Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Erik Satie

Uit Wikisage
Versie door Franciscus (overleg | bijdragen) op 4 feb 2019 om 14:33 (→‎Laatste jaren)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dit artikel valt onder beheer van Dorp:Luisterrijk.
rel=nofollow

Erik Alfred Leslie Satie (Honfleur, 17 mei 1866Parijs, 1 juli 1925) was een begaafd en oorspronkelijk Franse componist en pianist, die leefde als een bohemien. Door zijn tamelijk excentrieke houding werd hij algemeen beschouwd als een maatschappelijk buitenstaander.

Zijn oeuvre, dat vooral uit muziek voor theater, ballet en piano bestaat, geraakte na zijn dood aanvankelijk in de vergetelheid. Niettemin oefende hij tijdens zijn leven vrij veel invloed uit op andere componisten zoals Claude Debussy, Maurice Ravel, Darius Milhaud en Francis Poulenc, en later ook op John Cage. Het was de Amerikaan Cage die in de jaren '40 op de moderniteit van Satie wees en daarmee de aanzet gaf voor een hernieuwde belangstelling van Saties werken.

Hoewel afkomstig uit een welgestelde familie leefde Erik Satie een groot deel van zijn leven in grote armoede.

Familieachtergronden

De vader van Erik Satie, Jules Alfred Satie, werkte aanvankelijk als scheepsmakelaar. Aangezien hij vloeiend diverse talen sprak en schreef, waaronder Latijn en Grieks, vond hij in Parijs werk als vertaler. In zijn vrije tijd gaf Jules Satie piano- en zanglessen. Ook verzorgde hij de uitgave van composities van zijn vrouw en later van zijn zoon Erik. Erik’s moeder, de eerste echtgenote van Jules Alfred, was gedoopt in de Church of Scotland in Londen onder de naam Jane Leslie Anton. Zij stond erop dat haar vier kinderen anglicaans gedoopt werden. Omdat daardoor de verhouding van haar schoonmoeder er niet beter op werd, verhuisden de Saties naar Parijs.

Toen Erik zes jaar was, stierven in enkele weken tijd zijn moeder en zijn zus, waarna de broers Erik en Conrad Satie bij de ouders van Jules Alfred werden ondergebracht. Na de dood van zijn grootmoeder ging hij naar Parijs bij zijn vader wonen.

Gespreide muzikale opleiding

Erik Satie kwam op kostschool terecht in het College van Honfleur waar hij vanaf 1876 muzieklessen kreeg van de organist van de Saint-Léonardkerk, een zekere Monsieur Vinot. Vinot was afgestudeerd aan de Ecole Niedermeyer; een hogeschool voor kerkmuziek, waar het in ere herstellen van de gregoriaanse zang hoog in het vaandel stond.

Na wat privémuzieklessen studeerde Satie vanaf 1879 een tijdje aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs. In 1882 werd hij vanwege zijn zwakke prestaties in de voorbereidingsklas voor piano uitgeschreven, waarna hij later als gaststudent de colleges over harmonie bijwoonde. In 1885 studeerde hij opnieuw piano, maar kreeg zo'n weerzin van de schoolse opleiding, dat hij het conservatorium zonder enig diploma verliet. Hij verkoos als pianist te gaan werken in verschillende cabarets op Montmartre.

Eerste successen

Na zijn, tamelijk gespreide muzikale opleiding, ging Satie in 1887 in Montmartre wonen. Die plek, toen nog aan de rand van Parijs gelegen, was rustiek, maar had vele cafés en cabarets en telde daarom ook vele kunstenaars als acrobaten, kunstschilders, muzikanten en schrijvers. Satie genoot van de stimulerende atmosfeer in deze, van alle maatschappelijke dwang bevrijde, omgeving. Door de armoede gedwongen, moest hij zich voorlopig als cabaret- en barpianist in leven zien te houden. Zijn publiek bestond voornamelijk uit bezoekers van het café- en varieté, zoals het cabaret Le Chat Noir en l’Auberge du Clou.

In 1887 publiceerde Satie zijn eerste liederen en componeerde hij de Trois Sarabandes. In het cabaret Le Chat Noir, stelde hij zich in een spontane bui voor als Gymnopédiste[1]. Hierdoor voelde hij zich genoodzaakt in 1888 de Gymnopédies te componeren. Een jaar later componeerde Erik Satie één van de Gnossiennes,[2] na het horen van exotische muziek tijdens de Wereldtentoonstelling van 1889. Op 20 februari 1897 werden de eerste en de derde Gymnopédies, georkestreerd door Debussy, uitgevoerd op een concert van de zeer invloedrijke Société Nationale.

