorlog van 1990-1991, veroordeelde het bewind de Iraakse bezetting van Koeweit, maar was het ook tegenstander van de militaire interventie van met name de Verenigde Staten om de Irakezen uit Koeweit te verdrijven (1991). Iran keerde zich blijvend tegen de Amerikaanse aanwezigheid in de Perzische Golf.

In 1997 werd de voor Iraanse begrippen progressieve Mohammad Khatami tot president gekozen, maar hij slaagde er nauwelijks in het land te moderniseren. De Raad van Hoeders en andere conservatieve geestelijken leken het land anno 2006 nog stevig in hun greep te hebben.

Tijdens de verkiezingen van juni 2005 won de conservatieve burgemeester van Teheran Mahmoud Ahmadinejad de presidentsverkiezingen. Hij installeerde een conservatieve regering die op 2 augustus 2005 aantrad.

Zie ook

Externe links