Verdere ontwikkeling

In 1890 vestigde Satie zich blijvend op Montmartre, in een klein kamertje in de Rue Cortot 6; een nog steeds bestaand adres. Hij nam de functie van dirigent van het orkest van Le Chat Noir over van Victor Dynam Fumet. In 1891 maakte hij kennis met Claude Debussy, die onder de bekoring kwam van zijn originele denkbeelden, die krachtig indruisten tegen de Wagneriaanse geest van die tijd. Uit dit contact tussen deze twee mannen ontwikkelde zich een langdurige, maar niet altijd eenvoudige, vriendschap. Ook maakte hij in die tijd kennis met de nog jonge Maurice Ravel, die onder de invloed van Satie zijn eerste composities schreef.

Hij maakte kennis met Claude Debussy die onder de bekoring kwam van zijn originele denkbeelden

Zowel Debussy als Ravel zetten zich in om werk van Satie uitgevoerd te krijgen, waardoor hij voor het eerst enige waardering bij het publiek onderging. Op 19 maart 1892 vond in de Galerie Durand Ruel de eerste openbare opvoering van een werk van hem plaats, op de Soirées Rose + Croix. In die tijd had een korte maar hartstochtelijke verhouding met de schilderes Suzanne Valadon. Dit was waarschijnlijk zijn enige liefdesaffaire. Zijn steeds slechter wordende financiële toestand dwong hem in 1897 zijn bescheiden kamer te verlaten voor een nog kleiner kamertje op hetzelfde adres in Montmartre.

Bloeiperiode

Nu zijn beginjaren voorgoed voorbij waren, zette hij zich af tegen de mode van het impressionisme met parodiërende stukken als Airs a faire fuir, Morceaux en Forme de Poire. Dit als reactie op een opmerking van Debussy, als zou zijn muziek geen vorm hebben. De keuze van een peer zou ook nog een toespeling kunnen zijn op het feit dat in het Parijse jargon 'poire' een synoniem is voor imbeciel. In die tijd schreef hij ook nog: Embryons déséchés, Trois Véritables Préludes en Flasques.

Hij zette zich af tegen de mode van het impressionisme

Tijdens de uitvoering in 1902 van de opera Pelléas et Mélisande van Debussy, voelde Satie des te meer zijn tekort aan muzikale scholing, en op 39-jarige leeftijd liet hij zich dan ook inschrijven aan de Schola Cantorum waar hij bij Vincent d'Indy en Albert Roussel, onder meer contrapunt studeerde. Als resultaat van zijn studie aan de Schola componeerde hij Aperçus désagréables, waarmee hij nogal wat lieden tegen de haren instreek. Datzelfde jaar ontmoette hij de grote pianist Ricardo Viñes, voor wie hij ongeveer zestig korte stukken voor piano zou componeren in minder dan drie jaar tijd. Het belangrijkste werk uit deze periode was de collectie Sports & Divertissements.

In die periode ging Satie ook wat meer actief deelnemen aan het sociale leven van het plaatsje Arcueil-Cachan, een voorstad van Parijs, waar hij sinds kort woonde. Als supervisor van de Patronage laïque van Arcueil-Cachan nam hij bijvoorbeeld complete klassen kinderen mee voor uitstapjes op donderdagmiddagen. Vanaf die tijd ook droeg hij voortaan het uniform van de lagere ambtenaar: bolhoed, donker colbert, stijve boord en paraplu, bovendien nog gewapend met een hamer, om ’s nachts ongure lieden van het lijf te houden, als hij van werk naar huis wandelde. In 1909 werd hij onderscheiden met de Palmes Académiques voor bewezen diensten aan de gemeenschap. Met de steun van Ravel en de Jeunes Ravlites, die hem als voorloper van Debussy beschouwden, begon men zijn werken te publiceren en uit te voeren op concerten.

De Eerste Wereldoorlog en daarna

Door het uibreken van de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) lag zijn productiviteit tijdelijk bijna geheel stil, doordat concertzalen en uitgeverijen gesloten bleven. Verscheidene kunstenaars en dichters uit Montparnasse begonnen in 1916 dan toch maar met het organiseren van concerten, later in combinatie met schilderijententoonstellingen. Hier kwamen muscici als Maurice Ravel, Igor Stravinsky, Erik Satie en schilders als Pablo Picasso en Henri Matisse bijeen. Hier hoorde ook Jean Cocteau de muziek van Satie voor het eerst, en stelde hem voor samen te werken aan een ballet voor het Ballets Russes van Serge Diaghilev. Door het naar voren halen van Satie door Cocteau interesseerden zich ook jonge musici steeds meer voor zijn muziek, onder meer George Auric, Darius Milhaud, Francis Poulenc, Germaine Tailleferre, Arthur Honegger en Louis Durey. Zij werden al spoedig door het publiek als leerlingen van Satie gezien en benoemd als de Groupe des Six. Satie zelf zag zich niet als koploper van een school; hij wees elke aanhang en de daaruit volgende dwang af.

Voor het ballet Parade schreef Satie de eerste jazzmuziek in Europa

Waarschijnlijk hoorde Satie bij Stravinsky voor het eerst platen met jazzmuziek uit Amerika. Het was dan ook Satie die de eerste jazzmuziek voor Europa componeerde, namelijk de Ragtime du Paquebot voor het ballet Parade. Ook componeerde hij het symfonisch drama Socrate, gebaseerd op Plato's dialogen, voor de besloten recepties van de prinses van Polignac. De eerste uitvoering in 1920 van Socrate werd op gelach onthaald door het Parijse publiek, dat afging op de humoristische reputatie van de componist. Korte tijd hierop componeerde hij zijn eerste Musique de meublement; muziek waar niet naar geluisterd moet worden, iets wat door het publiek nauwelijks werd begrepen. In feite hoorde dit werk thuis bij het dadaïsme,[3] dat in die tijd op zijn hoogtepunt was.

Laatste jaren

Erik Satie in zijn laatste jaren

Satie had vele leerlingen waarop hij grote invloed had, minder door zijn composities dan door zijn beschouwingen over muziekesthetiek. Zij kantten zich tegen - wat zij noemden - het zwoele impressionisme van Debussy en Ravel en tegen het Slavisme van de moderne Russen met name Igor Stravinsky. Ze streden voor een klare, direct aansprekende en ongecompliceerde, frisse muziektaal. Zodra Satie echter vaststelde, dat zijn volgelingen zich comfortabel hadden geïnstalleerd in de artistieke kringen van Parijs, distantieerde hij zich van hen, en brak volkomen met deze arrivisten. In 1923 componeerde hij een 'divertissement': La Statue retrouvée, voor een gemaskerd bal met als thema de oudheid, maar dan uitgebeeld in de tijd van Lodewijk XIV, met kostuums van Pablo Picasso en Jean Hugo en een choreografie van Leonid Massine. Hij nam aan de zijde van de schrijver Tristan Tzara deel aan de Soirée du Coeur a Barbe, de laatste dadaïstische manifestatie in Parijs, die eindigde met een merkwaardige vechtpartij, uitgelokt door André Breton, aanvoerder van de dadaïsten in Parijs en diens vrienden. Dit was ook gelijk het einde van het dadaïsme.

In 1924 schreef Satie in samenwerking met Picasso en Massine Mercure, poses plastiques, dat op 16 juni in het Théatre de la Cigale de Beaumonts Soirée de Paris werd opgevoerd. 25

Levenseinde van Satie

Satie, die al enige tijd door overmatig drankgebruik aan levercirrose leed, ontwikkelde een dubbele longontsteking en werd op 15 februari 1925, begeleid door zijn vriend en componist Darius Milhaud, opgenomen in het ziekenhuis Saint-Joseph waar hij op 1 juli in grote armoede overleed. Hij kreeg een kerkelijke begrafenis in Arceuil.

Zijn vrienden troffen later in de met spinraggen en stof bedekte kamers van zijn huis een groot aantal attributen aan als:

  • een zeer grote hoeveelheid nooit door Satie gebruikte paraplu’s
  • vier piano’s, waarvan er twee rug-aan-rug stonden opgesteld en de andere twee opgestapeld waren
  • het portret van Satie, geschilderd door zijn vriendin Suzanne Valadon
  • de liefdesbrieven van zijn korte romance met Suzanne Valadon
  • een collectie afbeeldingen van middeleeuwse gebouwen.

Trivia

  • In Nederland is vooral de componist en pianist Reinbert de Leeuw in belangrijke mate bezig geweest het publiek kennis te laten maken met de bijzondere muziek van Erik Satie. Er zijn van hem diverse CD's met pianomuziek uitgebracht met onder meer Gymnopédies en Gnossiennes.

Linken

Wikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Eric Satie op Wikimedia Commons.

rel=nofollow

Bronvermelding

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. º Gymnopédie was in het Oude Griekenland een dans ter ere van Apollo, uitgevoerd door naakte kinderen.
  2. º Het woord Gnossiennes is afkomstig van het Griekse woord Gnosis, dat kennis of inzicht betekent.
  3. º Dada = stokpaardje. Dadaïsme = Een stroming in de kunst, die veel invloed heeft gehad op het latere surrealisme in de kunst. Het hoofddoel van de dadamanifestaties was choqueren en sensatie verwekken met absurditeiten
rel=nofollow
rel=nofollow
rel=nofollow